Luisteren: Dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

Licht versus duister deze week: pianiste Benelli Mosell voert je op haar album ‘Light’ al tongklakkend mee door de wereld van moderne muziek, terwijl dance-duo Hype Williams juist de dark side opzoekt.

  • ●●●●●

    Hype Williams : 10/10

    wiet

    Dance: Gelegenheidsduo Hype Williams verraste afgelopen week met hun eerste album sinds Black is Beautiful (2012). Afgelopen jaar waren Dean Blunt en Inga Copeland vooral druk met eigen projecten: Blunt bracht zijn visie op grime uit als Babyfather en Inga Copeland maakte de muziekvideo ‘Live in Paris’. Nu geven de r&b-bewerkers en bass-producers weer een inkijkje in hun grimmige universum. De wietplant op de voorkant verbeeldt de donkere trip waar je als luisteraar in belandt. ‘Brewing’ lijkt een wiegenliedje in mineur dat de komst van een moordclown in een horrorfilm aankondigt. Soms wordt dreigend lelijk: de schelle panfluit op ‘Watch’, ‘X-500’ en ‘Revelations’ doet simpelweg pijn. De eenvoud van de compositie en de slechte productiekwaliteit lijken iets te zeggen over de internetcultuur waarin recensies al daags na release verschijnen. Is 10/10 een vorm van protest? Rolinde Hoorntje


  • ●●●●

    Vanessa Benelli Mosell: Light

    pianist

    Klassiek: De Italiaanse pianiste Vanessa Benelli Mosell (28) raakte op jonge leeftijd in de ban van het werk van Karlheinz Stockhausen. De grote modernist was onder de indruk en liet haar bij hem thuis studeren. Benelli Mosell blijft zich voor zijn nalatenschap inspannen. Op haar nieuwe album, Light, koppelt ze Skrjabins 24 Preludes en andere korte werken aan Stockhausens Klavierstück XII. De combinatie pakt goed uit, al is haar pianistiek nog wat droog om de mysticus Skrjabin echt recht te doen. Maar in Stockhausen is een soeverein pianiste aan het woord. Ook letterlijk, want ze speelt niet alleen, ze wordt geacht te reciteren, te zingen en met haar tong te klakken. Haar uitvoering is overtuigend, spannend en bovenal volkomen natuurlijk. Waren er maar meer Vanessa’s om de bedreigde muziek van de twintigste eeuw te redden. Merlijn Kerkhof

  • ●●●●●

    Chris Robinson Brotherhood: Anyway You Love, We Know How You Feel

    brother

    Rock: Chris Robinson was de meest soulvolle rockzanger aller tijden, in de context van The Black Crowes met hun confronterende retrosound. Post-Crowes pakt Robinson het allemaal wat vriendelijker aan met zijn Chris Robinson Brotherhood, een jamband in de hippietraditie van The Grateful Dead. De stem heeft Robinson nog, maar hij hoeft niet meer op te boksen tegen het inferno van harde gitaren waarmee The Black Crowes als een wervelstorm over de internationale podia raasden. In plaats daarvan heeft Chris Robinson Brotherhood de zwoele synthesizer van Adam MacDougall die op dit vierde album alle ruimte krijgt om de angel uit de muziek te trekken. Als het in ‘Leave my guitar alone’ voorzichtig mag rocken, zingt Robinson als vanouds de sterren van de hemel. Jan Vollaard


  • ●●●●

    Busch Trio: Dvorák pianotrio’s

    busch

    Klassiek: Iets ten zuiden van Brussel ligt midden in de bossen van Waterloo de Koningin Elisabeth Kapel. Hier wordt internationaal toptalent getraind door beroemde muziekveteranen. Het resultaat is soms imponerend: het Busch Trio, in 2015 vanuit Londen in de Kapel beland, levert nu een hypnotiserend album met pianotrio’s van Dvorák, de eerste van een cd-cyclus van vier. De interpretatie is ouderwets in de beste zin: niet overdreven jeugdig extravert maar in dienst van de muziek. De wat dunne toon van de Nederlandse violist Mathieu van Bellen combineert prachtig met de introverte cellist Ori Epstein en de stabiele pianist Omri Epstein (broers, ja). Klinkt het Derde pianotrio al evenwichtig en gloeiend, bij het magische Vierde pianotrio ‘Dumky’ gaan de haren bij zoveel subtiliteit in dynamiek en timing recht overeind staan. Floris Don

  • ●●●●●

    Katatonia: The Fall of Hearts

    katatonia

    Pop: Het zijn vrolijke tijden voor deprimerende muziek. In een tijd waarin druilerige jaren-90-bands als My Dying Bride, Novembre en Paradise Lost de afgelopen tijd weer succesvol van zich lieten horen, is ook de depressieve rock van Katatonia uit Stockholm met een nieuwe drummer en gitarist weer boven Jan. Hun elfde album, The Fall of Hearts, is al even uit, maar te mooi om te laten liggen. De duistere, romantische heavy rock met evenveel invloeden van Opeth als van The Cure, zit vol oorwurmwaardige melodieën. De lekker larmoyante zang van Jonas Renske en de gitaar- en baslijnen van Anders Nyström zijn sterk genoeg om te voorkomen dat het album vol in de knop gebroken levens, harten en dromen als een getormenteerde pubermeidenplaat voelt. ‘Serein’ is zelfs een van de beste songs die de Zweden tot nu toe schreven. Neerslachtigheid klonk zelden zo aangenaam. Peter van der Ploeg

  • ●●●●

    Denis Matsuev: At the Royal Concertgebouw

    denis

    Klassiek: Denis Matsuev, is dat niet die Russische kogelstoter die niet naar Rio mag? Je zou het haast zeggen wanneer je hem ziet lopen, bijna uit de voegen van zijn maatpak barstend. Matsuev is een beer van een vent, onder wiens handen de Steinway iets weg heeft van een object dat moet worden opgetild en weggeslingerd. Tot hij de toetsen raakt althans. Want Matsuev is toch echt een pianist, en een die zijn plek heeft veroverd op de lange lijst giganten die Rusland heeft voortgebracht. Lees de hele recensie: Een kogelstoter met een sierlijk vingertje Joep Stapel


  • ●●●●●

    Denis Matsuev, SdBR & Mariss Jansons: Rhapsody

    mariss

    Klassiek: Twee dagen vóór zijn Amsterdamse recital trad Matsuev in München op met Mariss Jansons en het Bayerischer Rundfunk-orkest, en toevallig is ook dat concert nu op cd verschenen. Rhapsody bevat topuitvoeringen van vijf rapsodieën, met Matsuev als solist in George Gershwins ‘Rhapsody in Blue’: technisch onberispelijk, levendig, maar ook wat over the top en – is dit echt Gershwin? Lees de hele recensie: Een kogelstoter met een sierlijk vingertje Joep Stapel