Punten scoren via de kinderen

‘Er was één ding dat mij heel erg raakte in de documentaire. Gewoon als mens, als Thomas”, zegt Thomas Erdbrink tijdens de Zomergasten-aflevering met Dyab Abou Jahjah. Ze hebben net een fragment bekeken uit Waltz with Bashir, een film over de massamoord in Sabra en Shatila, Libanon. In het fragment zagen we een stapel lijken, en een dood meisje onder puin. Erdbrink wil het over het meisje hebben, „haar krullen, dat neusje”. En dan de vraag: „Raakt het jou?”

Ja natuurlijk, zegt Abou Jahjah. „Ik heb kinderen, ik kan in elk kind mijn kinderen zien.”

Dan komt Erdbrinks volgende stap: hij begint over een meisje dat eind juni in Israël werd doodgestoken door een Palestijn. „Voel jij dan ook die pijn?”, wil hij weten van zijn antizionistische gast.

De eigenlijke vraag (kan Abou Jahjah empathie opbrengen voor Israëliërs?) wordt hier gesteld via een kind, want wie dáárvan niet ontdooit, is een onmens.

Erdbrinks aanpak hoeft niet te verwonderen; hij is niet de enige die kinderen inzet om emoties aan te boren. Michelle Obama deed het vorige week ook in haar bejubelde speech. „Deze verkiezing gaat over wie de macht krijgt om onze kinderen de komende vier of acht jaar te vormen”, zei de First Lady onder luid gejuich. Vanwege Hillary Clintons „levenslange toewijding aan de kinderen van dit land” en haar inspanningen als minister van Buitenlandse Zaken „om onze kinderen veilig te houden” vertrouwde ze haar het presidentschap toe.

Dat politiek naast argumenten ook draait om emoties is logisch. Maar het telkens weer oproepen van die oer-emotie – liefde voor kinderen – heeft een keerzijde: je kunt er alle kanten mee op.

Toen de Syrische peuter Aylan Kurdi in september aanspoelde, zei de Europese kinderliefhebber: ‘Wat vreselijk, ik heb ook een kind, dit gun je niemand, laat de vluchtelingen toe!!’ Vier maanden later, na de aanrandingen in Keulen, kregen andere emoties de overhand. Vluchtelingen waren bij nader inzien geen lieve kinderen, maar verkrachters. En trouwens, we hadden hier zelf ook kinderen en die kregen geen sociale huurwoning.

De kortstondige empathie met Aylan Kurdi bracht geen oplossing voor het vluchtelingenprobleem. Michelle Obama’s speech maakte niet duidelijk wat Clinton gaat doen voor de kinderen. En Abou Jahjah’s „pijn” over het Israëlische meisje (want die voelt hij wel degelijk, antwoordde hij) verandert niets aan zijn oordeel over het zionisme.

In deze sentimentele wereld win je punten door te verwijzen naar het welzijn van kinderen – maar inhoudelijk schiet je er niks mee op.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) vervangt Tom-Jan Meeus in deze wisselcolumn.