In het kalifaat zorgen vrouwen niet alleen voor de kinderen

Maandagavond kwam Laura H. terug uit IS-gebied. Het OM verdenkt haar van deelname aan terroristische organisatie. Is een zaak tegen haar kansrijk?

Een kind staat naast kookpannen in het noorden van Syrië. Foto: Delil Souleiman/AFP

Is het hebben van een gezin in IS-gebied strafbaar? Het is een van de vele vragen die de kwestie Laura H. oproept. De 20-jarige vrouw die zegt begin juli uit Syrisch IS-gebied te zijn gevlucht, en maandagavond terugkeerde op Schiphol, wordt door het Openbaar Ministerie verdacht van deelname aan een terroristische organisatie.

Zelf zei H. tot nu toe dat ze niet veel anders heeft gedaan zorgen voor haar twee kleine kinderen van vier en één jaar oud. En proberen te vluchten. Dit nadat ze vorig jaar onder valse voorwendselen door haar man naar Syrië was meegelokt.

Het OM gelooft daar vooralsnog weinig van. „Het is niet aannemelijk dat het voor buitenlandse vrouwen mogelijk is in Syrië te verblijven zonder betrokken te raken bij de gewapende strijd of de ondersteuning daarvan”, aldus de OM-woordvoerster. „Dat blijkt uit diverse rapporten.”

Dagelijks leven

Daarbij doelt het OM op twee publicaties. Inlichtingendienst AIVD schreef begin dit jaar over het dagelijks leven in het Kalifaat. Kort daarna publiceerden de jihad-deskundigen Daan Weggemans en Edwin Bakker een rapport over hetzelfde onderwerp (Bestemming Syrië).

Met name het AIVD-rapport beschrijft activiteiten van buitenlandse vrouwen in IS-gebied waarvoor veroordeling mogelijk is. Ze kunnen bijvoorbeeld andere vrouwen recruteren, vaak familieleden of vriendinnen. De 22-jarige Shukri F. uit Zoetermeer die in 2013 met haar man uitreisde naar Syrië, werd na haar terugkeer voor dat type ronselpraktijk vervolgd. Daar bleef in hoger beroep overigens weinig van over. Uiteindelijk werd F. begin vorige maand veroordeeld voor opruiing, wegens het verspreiden van propagandistische teksten. Ze kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Ook de AIVD wijst in haar rapport op de rol van vrouwen bij opruiing. Zo kunnen ze in Syrië of Irak betrokken zijn bij het produceren van IS-propagandamateriaal. Andere ondersteunende taken die worden genoemd, zijn werk in het onderwijs en de zorg.

Weggemans en Bakker wijzen er in hun rapport Bestemming Syrië op dat buitenlandse vrouwen zoals H. „over het algemeen het huishouden op zich nemen en niet vechten”. Dat maakt de kans op vervolging of een veroordeling kleiner. Toch is het gebruik van geweld niet slechts aan mannen voorbehouden, zo blijkt uit het rapport. Zo vertelde een jonge Nederlandse vrouw halverwege 2015 over haar nieuwe taak: het uitdelen van zweepslagen. „Een nieuwe leuke ervaring”, liet ze volgens de auteurs weten.

Met een sisser

Tot nu toe liepen de meeste zaken tegen vrouwelijke uitreizigers en terugkeerders met een sisser af, vertelt advocaat André Seebregts. Hij stond meerdere terreurverdachten bij. „Meereizende Nederlandse vrouwen werden bijvoorbeeld wel aangehouden en verhoord, maar na korte tijd toch weer vrijgelaten”. Een zaak tegen de 19-jarige Aïcha uit Maastricht, die gedesillusioneerd terugkeerde uit Syrië, werd in 2015 geseponeerd bij gebrek aan bewijs.

De bewijsvoering voor daadwerkelijke betrokkenheid bij strafbare feiten in IS-gebied is in de meeste gevallen „complex en niet gemakkelijk”, erkent ook de OM-woordvoerster. De komende tijd moet blijken of Facebook-postings of andere berichten van of over H. zijn gevonden, die op een strafbaar feit wijzen.

H. kan niet gerust zijn op een goede afloop, waarschuwt advocaat Seebregts. Dat komt niet alleen doordat het OM het begrip ‘deelname aan een terroristische organisatie’ steeds meer is gaan oprekken. Seebregts wijst op een uitspraak van de Rotterdamse rechtbank uit februari van dit jaar. Daarbij werd een man veroordeeld op basis van een brede definitie. „Ook indien zaken ten goede komen aan deelnemers/strijders van de organisatie [IS], kan dit als deelneming aan die organisatie worden gezien”, aldus de Rotterdamse rechter.

Kwetsbaar meisje

Over Laura H. is nog zoveel onbekend dat de komende maanden ook andere juridische kwesties kunnen opduiken. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk waarom zij en haar Nederlandse man, van Palestijns-Duitse afkomst, september vorig jaar plotseling vertrokken naar Turkije. Zelf verklaarde H. dat haar man het gezin had voorgesteld op vakantie te gaan naar Turkije. Ze wist niet dat ze van daar uit naar IS-gebied zou gaan.

„Ik dacht dat we naar een vluchtelingenkamp gingen. Ik wist niet dat we Syrië in zouden gaan, hij dwong me.”

Haar vader vertelde eerder NRC dat Laura een kwetsbaar meisje was, en al op het vmbo kampte met problemen. Hierdoor zou zij een makkelijke prooi zijn geweest voor ronselaars.

Het gezin belandde vorig najaar in Raqqa, de hoofdstad van het zogeheten kalifaat van IS. Na anderhalve week vertrok het gezin echter alweer. Ook daarvan is de reden onbekend. Het gezin reisde door onveilig gebied naar Mosul in Irak. In haar woning werd ze doorlopend bewaakt door gewapende mannen, vertelde H. later.

Koerdische Peshmerga-strijders hebben haar begin juli in Mosul bevrijd, zo vertelde ze het Koerdische televisiestation Kurdistan 24.

„Ik probeerde doorlopend te vluchten uit de hel waarin ik leefde.”