De tien plagen van de voetbaljournalistiek

Voetbalpers

De voetbaljournalist heeft een ongemakkelijke verhouding met zijn onderwerp. Voor de start van het nieuwe eredivisieseizoen duikt NRC in de wereld van de voetbaljournalistiek. Van onafhankelijke verslaggeving is nauwelijks meer sprake.

Achter de schermen bij de oefenwedstrijd Feyenoord-Valencia, eind vorige maand. Feyenoord won met 2-1. Foto David van Dam

Natuurlijk doet zo’n boycot me wel wat, zegt Martijn Krabbendam op een novemberochtend in Bar Brasserie Engels in Rotterdam. „Maar ik blijf gewoon mijn werk doen. Dan maar zonder medewerking van Feyenoord.”

Krabbendam is redacteur van Voetbal International (VI), het grootste voetbalweekblad van Nederland. Hij is het type joviale voetbaljournalist. Een dertiger met een vrolijk gezicht en kort donker haar. Krabbendam is VI’s vaste volger van Feyenoord en het Nederlands elftal.

In de zomer van 2015 is Martijn Krabbendam zelf nieuws. In het trainingskamp in Tirol hebben aanvoerder Dirk Kuijt en zijn collega’s besloten dat zij niet langer met Krabbendam willen werken: hij zou slordig zijn, afspraken schenden en interviews niet aanpassen. Feyenoord vindt hem maar lastig. Zo blijft Krabbendam maar schrijven over een mislukte miljoenentransfer van middenvelder Jonathan de Guzman – de schuld van directeur Gudde, herhaalt Krabbendam steeds, tot ergernis van Feyenoord.

Een boycot? In de Nederlandse journalistiek?

Op het eerste gezicht lijkt de maatregel van Feyenoord een conflict in de marge van het Nederlandse voetbal. Niets om je druk over te maken, nu de eredivisie deze week weer begint (vrijdag 5 augustus, NEC-PEC). Maar nader onderzoek naar de zaak-Krabbendam – tijdens het afgelopen seizoen – leert dat de voetbaljournalistiek onder druk staat. Veel meer dan vroeger, blijkt uit veertien gesprekken met sportjournalisten, perschefs van vier grote clubs, en andere betrokkenen uit de voetbalwereld.

„De voetbaljournalistiek is een jungle geworden”, zegt Kees Jansma (FOX Sports, ex-perschef Oranje). Arno Vermeulen (NOS Studio Sport): „De onafhankelijke voetbalpers wordt bedreigd. Voetballers hebben ons niet meer nodig – denken ze.” Marina Witte van belangenorganisatie Nederlandse Sport Pers: „Het belang van de kritische pers wordt steeds kleiner.”

Hoe komt dat? Wat zegt de zaak-Krabbendam over de voetbaljournalistiek in Nederland?

Financiële belangen

De onafhankelijke sportjournalist, blijkt uit het NRC-onderzoek, zit klem tussen de profclubs aan de ene kant en de televisie- en telecombedrijven anderzijds. Wie de tv-rechten in bezit heeft, bepaalt de publiciteit.

Volgens accountants- en adviesbureau Deloitte hadden de twintig grootste voetbalclub s in Europa vorig seizoen een gezamenlijke begroting van 6,5 miljard euro. Dat is vier keer zo veel als twintig jaar geleden. Ajax, de club met de hoogste begroting van Nederland, had in 1996 een omzet van 60 miljoen gulden – het afgelopen seizoen was dat 65 miljoen euro.

Ondertussen investeren tv-zenders heel veel geld in uitzendrechten. In juni werd bekend dat abonneezender Sky Deutschland 3,5 miljard euro betaalt voor vier jaar Bundesliga, 80 procent meer dan het vorige vierjarige contract. NBC kocht de live rechten van de Engelse Premier League voor de VS voor 1 miljard dollar (periode van zes jaar). En de NOS betaalde naar schatting 22 miljoen euro voor de samenvattingen van de eredivisie (60 procent meer dan eerdere overeenkomsten).

Tussen clubs en tv is de afgelopen twintig jaar een „symbiotische relatie” ontstaan, stelt Deloitte. Het voetbal heeft de tv-gelden nodig. Die inkomsten groeien harder dan die uit tickets, transfers en sponsoring. En omgekeerd, de zenders worden afhankelijk van voetbal.

Deze toegenomen financiële belangen gaan samen met een ‘professioneler’ mediabeleid: clubs en spelers nemen de controle over wat er wel of niet in het nieuws komt over spelers. Wie zulke grote belangen heeft, zit niet te wachten op slecht nieuws of kritische vragen van journalisten.

De sportjournalist heeft al decennia een ongemakkelijke verhouding met zijn onderwerp. Het grootste probleem is „het handhaven van afstand en objectiviteit ten opzichte van de sportwereld”, zoals sportsocioloog en oud-Olympisch roeier Ruud Stokvis het al veertien jaar geleden in de bundel Journalistieke cultuur in Nederland omschreef.

In de geschiedenis van de sportjournalistiek schaarde de pers zich volgens Stokvis moeiteloos achter de op dat moment dominante visie op sport. In het begin van de twintigste eeuw was de sportjournalist vooral vertegenwoordiger van de bestuurders. Na de Tweede Wereldoorlog moest sport gestimuleerd worden uit pedagogisch oogpunt.

Sinds het begin van de jaren zeventig richt de pers zich meer op de sporters. „Voor de sportjournalist is het vinden van toegang tot de sterren in de sport van groot belang geworden.” Stokvis ziet sportjournalisten van de laatste decennia vooral als starkissers. Dat is schadelijk voor de waarheidsvinding, stelt Stokvis.

Kritische, onafhankelijke voetbaljournalistiek is nog niet helemaal verdwenen, bleek uit publicaties van TC Tubantia, de Volkskrant en Nieuwsuur over de financiële chaos bij FC Twente, de corruptie bij de FIFA en matchfixing in het Nederlandse voetbal. Maar dit soort journalistiek wordt ernstig bedreigd. In de aanloop naar het nieuwe Eredivisieseizoen zetten we de tien plagen van de voetbaljournalistiek op een rij.