Intiem met El Bosco

Jeroen Bosch Nog nooit waren zoveel werken van Jeroen Bosch bijeen als nu op de tentoonstelling in Madrid. Met dank aan de zussen Maite en Rocío Dávila.

©

Iedere keer weer als Maite Dávila naar het werk van Jeroen Bosch kijkt, krijgt ze een speciaal gevoel van binnen. Als restaurateur kroop ze in de huid van de Nederlandse schilder en probeerde zijn ziel te ontdekken. Haar handen voerden uit wat El Bosco met zijn werk in gedachten had. „Althans dat probeer ik zo goed mogelijk te doen. De verantwoordelijkheid is erg groot”, zegt Dávila voor De Hooiwagen van Bosch in kloosterpaleis El Escorial. „Het blijft werk van een ander. En dat moet je altijd respecteren.”

Jeroen Bosch staat vijfhonderd jaar na zijn overlijden vol in de schijnwerpers in Nederland én in Spanje. Na een succesvolle tentoonstelling in zijn geboorteplaats ’s-Hertogenbosch kan het Spaanse publiek sinds begin juni in het Prado Museum genieten van een grootse tentoonstelling. Ook El Escorial heeft een kleine expositie geopend, met de gerestaureerde kopie van De Hooiwagen als blikvanger.

Nog nooit waren er zoveel werken van Bosch bijeen als nu in Madrid. Voor een deel is dit te danken aan de Spaanse zussen Maite en Rocío Dávila, die de schilderijen hun oude glans teruggaven.

Halverwege de expositie in het Prado schittert De Tuin der Lusten in volle glorie. Het indrukwekkende drieluik staat zonder enige bescherming op een ovale witte tafel. Dichterbij kan je als bezoeker bijna niet komen. Maite Dávila mocht toch nog een stap verder gaan. Jaar na jaar had ze het werk letterlijk in handen. „Soms was ik uren of dagen achtereen bezig met een klein detail. Dan sloot ik me op en ging ik helemaal op in het werk. Andere dagen werkte ik aan grote stukken van één kleur. Maar altijd was het bijzonder om te mogen doen, want ik zie het als een voorrecht.”

De Tuin der Lusten in groot formaat bekijken? Dat kan hier

Maite Dávila behoort tot de eerste generatie restaurateurs die op academische wijze haar vak heeft geleerd. Het Prado Museum sloot haar aan het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw direct in de armen. De afgelopen 35 jaar kreeg ze vele meesterwerken in handen. Van Velázquez tot Rogier van der Weyden en van Memling tot Bosch. Niet zelden waren werken zozeer beschadigd dat hele delen ontbraken. Dávila: „Schilderijen zijn soms ernstig verwoest door brand of waterschade. Alleen door heel goed de maker te bestuderen kun je iets herstellen. Soms moet je de fouten van voorgangers zien te herstellen. Het hangt van de interventie van de restaurateur af of iets zijn originele waarde behoudt.”

Hoewel van het leven van Bosch vrijwel niets bekend is, denkt Dávila toch de schilder te kunnen doorgronden. „Ik ken hem uiteraard niet door en door, hoe graag ik dat ook zou willen. El Bosco gebruikt in één schilderij verschillende technieken. Soms heeft hij een penseelstreepje nodig om licht te laten schijnen. Dat is de magie van de meester.”

Restaureren is teamwerk, zegt Dávila. „Bij de restauratie maak je voortdurend gebruik van kennis van anderen. En het is zaak heel veel te kijken naar het werk en er voortdurend over na te denken. Soms ga je met een hoofd vol zorgen naar huis. Het werk verricht je deels op intuïtie; het moet goed voelen. En soms raakt iets je recht in het hart. Dan raak ik geëmotioneerd en ben ik vervuld van geluk.”

Voor de kenners zijn de handen van Dávila zichtbaar in verschillende schilderijen van Bosch. Ze lacht bescheiden als haar wordt gevraagd of De Tuin der Lusten nu ook niet een beetje haar werk is geworden. „Nee, daar is geen sprake van. Ik zou zelf ook niet zo kunnen schilderen. Dat is een heel ander vak dan restaureren. Ik probeer zo dicht mogelijk bij het originele werk te blijven. Ik werk met ander materiaal dan de meester ter beschikking had. Zo gebruik ik veel aquarel. Dat is relatief makkelijk weer weg te halen. De technieken zijn steeds verder verbeterd. Het is van belang dat mensen in de toekomst het werk verder blijven analyseren en bestuderen.”

De versie van De Hooiwagen van El Escorial mag dan misschien niet te boek staan als origineel werk van Bosch, maar de Spaanse is ervan overtuigd dat hij er zijn bijdrage aan heeft geleverd. „Ik weet zeker dat delen ervan door El Bosco zijn geschilderd. Dat voel ik. En dat zie ik aan hele kleine dingen. Dat is moeilijk onder woorden te brengen. Mijn zus heeft de originele Hooiwagen van het Prado Museum gerestaureerd. Die heeft me veel geholpen met de restauratie van De Hooiwagen voor El Escorial. Op sommige plekken ontbraken hoofden van mensen of waren hele delen flink beschadigd. Op basis van kennis en gevoel heb ik die teruggebracht. Nu lijken de twee Hooiwagens weer op elkaar. Ze wijken slechts in enkele details van elkaar af.”

Maite Dávila raakt naar eigen zeggen nooit uitgekeken op het werk van El Bosco. „Het klinkt misschien gek, maar ik ontdek nog iedere keer weer wat nieuws. De Tuin der Lusten is zijn absolute meesterwerk. De restauratie daarvan voelde als een openhartoperatie. Bij alles wat je doet moet je zeker zijn van je zaak. Bij Bosch moet je wel voorzichtig zijn. Angst om iets fout te doen heb ik nooit gekend, integendeel. Ik ben zeer dankbaar dat ik met mijn handen zo dicht bij Bosch ben gekomen. Dit werk is zeer intiem.”

De restaurateur zou Bosch graag in het echt hebben gekend. „Ik weet niet wat ik hem als eerste zou willen vragen. Zijn werk is zo uniek. Met zijn schilderijen vertelt hij talloze prachtige verhalen met zeer veel historische waarde. Soms lijkt het wel een stripverhaal. Ik zou, denk ik, met open mond naar hem luisteren.”

De tentoonstelling El Bosco. La exposición del V centenario is t/m 11 september te zien in Museo Nacional del Prado, Madrid. Zie: museodelprado.es