Papier kwam en overwon

Non-fictie

Na boeken over kabeljauw, zout en oesters vertelt Mark Kurlansky zijn visie op het verleden nu aan de hand van papier. Echt heroïsch is die historie niet.

Kwade tongen beweren dat Europa lange tijd geen interesse voor papier had omdat de bewoners zowel antisemitisch als anti-Arabisch waren. Papier was immers al ver voor het jaar nul uitgevonden in China, door de joden veelvuldig gebruikt en door Arabieren ook al in Spanje geïntroduceerd voordat het pas in de twaalfde eeuw in heel Europa werd toegepast.

Het is echter waarschijnlijker dat we geen papier gebruikten omdat we nog niet konden rekenen, stelt Mark Kurlansky in zijn boek Paper. ‘Rekenen, een Arabische obsessie die vele vellen papier vergde voor zowel berekeningen als studies, had zich nauwelijks ontwikkeld in Europa.’ Het verklaart ook waarom de Arabische geograaf Masudi in de negende eeuw over Europa opmerkte: ‘Hoe noordelijker je komt, des te achterlijker, grover en dommer ze worden.’ Papier is dus, zoals weleens wordt opgemerkt, niet ontstaan om revoluties mee te ontketenen, maar omdat het handig materiaal was om sommetjes op te maken, zoals Leonardo da Vinci bijvoorbeeld ook deed in zijn recent ontdekte kladblaadjes. Jaren waren ze over het hoofd gezien, maar ze bleken berekeningen over wrijving te bevatten.

Kurlansky, bekend om zijn boeken waarin hij de geschiedenis benadert vanuit het perspectief van één product, zoals kabeljauw, zout of oesters, koos deze keer voor papier om zijn visie op de geschiedenis weer te geven. Vaak wordt de rol van papier heel groots gezien. Alexander Monro beweerde bijvoorbeeld in zijn boek The Paper Trail (2014) dat dankzij papier de vrijheid van meningsuiting was ontstaan en papier daarom alleen al de belangrijkste uitvinding ooit was. Hij koppelde daaraan de verontrustende vraag wat het betekent voor de vrijheid van meningsuiting nu papier op haar retour lijkt.

Antwoord

Nergens verwijst Kurlansky naar The Paper Trail, terwijl hij zich toch rot moet zijn geschrokken toen anderhalf jaar geleden bleek dat iemand hetzelfde idee al had uitgewerkt: de wereldgeschiedenis aan de hand van papier. Toch leest Kurlansky’s boek als één groot antwoord op Monro. Waar laatstgenoemde stelt dat revoluties zijn ontketend dankzij papier, stelt eerstgenoemde dat een nieuwe technologie of uitvinding nooit een revolutie kan veroorzaken. Een uitvinding wordt gedaan omdat daar binnen een samenleving behoefte aan is, en niet anders om.

Hoe die behoefte ontstond en zich ontwikkelde, staat centraal in Paper. Kurlansky begint met het ontstaan van het schrift, om vervolgens over te gaan op de verschillende manieren waarop het schrift zich ontwikkelde en vooral ook waarop men schreef. Het oudste stuk papier stamt uit China (252 v.Chr.) De procedés die toegepast werden om papier te maken, zowel in het oude China als in de Arabische wereld, doet Kurlansky uitgebreid uit de doeken, en hij gaat ook uitgebreid in op de ontwikkeling van het schrift en de boekdrukkunst.

Het schrift is namelijk bepalend geweest voor productie en gebruik van papier in Europa. Een grote behoefte eraan ontstond pas in de dertiende eeuw, toen steeds meer mensen hun kennis op papier wilden zetten en ook de wetenschappen zich ontwikkelden. Een omslagpunt ziet Kurlansky, die veel fijne details opdist, bijvoorbeeld bij Dante en zijn Goddelijke Komedie. In dat epos gebruikte Dante als een van de eersten het woord papier. Het werd als materiaal voor de toekomst gezien waar veel meer mensen gebruik van zouden kunnen maken. Later had de boekdrukkunst in Europa ook een emancipatoire rol, omdat ons alfabet geschikter was voor drukwerk dan het Arabische schrift of de vele Chinese tekens. Een mooi voorbeeld van een groter publieksbereik is Don Quichot van Cervantes. Het boek werd op goedkoop papier gedrukt omdat de drukker een geringe verkoop verwachtte, en als het al verkocht werd zou vooral de ‘gewone’ man het oppikken. Papier en boekdrukkunst staan in Europa gelijk aan emancipatie: het elitaire Latijn op perkament werd vervangen door boeken in de moedertaal, pamfletten en speelkaarten.

Leonardo da Vinci maakte als een van de eersten zijn schetsen en aantekeningen op papier. De kunstwereld zou daarna niet meer zonder kunnen, stelt Kurlansky, om vervolgens meer voorbeelden te geven van bijvoorbeeld Dürer, Rembrandt en Turner. Technieken als etsen en aquarelleren vereisten papier van een betere kwaliteit. Kunstenaars die illustraties maakten die gedrukt konden worden raakten in zwang, al werd er op hen neer gekeken. Kurlansky haalt het voorbeeld aan van Rubens, die illustreren zag als iets minderwaardigs. Reden voor hem zich daar alleen op zondag mee bezig te houden.

Luther

Hoewel Kurlansky veel oog heeft voor de technische ontwikkelingen van papier en de gevolgen ervan voor politiek, kunst en het dagelijks leven in Europa, maakt hij weinig woorden vuil aan Maarten Luther. De Reformatie werd door Monro gezien als een revolutie die niet zonder papier en boekdrukkunst kon, maar Kurlansky stelt dat men toen alleen de mogelijkheden ervan goed inzag en die ook gebruikte.

De vraag of er veel verandert door digitalisering, is volgens Kurlansky niet relevant: we gebruiken nog steeds papier. Elke nieuwe ontwikkeling is volgens hem altijd al met argwaan bekeken. Het schrift zou de orale cultuur bedreigen, de boekdrukkunst was een gevaar voor de elite, de papiermolen funest voor de leefomgeving en de digitalisering een genadeklap voor het papier. Onzin, stelt Kurlansky: functies veranderen, ook die van papier, maar zelden verdwijnt iets helemaal. En dat is natuurlijk waar, maar of dat nu echt een visie is op veranderingen in de boekcultuur? Nee.