Handtekeningen om Maduro weg te krijgen

Venezuela De oppositie probeert een vuist te maken naar president Maduro. Maar een referendum over diens vertrek is nog niet in zicht.

Demonstratie vorige week in Caracas om een referendum af te dwingen over het aftreden van president Maduro. Foto Federico Parra/AFP

De Venezolaanse oppositie heeft een belangrijke stap gezet in het afdwingen van een referendum dat een eind kan maken aan het presidentschap van Nicolás Maduro. De oppositie verzamelde 408.000 handtekeningen, meer dan het dubbele van het aantal dat nodig is om de eerste fase te voltooien. Dat maakte de voorzitter van de Nationale Kiesraad maandagavond bekend.

Als er een referendum wordt gehouden, is de kans groot dat Maduro het veld moet ruimen. De onvrede over zijn beleid is groot en groeit. Venezuela is volledig afhankelijk van olie-inkomsten. Door jarenlang wanbeleid en de dalende olieprijs komt er nog nauwelijks geld binnen. Het gevolg: een torenhoge inflatie, geen geld meer voor de import van voedsel, medicijnen en andere basisgoederen, de publieke voorzieningen zijn in deplorabele staat en de misdaadcijfers rijzen de pan uit.

Veel Venezolanen hebben er een dagtaak aan om voldoende eten te verzamelen. Wie daarin niet slaagt, moet het doen met een maaltijd minder, of helemaal geen eten op een dag.

Toch is dat referendum met deze eerste fase nog altijd niet in zicht. De Nationale Kiesraad, verantwoordelijk voor de begeleiding van het proces, heeft nog geen datum bekendgemaakt waarop de volgende fase in werking treedt. In die fase moet de oppositie de handtekeningen verzamelen van 20 procent van alle geregistreerde Venezolaanse kiezers, wat neer komt op zo’n vier miljoen handtekeningen.

Dat zijn er veel, maar tegenstanders van het regime zien een groter obstakel. Zij wijzen op sabotage door Maduro’s aanhangers. Verschillende ngo’s, waaronder Transparencia Venezuela, beschuldigen de regeringsgezinde Kiesraad ervan „de activering van het referendum systematisch te vertragen en voorwaarden te stellen die niet zijn opgenomen in de grondwet noch in de goedgekeurde electorale regels.”

Cruciale timing

De timing van het referendum is cruciaal. Vindt een referendum plaats vóór 10 januari en stemmen de Venezolanen Maduro weg, zoals peilingen nu uitwijzen, dan komen er nieuwe verkiezingen. Daarmee creëert de oppositie de mogelijkheid een einde te maken aan het bewind van de socialisten, die al 18 jaar aan de macht zijn.

Als het referendum na die datum wordt uitgeschreven, neemt de vicepresident de taken van Maduro over, en blijven de socialisten in het zadel, ten minste tot de volgende presidentsverkiezingen, die gepland staan voor eind 2018.

Er staat dus veel op het spel. Maar de oppositie slaagt er maar niet in tegenwicht te bieden aan de autoritaire Maduro. In december won ze voor het eerst in zeventien jaar een meerderheid in het parlement. Daarmee kwam de wetgevende macht in handen van de oppositie.

Maar de uitvoerende en de rechterlijke macht bleven bij de socialisten. Sindsdien voert regeringspartij PSUV een harde strijd om het de oppositie zo moeilijk mogelijk te maken hun wettelijk toegestane taken uit te voeren.

Met het organiseren van dit referendum zet de oppositie, een verzameling van twintig partijen verenigd in de Tafel van Democratische Eenheid, nu alles op alles om haar positie te bestendigen. Maar ook hier krijgt zij volop tegenstand. Aan de regering gelieerde ambtenaren zeiden tegen media dat zij het referendum niet in 2016 zullen laten plaatsvinden.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry waarschuwde Venezuela „geen vertragingsspelletje” te spelen met dit referendum. Maduro, een voormalig buschauffeur die door zijn voorganger Hugo Chávez werd gekozen tot diens opvolger, liet eerder deze maand al in ferme termen weten hoe hij over het referendum denkt:

„Het referendum zal niet plaatsvinden, want de oppositie heeft een constitutioneel proces veranderd in fraude.”