Milieudefensie daagt overheid vanwege luchtvervuiling

De actiegroep eist dat de Nederlandse overheid binnen een halfjaar voldoet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit.

Actievoerders en Milieudefensie vragen met potten vuile lucht voor de Tweede Kamer om maatregelen voor gezonde lucht. Foto Valerie Kuypers / ANP

Actiegroep Milieudefensie heeft de Nederlandse staat voor de rechter gedaagd vanwege de slechte luchtkwaliteit op vele plekken in het land. Daarbij beroept de milieuorganisatie zich Europese en internationale verdragen en de plicht die de Nederlandse staat heeft om voor haar burgers, die een grondwettelijk rechts hebben op een gezond leefmilieu, te zorgen.

De organisatie eist dat de luchtkwaliteit binnen zes maanden overal in het land aan de Europese normen voldoet. In 2015 overschreed de luchtkwaliteit op elf van 58 plekken de Europese normen voor stikstofdioxide. De luchtvervuiling door stikstofdioxide en fijnstof kost, volgens de organisaties, burgers gemiddeld dertien maanden van hun leven.

In de voetsporen van Urgenda

De dagvaarding van Milieudefensie volgt op de revolutionaire uitspraak in de zaak-Urgenda. De zaak die burgerplatform Urgenda tegen de staat had aangespannen werd in juni vorig jaar beslist in het voordeel van de actiegroep. Hoewel particulieren zich in principe niet direct op Europese en internationale verdragen kunnen beroepen, heeft de Urgenda-zaak de deur geopend voor rechtstreekse inwerking. De rechter besloot destijds dat de staat op basis van de zorgplicht de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent moet verminderen voor 2020. De overheid is tegen die uitspraak in hoger beroep gegaan en die zaak loopt nog altijd.

NRC-redacteur Thomas Rueb sprak met Chris Backes, hoogleraar omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Deze aanklacht is zinvol, zegt Chris Backes. „Als Milieudefensie voor de rechter overtuigend kan aantonen dat de grenswaarden van luchtvervuiling inderdaad worden overschreden, kan de rechter de Staat dwingen een beter plan op te stellen.”
De belangrijkste jurisprudentie is volgens Backes het zogeheten ‘Janecek-arrest’ uit 2008. Met deze uitspraak bepaalde het Europees Hof dat direct betrokken burgers (in dat geval de Duitser Dieter Janecek) een actieplan tegen luchtvervuiling kunnen eisen bij gevaar voor overschrijding van de geldende milieunormen.

Over de Urgenda-zaak zei Backes: „Ik heb er ernstige twijfels bij dat die uitspraak blijft staan, maar dat is een heel anders soort zaak dan deze.”

Huidige normen niet streng genoeg

Milieudefensie eist niet alleen dat de Europese normen worden gerespecteerd, het wil dat de staat zich houdt aan de veel strengere normen van de Wereldgezondheidorganisatie: “De huidige normen zijn namelijk niet voldoende, die zorgen niet voor gezonde lucht. Deze rechtszaak is een principezaak. Wij willen voor iedereen schone lucht, die de gezondheid niet schaadt,” schrijft campagneleider mobiliteit Anne Knol op de website van Milieudefensie. Ook de gezondheidsraad vindt dat de huidige normen slecht zijn voor de gezondheid.

De verhoging van de maximumsnelheid naar 130 kilometer per uur wordt in de dagvaarding aangedragen als een belangrijke luchtvervuiler. Ook had de staat nooit toestemming moeten geven voor nieuwe kolencentrales en niet miljarden moeten investeren in asfalt.

Oplossingen

Er zijn volgens Milieudefensie echter ruimschootse mogelijkheden om de luchtkwaliteit te verbeteren. In de dagvaarding schrijft de organisatie dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) volledig in staat is om de maatregelen te nemen “zodat de kwaliteit van het leefmilieu en de gezondheid van de inwoners van Nederland eindelijk alsnog substantieel beter beschermd zal zijn.”

Het RIVM kwam zelf al met mogelijke maatregelen, zoals het invoeren van milieuzones als in Utrecht, het (fiscaal) stimuleren van elektrische auto’s en het verlagen van maximumsnelheden op rondwegen.