Verkracht voor de ogen van VN-soldaten

Vredesmissies in Afrika Bij plunderingen, moordpartijen en verkrachtingen in Zuid-Soedan hielden VN-soldaten zich afzijdig. Nu overweegt de Veiligheidsraad nóg een vredesmacht te sturen.

Kinderen krijgen les in een improvisorisch schooltje op een compound van de VN in Tomping, Juba. Foto Isaac Billy/UNMISS via AP

In het aangezicht van vredessoldaten van de Verenigde Naties werden ze verkracht. Vrouwen en meisjes van de Nuerstam renden voor hun leven, maar vonden geen veiligheid bij het VN-kamp in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba. Chinese en Nepalese blauwhelpen keken lijdzaam toe bij de verkrachtingen door regeringssoldaten. Net als bij de plunderingen en moordpartijen eerder vorige maand in Juba hielden de VN-soldaten zich afzijdig, hoewel ze wel het mandaat hebben om te interveniëren om burgers te beschermen.

De VN hebben 12.000 man gelegerd in Zuid-Soedan. Maar hun optreden laat zo te wensen over dat Amerika een resolutie in de Veiligheidsraad voorbereidt om ook nog eens een vredesmacht te sturen met soldaten uit landen in de regio: Kenia, Rwanda, Ethiopië en mogelijk ook Oeganda. „Alleen een regionale vredesmacht kan Zuid-Soedan nog redden”, zegt analist Alex de Waal van de World Peace Foundation.

Volgens De Waal, die betrokken was bij eerdere vredespogingen van de Afrikaanse Unie (AU), is het probleem niet zozeer het mandaat als wel de capaciteit van zo’n vredesmacht. De Zuid-Soedanese president Salva Kiir is echter faliekant tegen zo’n gewapende inval. De Waal:

„Het wordt de eerste interventie in Afrika waarbij de regering vijandig gezind is.”

Voor de burgers in Zuid-Soedan geldt het blauw van de VN als een redding uit de hemel. Toch hebben de VN een spoor van niet ingeloste hoop in Soedan getrokken. Menigmaal faalden ze in hun opdracht burgers te beschermen.

Foto Beatrice Mategwa/UNMISS via AP)

Zuid-Soedanezen zoeken bescherming in vluchtelingenkampen van de VN, zoals hier in Juba. Foto Beatrice Mategwa/UNMISS via AP)

Prikkeldraad

Het was in mei 2008. Tussen het ritmische geratel van machinegeweren klonken doffe klappen van inslaande mortieren. Een oude man zonk op de knieën voor de poort van het VN-kamp bij het stadje Abyei. „Alstublieft, alstublieft, laat me binnen. Mijn huis staat in brand en regeringssoldaten plunderen de stad”, smeekte hij. „Nee”, antwoordde een Zambiaanse VN-vredessoldaat.„We hebben geen mandaat om burgers te beschermen.”

De volgende dag bleken vrijwel alle 35.000 inwoners van Abyei gevlucht naar de omringende boomsavannes. Buiten de poort verzamelde zich tegen het einde van de ochtend opnieuw een groep wanhopige inwoners. Pas toen kogels over hun hoofden vlogen, verwijderden de VN soldaten het prikkeldraad.

De VN hadden in Abyei wel degelijk het mandaat om burgers te beschermen. Bij volgende gewelddadige incidenten zou de geschiedenis zich herhalen.

Zoals afgelopen februari in het VN-kamp bij het stadje Malakal, in de grensregio met Soedan. Onder het oog van de VN waren dagenlang wapens het kamp binnengebracht, toen op 17 februari geweld uitbrak langs tribale lijnen tussen de kampbewoners van de Dinka, Nuer en Shiluk.

Tientallen Dinka-soldaten van het regeringsleger vielen het kamp binnen en pas na 12 uur kwamen de VN-soldaten in actie. Volgens bronnen in Malakal weigerden Indiase blauwhelmen hun zware materieel in te zetten, de Rwandezen wachten op bevel van hogerop en de Ethiopische soldaten sliepen door het hele incident heen.

„De VN-soldaten faalden bij het beschermen van de burgers volgens het mandaat dat ze hadden gekregen van de Veiligheidsraad”, schreef Artsen zonder Grenzen recentelijk in een vernietigend rapport.

Foto Jason Patinkin/AP

Meer dan 30.000 leden van de Nuer-stam hebben eind juli hun toevlucht genomen tot een basis van de VN nabij Juba. Foto Jason Patinkin/AP

Bescherming

De VN-vredessoldaten doen een heleboel dingen wel goed in Zuid-Soedan. Zo beschermen ze in zes kampen verspreid over het land 200.000 angstige burgers, veelal van stammen die niet of nauwelijks in de regering van Salva Kiir zijn vertegenwoordigd. De overheid ging daarom deze kampen als vijandig zien. Tijdens de strijd in Juba vorige maand belandden kogels en mortieren in een VN-kamp en ooggetuigen zagen hoe het regeringsleger op gewapende VN-voertuigen schoot.

Een regionale troepenmacht van 3.000 man als toevoeging aan de VN-vredesmacht was twee jaar geleden ook het antwoord op de impotente VN-vredesmacht in Congo. „Ze komen snel en gaan snel schieten. Ze opereren met een geheel andere mentaliteit”, prijst in Oost-Congo een hoge VN-ambtenaar de Zuid-Afrikanen, Malawiërs en Tanzanianen van de speciale Interventie brigade

„De Indiërs en soldaten van andere nationaliteiten in de VN macht zouden in principe hetzelfde kunnen. Maar zij kwamen hier met een ongeschreven regel dat niemand in een lijkenzak vertrekt. Een commandant van een vredesmissie moet diplomatiek kunnen onderhandelen om bij iedere offensieve actie te kijken wat voor bereidheid er bestaat bij de deelnemende landen om slachtoffers te incasseren.”

Die slachtoffers gaan er vallen, zeker wanneer de beoogde interventiemacht in Zuid-Soedan op fysiek verzet stuit van Salva Kiir. Zuid-Soedan is failliet en zowel het regeringsleger als de andere gewapende facties krijgen van hun commandanten in afwezigheid van enig soldij het recht om te plunderen, en vermoedelijk ook om te verkrachten.

Bovendien is het vorig jaar gesloten vredespact tussen de kemphanen Salva Kiir en zijn rivaal Riëk Machar controversieel. Alex de Waal noemt dit vredesverdrag, waaronder beide partijen hun legers mogen behouden, „de meest krankzinnige vredesovereenkomst waarover ik ooit heb gehoord”.

Al Jazeera sprak enkele dagen geleden met Riëk Machar (tekst gaat verder na de video):

De Waal bepleit een nieuwe vredesconferentie in Juba direct na de aankomst van de interventiemacht daar. „Vervolgens moet er een conferentie komen met alle krijgsheren om de hoofdstad te demilitariseren, en dan een nationale conferentie met alle politici.” Dat de in de vredesmacht deelnemende buurlanden ieder hun economische en politieke belangen koesteren, ziet De Waal niet als een belemmering:

„Buurstaten zijn altijd direct of indirect betrokken in burgeroorlogen. Die belangen moeten in het vredesproces worden opgenomen. Dat is bij conflicten in het Midden-Oosten net zo als in Afrika, met het verschil dat Afrika een actieve en functionerende pan-Afrikaanse organisatie heeft, namelijk de Afrikaanse Unie. Daarom kan een interventie in Zuid-Soedan werken.”