Niemand snapt de personages in ethisch schimmige adoptiehistorie

Het is een waargebeurde geschiedenis, en toch waren er maar liefst zes schrijvers voor nodig om er een filmverhaal van te maken. In dit geval is dat ook meteen de reden waarom Les chevaliers blancs van de Belgische regisseur Joachim Lafosse (wiens L’économie du couple ook dit najaar in de Nederlandse bioscopen wordt verwacht) zo wringt. Ze hebben de belevenissen van de voormalige vrijwillige brandweerman en amateurwelzijnswerker Éric Breteau niet rond kunnen breien.

Breteau en zijn organisatie L’Arche de Zoé kwamen in 2007 in opspraak door een adoptieschandaal waarbij kinderen uit Tsjaad aan Franse ouders waren beloofd. Bij zo’n op werkelijke gebeurtenissen gebaseerde film word je als toeschouwer óf medeplichtig, óf amateurdetective, maar in beide gevallen zoek je naar motief, rechtvaardiging, begrip. Dat Breteau (in de film: Jacques Arnault; immer broeierig-sympathiek gespeeld door Vincent Lindon) kinderen uit oorlogsgebieden een veilig huis wil geven is een thema dat Lafosse moet hebben aangesproken. In zijn films is hij altijd met het lot van kinderen in precaire gezinssituaties begaan.

De vraag of je om het goede te bereiken ook een ethisch schimmige weg mag bewandelen, is altijd interessant. Maar dan moet je als filmmaker en schrijfteam wel met iets komen.

Nu lijkt het alsof Lafosse zijn eigen personages niet snapt, en tijdens het filmen ook niet is gaan vatten. Misschien kunnen we ook niet alles begrijpen, maar het resultaat is visieloos. Als filmmaker moet je op z’n minst het niet-begrijpen trachten te doorgronden.