De vakvereniging: ‘Traditionele media zijn van ondergeschikt belang geworden’

Interview De journalisten van vakvereniging Nederlandse Sport Pers (NSP) zien een steeds grotere greep van de clubs op interviews. ,Een vorm van stille chantage”

NSP-directeur Marina Witte: midden, tweede van links.

Zonder pas van de Nederlandse Sport Pers kom je als voetbalverslaggever het stadion niet gratis in. “Het belang van de kritische pers neemt af”, zegt Marina Witte, directeur van de Nederlandse Sport Pers (NSP). Het beroep van sportjournalist is moeilijker geworden.”

Witte: “De nieuwsredacties zijn kleiner dan vroeger. Zij moeten meer doen met minder mensen. Zo dreigt het werk oppervlakkiger te worden. Kranten zetten meer freelancers in, maar die hebben geen belang bij het stellen van kritische vragen. Bij doorvragen, bij onderzoek doen. Als een club niet meer met hen wil werken, zijn zij hun broodwinning kwijt.”

Ondergeschikt belang

Voor de bekerfinale van vorig seizoen, tussen FC Utrecht en Feyenoord, wilde de Utrechtse club achttien plaatsen op de perstribune. Witte: “Eigen media van FC Utrecht: de perschefs, de site, het blad, het tv-kanaal, de analisten, het videosysteem. Dit is overal zo langzamerhand een groot probleem want de perstribunes worden er niet groter op.”

Natuurlijk zouden we overal heen moeten, zegt Max van der Put (Brabants Dagblad): “Maar als FC Oss uit speelt in Emmen, en we hebben weinig mensen, dan is de verleiding groot om het verslag te tikken vanaf de redactie, van de tv.”

Van der Put is de vaste volger van Willem II. “Al heel lang”, zegt hij met een lach. “Mijn werk is erg veranderd. Vroeger bekeek je rustig een wedstrijd. Af en toe maakte je een aantekening en dan schreef je je verslag.” Nu moet hij al voor en tijdens de wedstrijd actief zijn op internet. “Twitteren tijdens de wedstrijd, soms een live blog maken, aan het einde van de wedstrijd snel een eerste indruk doorsturen. Met foto, voor de site. Dan als een dolle naar beneden, naar de kleedkamer. En daarna moet ik nog een verslag tikken. Het is veel hectischer.”

Oneerlijke concurrentie, zegt Van der Put, komt van de eigen media van clubs. “Wij zien wel het verschil in kwaliteit tussen de clubmedia en nieuwsmedia. Maar de rest van het publiek vaak niet. Op sociale media worden bijdragen van clubmedia veel gedeeld.” Volgens Van der Put willen ze nieuws voor zichzelf houden. “Nu hebben zij ook de hits. Het belang van de kritische pers wordt kleiner.”

Van der Put: “Primeurs zijn niet zo veel meer waard. Omroep Brabant neemt regelmatig een nieuwtje van ons over. Andere sites verwijzen dan weer naar de website van de omroep. Moet ik die weer mailen of bellen: het is nieuws van het Brabants Dagblad, hoor!”

Nieuws haalt hij in elk geval niet meer van de plichtmatige persconferenties na de wedstrijd. “Ik vraag niks meer. Dat doe ik na afloop wel, één op één. Je hebt verslaggevers die nooit iets vragen, maar wel overal meeluisteren. Maar dat heeft ook een gevaar: steeds vaker is de trainer gevlogen. Zo daalt de kwaliteit van je verslag.”

Persconferenties, voegt Witte toe, worden zo langzamerhand alleen nog maar gehouden voor de sponsors. “De pers stelt er geen vragen, want hun stukken moeten nog worden geschreven. Ze weten over je algemeen alles al: uit de mixed zone, van radio en tv. Bij de persconferentie na afloop van de bekerfinale van vorig seizoen zat niemand van de pers.”

Autoriseren

Van der Put zegt dat hij meer dan vroeger wordt beperkt in zijn werk. Hij hekelt de besloten trainingen - “ik ga stiekem kijken maar dan krijg ik het aan de stok met de trainer” - en vooral het autoriseren van interviews.

In de voetbaljournalistiek is het gewoon geworden dat geïnterviewden een artikel voor publicatie lezen. Vrijwel altijd bij interviews, soms bij achtergronden, een enkele keer bij een nieuwsbericht. “Controle op feitelijke onjuistheden”, heet dat officieel, maar sommige geïnterviewden gaan verder. Die willen ook bepalen wat de kop boven een artikel wordt, welke foto’s worden geplaatst, en hoe het stuk in het blad wordt aangekondigd.

Sporters, en hun clubs en voorlichters, nemen meer ruimte dan vroeger bij het autoriseren van interviews, zeggen de NSP’ers. Ze checken niet alleen de feiten, ze doen ook “vriendelijke suggesties”. Die hoef je dan niet per se te volgen, maar als je dat niet goed, zo laten ze doorschemeren, dan werken ze de volgende keer niet meer mee. “Een vorm van stille chantage”, aldus Van der Put. De uitdijende legertje persvoorlichters maakt het volgens de NSP moeilijker om over een conflict heen te stappen.

In het leger

Nathalie Nuiten, die zeven jaar perschef was bij ADO Den Haag en nu onder meer actief is binnen de NSP, vertelt hoe het van de andere kant werkt. Ze bereidde een speler wel voor op een interview, maar deed dat kort. “Ik zei dat ze duidelijk moesten bedenken wat ze wilden zeggen. En dat goed moesten uitleggen.” Ze herinnert zich een interview met spits Michiel Kramer, destijds ADO Den Haag, nu Feyenoord. “Hij vertelde in het interview dat hij niet houdt van trainen. ‘Als ik moe wil worden’, zei hij, ‘was ik wel in het leger gegaan’.”

Toen ze het interview ter inzage kreeg opgestuurd, vroeg ze Kramer of hij het slim vond zijn werkhouding zo naar buiten te brengen. “Waarom niet?”, zei hij. “Ik heb dat toch zo gezegd?’”. Het interesseerde hem niet of hij er later last mee zou krijgen. Een grotere club die hem zou willen overnemen, zou om die reden kunnen afhaken. “Maar het is een volwassen man die dit bewust heeft gezegd. Dus kun je niet vragen of het uit het stuk kan worden gehaald.”

Toen het interview werd geplaatst, kreeg Nuiten kritische vragen vanuit ADO. Waarom had ze die opmerkingen laten passeren? “Als voorlichter zit je tussen directie, je collega’s en media in. Het bestuur, dat lang niet altijd iets van media begrijpt, gebruikt een voorlichter soms als zondebok als ergens gedoe over komt. Iedereen is achterdochtig in de voetballerij.”

Lachen en inhouden

Nuiten vertelt ook hoe zaakwaarnemers de pers soms proberen te gebruiken. “Er ging het gerucht dat aanvaller Lex Immers in de belangstelling stond van Chelsea. Niet waar, wist ik zeker. Maar dan mocht ik niet lachen als er iemand belde om dat bericht te checken. Een zaakwaarnemer probeert met zo’n lek onderhandelingen vlot te trekken.”

Wilde een speler na een moeilijke wedstrijd liever niet met de pers praten, dan zei Nuiten: “Blijf maar iets langer onder de douche staan.” Maar naar de pers ging hij.

Het valt Van der Put sowieso op dat spelers en trainers na de wedstrijd vaak lang de tijd nemen in de kleedkamer. “Ze spreken uitgebreid de wedstrijd door, en spreken denk ik ook af hoe zij hun mening over de wedstrijd naar buiten brengen. Als ik daarna met spelers en trainer praat, hoor steeds dezelfde uitdrukkingen. Letterlijk dezelfde woorden. Dan is de lol er voor mij snel af.”

Gooi ook bij verlies de kleedkamerdeur opent, zegt Nathalie Nuiten. “Als je wilt dat de mensen van je gaan houden, dan moet je open zijn.”