In bed met een stervende

InterviewMichel Franco & Tim Roth

Regisseur Michel Franco onderzoekt hoe moeilijk terminale zorg is in zijn confronterende film ‘Chronic’.

Hoe Chronic begon? Vrij simpel, zegt de Mexicaanse regisseur Michel Franco: met het lange sterfbed van zijn oma in 2010. „Mijn tantes zijn geschift, ze zaten elkaar en de verplegers continu in de haren, ontsloegen er zelfs één.” Franco werd nieuwsgierig. Terminale zorg, dat kan toch moeilijk een gewone baan zijn?

We spreken Michel Franco en acteur Tim Roth al in mei 2015 in Cannes: de Nederlandse filmdistributeur wist kennelijk niet echt wat hij met het voortreffelijke Chronic aanmoet – een zeer confronterende film over de dood. Het is een probleem, vindt acteur Tim Roth (55), die in Cannes net klaar is met vijf maanden werk aan Tarantino’s The Hateful Eight. „De dood. Gatsie. Liever niet. Maar hij komt bij u langs. Bij uw ouders of uw kinderen, God verhoede. En dan zitten wij met onze mond vol tanden want hebben we geen vocabulaire. Ik weet niet of jullie wel eens een sterfbed hebben meegemaakt? Niemand weet wat hij moet zeggen of doen, we fladderen vaak maar wat in het rond.”

Wat zonde is, denk Roth: veel mensen kijken zo met spijt op dat sterfbed terug, op alles wat ongezegd bleef. „Je kan ook de beste, meest intieme momenten met je vader of moeder beleven. Ik ken een vriendin die bij haar vader in bed kroop toen hij stierf. Tussen hen was dat helemaal gepast. Je moet de dood niet uit het leven bannen, denk ik.”

Regisseur Michel Franco weet dat nog zo net niet. Iedereen leeft langer, maar sterft ook langer, werp ik voor. Moeten wij ons, als het middeleeuwse ‘memento mori’, echt meer van de dood bewust zijn? Franco: „Ik wil er eigenlijk liever niet over nadenken, het is angstwekkend. Maar ja, dan maak ik er een film over. Theoretisch is het waarschijnlijk beter de dood te accepteren en onder ogen te zien.”

Michel Franco deed uitgebreid research naar terminale verplegers, te beginnen met „de parade die, dankzij mijn tantes, langs het sterfbed van mijn grootmoeder trok.” Toen hij in 2012 in Cannes acteur Tim Roth leerde kennen, wilde die graag de verpleger spelen. Een buitenkans voor Franco, die de film van Mexico naar de Verenigde Staten verplaatste. Roth: „Ik heb daarna heel veel terminale verplegers geobserveerd. Ze bewegen zo traag en gracieus, het is bijna tai chi. Bij de opname was altijd een verpleger aanwezig om te controleren of ik het goed deed.”

Michel Franco wil niet suggereren dat je in de terminale zorg gaat uit morbide motieven. Maar een normaal beroep lijkt het ook niet. „Ik heb verplegers ontmoet die er licht mee omgaan, die de grofste grappen maken over de dood. Maar ik vroeg een verpleegster: ‘je dienst zit erop, je laat de patiënt achter, je gaat naar je gezin: vergeet je hem dan?’ Ze zei: ‘Nee, ik denk de hele avond aan hem.’ Dat beviel haar in zekere zin. Niet dat ze de dood zo leuk vond, maar het absorbeerde haar.”

In Chronic absorbeert de dood verpleger David zozeer dat hij geen eigen leven heeft. Waarom? Franco weifelt even. „Ik wil niet te veel uitleggen. David gaat zo op in zijn patiënten, dat hij geen energie voor anderen meer heeft. Dat is ook een vlucht, een fantasie. Hij heeft een moeilijk verleden, die betrokkenheid is een vlucht naar hun realiteit. Voor sommige verplegers is dat een drijfveer: tijdelijke verlossing uit hun eigen leven.”

In Chronic leidt de intimiteit van verpleger en stervende soms tot jaloezie, zelfs een aanklacht wegens seksueel misbruik. Franco: „Een verpleger werkt met naakte mensen, hij wast geslachtsdelen. Gaat David te ver als hij samen met een patiënt porno kijkt? Ik heb geen idee. Kan je afstandelijk en professioneel blijven als je zo lang zo intiem bent? We zijn toch mensen? Vaak trouwen patiënten met hun verpleger: neem Stephen Hawking. Maar het zorgt vaak voor jaloezie. Je ziet je eigen vader huilen in de armen van een verpleger, veel intiemer dan hij met jou is. Je voelt je buitengesloten.”

Of de samenleving goed omgaat met stervenden? Dat is erg individueel, denkt Franco. „Als mijn research me iets heeft geleerd, is het dat elk sterfbed anders is. Het lijkt bijna geluk, geld heeft daar weinig mee te maken. Brrr. Ik word nerveus als ik hierover praat.”