Na de begrafenis van opa Ban keek ik in mijn ouderlijk huis samen met de uitgedunde familie naar het journaal van acht uur: of er nog nieuws was over MX17.

Niet over de toedracht, evenmin over de schuldvraag. Aanstaande maandag zou er per Hercules versterking van de repatriëringsmissie naar Charkov gestuurd worden, ditmaal met speurhonden. In beeld verscheen nu een door springerige gekleurde vierkantjes onherkenbaar gemaakt vrouwengezicht. Volgens de presentator ‘een blondine’, maar zelfs het haar bestond uit een wemeling van verschuivende blokjes, zwart en blauw. Ze sprak met een Donald Duckachtig vervormde stem. De namen ‘Oekraïne’ en ‘Charkov’ vielen. ‘Wat heb je?’ vroeg Branda, want ik was bijna opgesprongen. ‘Niets. Charkov klinkt voor mij als Pavlov.’

Dwars door de fragmentatiebom van kubusjes heen had ik haar al herkend: Lina Kosinski. Dit was haar ware gezicht.

‘Het filmpje met haar verklaring,’ zei de commentaarstem, ‘is door de Oekraïense geheime dienst SBOe vrijgegeven. De vrouw is een Poolse woonachtig in Oost-Oekraïne. Ze spreekt hier Russisch.’

Wat ik nog niet van haar kende: de serviele gretigheid waarmee ze haar daden bekende. Het kon niet anders of de SBOe had haar, via chantage of marteling of allebei, onder druk gezet. Met een weelde aan details vertelde Lina over haar aandeel in de explosie in hardrockcafé Taras Boelba, en de geplande maar niet uitgevoerde bomaanslag op de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, toen die een paar dagen geleden in Charkov verbleef. De blokjesvrouw gaf onomwonden toe tot een cel van Russische agents-provocateurs te behoren, die vanuit Moskou werd aangestuurd en tot taak had de nog onvoldoende pro-Russische steden en gebieden in Oost-Oekraïne te destabiliseren. Ik zat zo verkrampt op de bank dat mijn botten en spieren er pijn van deden: elk moment kon mijn naam vallen of mijn portret in beeld verschijnen, en dan allerminst kubistisch vervormd. In plaats daarvan werden getoond: zware explosieven in een schuur, de gitaar van knipperend neon, de tankfabriek met de loods van de Nederlandse missie, inclusief de plekken (afvoerputjes) waar de mijnen waren geplaatst om de minister en zijn gevolg uit de weg te ruimen. Op het rangeerterrein van de fabriek maakten mannen met hogedrukspuiten een rij koelwagons vanbinnen schoon.

De chef van de SBOe sprak van ‘een gevaarlijke subversieve verkenningsgroep, bestaande uit een dozijn goedgetrainde leden’. Zijn beeltenis werd verdrongen door materiaal van verborgen camera’s, waarop te zien was hoe een vrouw (met afgewend gezicht) ‘een soort schooltas’ bij een cafébar neerzette. Niet getoond werd de man die de tas weer opnam en naar de betrokken dame terugbracht. In een moment van verstandsverbijsterende ijdelheid voelde ik me bijna gepasseerd omdat mijn rol, letterlijk, zo onderbelicht bleef. De reden was misschien dat de SBOe, godweet in overleg met de Nederlandse recherche, mij in dit stadium niet wilde alarmeren – om me straks des te makkelijker te kunnen oppakken, hier of in Charkov.

‘Er hangt iets opschepperigs rond dit filmpje,’ zei oom Niels. ‘Zo van: kijk ons, de geheime dienst, eens alert bezig zijn. Alsof ze iets willen repareren van hun geschonden internationale aanzien. Het vage vind ik dat niet verklaard wordt waarom de bomaanslag op het café wel werd uitgevoerd, en die op de minister niet.’

Lina, die rasverraadster, waarom had ze mij er niet bijgelapt? Of had ze me wel degelijk aangebracht, en zou ik spoedig met het verraad geconfronteerd worden? Het zou me toch niet gebeuren dat ze een zwak voor me had, en hoopte op een amoureuze hereniging of zo, vroeg of laat?

In de auto op weg naar De Pijp begon ik nog even over de journaaluitzending. Ik kon tegenover mezelf hardmaken dat ik overspel had gepleegd enkel en alleen uit spionageoverwegingen – maar mocht ik dat dan tegenover Branda verzwijgen? ‘Bran, die onherkenbaar gemaakte vrouw... ik ken haar. Ik heb haar ontmoet. Ik...’

‘Natuurlijk,’ bitste ze. ‘Een weekje Oekraïne, en dan hoeft er maar een terroriste op televisie te verschijnen of... of jij hebt persoonlijk met haar kennisgemaakt. Ja, hoor, ik geloof je. Doe me ‘n lol, Naat... is dit om me af te leiden van de Oekraïense herderinnetjes met wie jij bij nacht en ontij in het veld hebt gelegen?’

Alle reeds gepubliceerde afleveringen van het feuilleton zijn te vinden op nrc.nl/afth