Wankelend bergstation in de Andes

Sinds 2009 is het laatste restje gletsjer ten gevolge van de klimaatveranderingen weggesmolten op de Chacaltayaberg. ©

Op reissites wordt de Boliviaanse Chacaltayaberg met z’n 5.400 meter nog steeds ‘het hoogste skigebied ter wereld genoemd’ en ‘de plek waar je het hele jaar kunt skiën’, maar het zijn berichten en foto’s uit het verleden. Sinds in 2009 het laatste restje gletsjer ten gevolge van de klimaatveranderingen definitief wegsmolt is het gedaan met de sneeuwpret.

Liftbediende Samuel Mendoza loopt echter nog steeds elke dag naar boven, zien we in de tragikomische en droefpoëtische documentaire Samuel in the Clouds van de Belgische filmmaker Pieter Van Eecke (1975). Niet om de skilift aan te zetten, maar om de spaarzame bergwandelaars op te vangen die de natuurramp willen aanschouwen. Het is alsof hij door hun ogen langzaam gaat inzien dat het nu echt gedaan is met de sneeuw.

„Samuel in the Clouds is een requiem voor de sneeuw”, vertelde Van Eecke eerder deze week in Amsterdam. „Maar het is geen requiem voor de mens. Wij zijn er nog steeds. We hebben van alles kapotgemaakt. Maar er zijn ook alternatieven.”

Hij legt uit hoe het smelten van de gletsjers in de Andes verder strekkende gevolgen heeft dan alleen maar het einde van skitoerisme. De Chacaltaya is de eerste tropische gletsjer in de Andes die volledig is weggesmolten. Volgens wetenschappers door een combinatie van klimaatverandering en de luchtvervuiling van de nabijheid van de stad.

De consequenties zijn verschrikkelijk, zegt Van Eecke: „Het is de koelkast voor miljoenen gezinnen: hun drinkwater, de landbouw, alles is ervan afhankelijk. Zo lang zo’n gletsjer nog aan het smelten is, is er nog water, daarna ontstaan er grote watertekorten. Dat zou ertoe kunnen leiden dat miljoenen mensen op de vlucht moeten. We zien nu al dat veel politiek-sociale conflicten te maken hebben met droogte. Denk maar aan Syrië.”

Van Eecke is films gaan maken vanuit activisme, maar Samuel in the Clouds overtuigt niet met woorden of met beelden van misère, maar door allegorische kracht. Het beeld van het bergstation dat na het wegsmelten van het ijs vervaarlijk op een rotspunt wankelt en zo lek is als een mandje, is een ijzersterk symbool.

Samuel is voor hem een soort Alleman, iemand die voor ons allemaal staat: „Toen ik daar voor het eerst boven kwam stond ik aan de grond genageld door de sterke kracht van die plek, van dat beeld, van die man die letterlijk met zijn hoofd in de wolken leeft. De absurditeit van het feit dat de gletsjer verdwenen is, en Samuel daar toch met zijn ski’s blijft rondlopen. Het feit dat hij niet kan aanvaarden dat de sneeuw weg is, geldt voor ons allemaal. We weten allemaal dat het klimaat aan het veranderen is, maar toch sluiten we onze ogen ervoor.”

Voor zijn research groef Van Eecke zich in in vuistdikke klimaatrapporten, maar er zit maar heel weinig, zoals hij dat noemt, „apocalyptische informatie” in de film. „Anders overspoel je mensen.” Of zijn film klimaatsceptici zal bereiken weet hij niet: „Van klimaatsceptici word ik eigenlijk kwaad. We zijn al dertig jaar bezig. Hoe kun je het niet willen zien? Er is geen discussie meer. We moeten iets doen. Dat is de diepe ongerustheid waarmee ik worstel.”