Milieudefensie daagt de Staat om schonere lucht af te dwingen

Leefmilieu

Met een beroep op Europese en Internationale verdragen hoopt Milieudefensie de Staat te dwingen tot maatregelen voor een betere luchtkwaliteit.

Milieudefensie daagt de Nederlandse Staat voor de rechter vanwege de slechte luchtkwaliteit op vele plaatsen in het land. De milieuorganisatie beroept zich op Europese en internationale verdragen, en op de plicht van de Nederlandse staat om voor haar burgers te zorgen. Burgers hebben grondwettelijk recht op een gezond leefmilieu.

Milieudefensie eist dat de luchtkwaliteit binnen zes maanden overal in het land aan de Europese normen voldoet. In 2015 overschreed de luchtkwaliteit volgens een meting van de organisatie op 11 van 58 plekken de Europese normen voor stikstofdioxide. Daardoor zouden duizenden mensen eerder kunnen overlijden.

Deze aanklacht is zinvol, zegt Chris Backes, hoogleraar omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht. „Als Milieudefensie voor de rechter overtuigend kan aantonen dat de grenswaarden van luchtvervuiling inderdaad worden overschreden, dan kan de rechter de Staat dwingen om een beter plan op te stellen.”

De belangrijkste jurisprudentie is volgens Backes het zogeheten ‘Janecek-arrest’ uit 2008. Met deze uitspraak bepaalde het Europees Hof dat direct betrokken burgers (in dat geval de Duitser Dieter Janecek) een actieplan tegen luchtvervuiling kunnen eisen bij gevaar voor overschrijding van de geldende milieunormen.

Mede-eisers van Milieudefensie zijn ruim vijftig burgers die gezondheidsschade zouden ondervinden. Ook is een crowdfundingactie op touw gezet, die door ruim 1.550 mensen werd gesteund. Deze dagvaarding volgt op de revolutionaire uitspraak in de zaak die burgerplatform Urgenda tegen de Staat aanspande. In juni 2015 besliste de rechter dat de overheid het milieubeleid moet aanscherpen. Momenteel dient een hoger beroep. Backes: „Ik heb er ernstige twijfels bij dat die uitspraak blijft staan, maar dat is een heel anders soort zaak dan deze.”