De PSV-perschef: ‘PSV wordt de meest open topclub van Europa’

Interview Thijs Slegers was kritische PSV-volger. Nu wil hij als perschef de club transparant maken. “We hebben bijvoorbeeld de hoogte van de kampioensbonus geopenbaard.”

PSV-perschef Thijs Slegers: midden, tweede van rechts.

De Herdgang, het trainingscomplex van PSV even buiten Eindhoven. Een dinsdagmorgen begin september vorig jaar. De spelers van PSV werken een lichte training af, na de interland tussen Nederland en Turkije. De spitsen werken af op doel, onder leiding van hoofdtrainer Philip Cocu en keeperstrainer Ruud Hesp. Een van de spitsen neemt de voorzet op zijn hak, draait de bal achter zijn standbeen langs, en schiet hard in het doel. “Heb je ‘m?”, vraagt Hesp aan een cameraman langs de kant.

Er is veel pers op de Herdgang. Naast de gebruikelijke volgers van Omroep Brabant en het Eindhovens Dagblad, loopt er een paar dagen een journalist van The Sunday Times rond voor een portret over PSV, dan nog tegenstander van Manchester United in de Champions League.

Een verslaggever van Telegraaf TV beent zenuwachtig het kantoor van perschef Thijs Slegers binnen. “Ik zag Omroep Brabant net met Jeffrey Bruma praten. Ze gingen naar binnen. Bruma is er nu toch niet vandoor?” Nee hoor, sust Slegers. “Jeffrey komt straks ook met jou praten.” Mag hij het dan ook over het Nederlands elftal hebben, vraagt de Telegraafman. “Hij mag over alles praten”, zegt Slegers.

Verboden onderwerpen, laat staan boycots van journalisten of zelfs media, zoals in het Verenigd Koninkrijk voorkomen, passen niet bij een club als PSV, zegt Slegers. Newcastle United die The Daily Telegraph bant, Swindon Town FC dat met geen enkel medium meer praat? “Zeer opmerkelijk”, zegt Slegers. Hij had het er die morgen nog over met de Sunday Times-reporter. “Dat is way too far.”

“Bij de club geldt wat ik ook wilde als journalist: spelers zijn altijd beschikbaar voor de media. Maar, het voetbal is leidend. Iedere speler iedere dag een uur vrijmaken voor de media is overdreven. Je moet je desondanks openstellen voor vragen van buitenaf. Daarover heb ik nu geen andere mening dan toen ik nog journalist was.”

Kaltgestellt

Begin september werkt Thijs Slegers zeven weken bij PSV. Na vijftien seizoenen VI en twee seizoenen De Telegraaf is hij nu voorlichter van een van de grootste clubs van Nederland. “Ik zit nu letterlijk aan de andere kant van de tafel.” Waarom? “Het aanbod kwam van de club. De directie - Toon Gerbrands, Marcel Brands en Phillip Cocu - willen op een andere manier gaan communiceren. Moderner vooral.”

Bij VI was Slegers een van de meeste kritische volgers van PSV. Heeft de club nu een luis in de pels kaltgestellt? “Dat was ook mijn eerste vraag. Nee, werd me verzekerd, dat is niet de bedoeling. PSV wil zijn communicatie vernieuwen. Ik begreep wel wat de directie bedoelde. Ik had het gevoel dat PSV soms moeite had met het managen van negatieve publiciteit: een sportieve dip, een andersoortige tegenvaller, een speler die over de schreef gaat.”

“Als het slecht gaat bij een voetbalclub, helemaal bij een topclub, dan is dat een geliefd onderwerp van gesprek. In het café en in de media. De lokale media gaan dan supporters interviewen op trainingscomplex De Herdgang. Die gaan kort door de bocht en als dat maar vaak genoeg voorbijkomt, dan ontstaat er ‘iets’.”

Ratrace

Heeft PSV moeite met kritiek? “Iedereen heeft recht op een mening. Als topclub moet je het accepteren dat de spotlights pijn doen als het even niet lekker gaat. Het is onder meer mijn taak om on en off the record te duiden, te informeren. Extern en intern. Even een praatje maken met een speler die er flink van langs krijgt kan er al voor zorgen dat die de kritiek in een bepaalde context leert plaatsen.”

Het is geen ramp, zegt Slegers, als je door een kolossale fout in een wedstrijd, of een opmerkelijke uitspraak, even onderwerp van gesprek bent. “Als topsporter moet je er wel van leren. Ik geloof in mediacoaching, niet in mediatraining. Even kletsen met een bak koffie werkt veel beter als 25 jongens in een klaslokaal zetten en ze uitleggen hoe ze zich moeten gedragen.”

Slegers: “Door de online ratrace om het voetbalnieuws en een versterker als sociale media, ben je binnen een mum van tijd een hype. Maar dat is vaak binnen een dag weer over. Van de media verwacht ik dat ze zich verdiepen in hun onderwerp. Dat is het minste. Een mening is subjectief, daar zal ik nooit iemand op aanspreken. Als een journalist fouten maakt, confronteer ik hem wel met de feiten. Ik wil dat hij zich een volgende keer beter informeert.”

Conservatieve wereld

Slegers wil dat PSV de “meest open” topclub van Europa wordt. Wat wil hij dan concreet veranderen? “Eerst simpele dingen. Bijvoorbeeld updates van geblesseerde spelers. En van transfers. Dat is heel ongebruikelijk tijdens onderhandelingen. Zo weten onze supporters wat er waar is van alle geruchten.”

Zouden voetbalclubs zich meer moeten realiseren dat zij ook een mediabedrijf zijn? “Supporters willen zoveel mogelijk zien van hun club. Dat vind ik goed, maar niet de kleedkamer. Dat is een safe zone. Daar moet een speler zichzelf kunnen zijn - met zijn frustraties, woede, blijdschap. Hij moet er alles kunnen zeggen zonder dat iedereen meekijkt. Nogmaals, voetbal is hier in alles leidend.”

Echt transparant zou PSV zijn als men de transferbedragen van spelers openbaart. “Afspraken over transfersommen lekken altijd voor 95 procent uit. Je kan ervoor kiezen om die bedragen te vertellen. Daarmee voorkom je misverstanden. Maar aan de andere kant: vorig seizoen gingen Wijnaldum en Depay weg voor totaal circa 50 miljoen euro. Mooi, denkt de gewone supporter dan, dat is 50 miljoen euro winst voor PSV. Dat is natuurlijk niet het geval. Er hangen vaak allerlei afspraken aan zo’n deal, maar wij leggen dat zo transparant mogelijk uit.”

Slegers meldt aan het einde van het seizoen van PSV nog: “We hebben bijvoorbeeld gekozen om de hoogte van de totale kampioensbonus te openbaren. Niet om te pochen, of de spelers in een bepaald daglicht te zetten, maar om uit te leggen dat je als club in een geweldig jaar ook wat hogere kosten hebt.”

Knip en plak

Slegers zegt dat hij zich ergert aan veel websites die voetbalnieuws van andere media overnemen. “De knip- en plaksites zijn mij een doorn in het oog. Zonder ook maar iets te checken, zetten ze van alles online. En wat ze ook doen: Jeffrey Bruma geeft een interview aan het AD. In 1.200 woorden legt hij uit waarom sommige dingen goed gaan en waarom andere dingen slecht gaan. Die sites halen er een paar quotes uit. Verkrachten ze, gebruiken een paar andere woorden, anders krijgen ze een probleem met het auteursrecht, en halen de gehele context weg. Dat is zó frustrerend voor de spelers; ze worden aangesproken op woorden die ze helemaal niet uitgesproken hebben. Ik weet dat ik de strijd niet ga winnen, maar ik blijf er tegen strijden.”

Slegers wil daarom altijd gaan verwijzen naar de originele interviews. “We tweeten een Blendle-link naar het originele stuk. Dan kunnen de fans zien hoe een speler de dingen echt heeft gezegd en in welke context. Ik hoop dat dat echt gaat werken.”

Het probleem is dat veel jongeren genoeg hebben aan zulke sites, weet ook Slegers. “De jeugd stelt zijn eigen mediakanalen samen. Die sites voldoen blijkbaar. Dat is heel vervelend voor de voetbalbedrijven en voor serieuze media die wel hun best doen om hoor en wederhoor toe te passen, meerdere bronnen te vinden, dingen te checken.”

PSV TV

Is meer eigen aanbod via PSV TV en sociale media dan een oplossing? “Nee, dat werkt niet zo”, zegt Slegers. “De Nederlander wil ook worden geïnformeerd door onafhankelijke media. Hij wil in onafhankelijke media lezen over zijn club. We maken wel PSV TV, maar het is en-en. Ter aanvulling van traditionele media, niet ter vervanging.”

Slegers roemt de manier waarop topclubs als Manchester United en FC Barcelona invulling geven aan eigen tv-stations. “Barça TV nodigt onafhankelijke analytici uit om te praten over de club. Dat proberen we nu ook bij PSV te doen. Analisten, journalisten, iedereen mag in ons programma zeggen hoe hij over PSV denkt.”

Krabbendam

Over het conflict tussen Feyenoord en Martijn Krabbendam zegt Slegers: “Ik ken Martijn als een fijne collega, een integer journalist. We zijn bevriend, maar ik kan objectief over hem oordelen. Hij is heel kritisch op de leiding van Feyenoord, maar Martijn heeft niet stelselmatig fouten gemaakt. Er zijn - zo ver ik weet - twee incidenten geweest die je hem of VI kunt verwijten. Daarvoor heeft hij zijn excuses gemaakt.”

“Ook heeft hij een interview niet laten lezen aan de leiding van Feyenoord. Op verzoek overigens van de geïnterviewde speler. Misschien niet zoals afgesproken. Daarom had hij dat kunnen zeggen tegen de persafdeling. Maar een boycot is het laatste middel dat je zou moeten toepassen.”