Gelukkig geldt de zomerstop van de NPO niet voor docu’s

Gelukkig geldt de zomerstop van de NPO niet voor documentaires: iedere avond is er wel wat moois te zien. Zoals op maandag L’Chaim! – To Life!

L’Chaim – To Life (EO)

Na het avondje Jahjah had ik wel behoefte aan iets moois, iets goeds. L’Chaim! – To Life!, een documentaire over de lange nawerking van de Shoah, bood precies het juiste tegengif.

L’Chaim – To Life (2014) was eerst een korte film, die de Duitse regisseur Elkan Spiller dankzij crowdfunding kon uitbouwen en updaten. Vorig jaar draaide hij in de bioscoop.

Spiller volgt in L’Chaim zijn oom Chaim Lubelski en diens moeder Lotti. Chaim heeft een rusteloos leven gehad, als hippie, zwerver, broodschaker in Saint Tropez, en spijkerbroekenmiljonair in New York. Nu zorgt hij alleen nog voor zijn oude moeder.
De moeder heeft in het concentratiekamp gezeten, waar haar familie is vermoord. Haar dochter heeft onlangs zelfmoord gepleegd, maar dat houdt Chaim voor haar geheim. Hij vertelt dat de dochter in een inrichting in Israël zit. De hele nacht praat de moeder tegen foto’s van haar ouders en haar dochter.

Dit alles vertellen moeder en zoon terloops, ook veel lachend. De film laat vooral het dagelijks leven zien, afwisselend in Antwerpen en Israël: Chaim rijdt rond, loopt met zijn moeder over straat, ze maken het eten klaar, ze eten het op, of ze laten het staan.
Uit dat dagelijkse spreekt zoveel liefde en zorgzaamheid. Tegelijk vertelt de film het oude verhaal, van de kinderen die het leed van de ouders erven. De film doet denken aan Moeder & Grunberg, over de schrijver en zijn moeder Hannelore. En aan Little Angels, over een moeder en dochter in New York, die leven in de schaduw van de Shoah.

Chaim is een voormalige bon vivant – die ooit probeerde los te breken van zijn ouders en hun oorlogstrauma. Hij heeft nog wel de losse, opgeruimde houding van de bon vivant, maar hij is ondertussen ook ingehaald door de oorlog.

Dat zorgt voor een mengsel van levenslust en levensmoeheid. “Mijn levenshouding is eigenlijk heel goed. In negatieve zin”, zegt Chaim, gevolgd door een aanstekelijke lach: “Wanneer je in de put zit, kun je alleen maar omhoog.” Hij rookt veel hasjiesj. “Ik ben niet op zoek naar geluk. Alleen naar verdoving.”

Gelukkig geldt de zomerstop van de publieke omroep niet voor documentaires: iedere avond is er wel wat moois te zien. En ze worden vaak niet eens ingekort. Dat zal ongetwijfeld een prozaïsche reden hebben - de omroep heeft er veel op de plank liggen, dus worden ze er in de zomer doorheen gejast, als toch niemand kijkt – maar aangenaam is het wel. Ze kosten je wel je nachtrust, want ze worden deels laat uitgezonden. En daarna kun je ook niet slapen, omdat het getoonde leed na-ijlt. En dan komen de vrienden langs die je zelf bent verloren.

Voor Chaim is het leven goeddeels zinloos. De goede God is het enige zinvolle, zegt hij. Vertaald voor de ongelovige kijker: God is het woord voor het onbenoembare wat het leven zin geeft, als je verder voornamelijk zinloos leed ziet.

Als zijn moeder is overleden, zie je Chaim op het graf in de sneeuw een zacht brandende olielamp neerzetten, die hij stevig inpakt in plastic folie. Dat is God.