De NOS-verslaggever: ‘De onafhankelijke voetbaljournalistiek wordt bedreigd’

Interview Omdat voetbalclubs alles zelf in de hand willen houden, heeft de onafhankelijke pers het moeilijk, zegt Arno Vermeulen van NOS Sport.

NOS-verslaggever Arno Vermeulen: Bovenste rij, eerste van rechts.

“Er is veel veranderd in de voetbaljournalistiek”, zegt NOS-verslaggever Arno Vermeulen. “Ik maak me daar zorgen over. De rol van de onafhankelijke voetbaljournalistiek wordt bedreigd. Voetballers hebben ons niet meer nodig.” De clubs maken hen het leven zuur, vindt Vermeulen. “Je moet maandag aanvragen welke speler je vrijdag zou willen spreken. Dat is hartstikke lastig om vooraf te bepalen.”

Neem de bekerwedstrijd tussen Feyenoord en Ajax van vorig jaar. Die zou op woensdag worden gespeeld. De NOS wilde graag een ‘persmoment’ vooraf, maar dat wilde Ajax niet. Vermeulen: “Frank de Boer achter de tafel, met een speler. Dat was al genoeg geweest. Maar Ajax was niet te vermurwen.”

Nu moest de NOS de zondag ervoor, pal na de competitiewedstrijd tegen Vitesse, aan de spelers van Ajax vragen wat zij dachten van de bekerwedstrijd tegen Feyenoord. “Dan moeten ze direct de knop omzetten. Dat krijg je nooit goed, inhoudelijk.” De voorbeschouwing die Studio Sport toch uitzond, was niet goed, zegt Vermeulen. “Te licht.”

Intermediair

Clubs zouden beter moeten beseffen welk belang zij hebben bij Studio Sport, vindt Vermeulen. “Wij zijn een intermediair naar de achterban. Bij de clubs geldt nu: niets kan of het tegendeel moet worden bewezen.”

En dat, zegt Vermeulen, terwijl het Nederlandse voetbal internationaal niks meer voorstelt. “Maar ze doen wel ontzettend gewichtig. Natuurlijk, Europese wedstrijden maken het druk. Zeker als je in de Europa League speelt, ben je soms pas dagen na de wedstrijd terug uit pakweg Moldavië.”

Vermeulen vindt dat de clubs “de boel veel meer moeten opengooien”. Dat is ook van belang om het imago van de profvoetballer te verbeteren. “Dat is nu: jong, te dik betaald en arrogant.” Op het moment van het interview met Vermeulen discussieert Nederland over de hoed van Memphis Depay. “Dat imago, daar kan je echt wat aan doen. Het zijn niet allemaal Memphisjes of Ronaldo’s.”

Interviewboard

Vermeulen ergert zich dood aan het feit dat hij niet meer zelf mag bepalen hoe en waar hij een speler interviewt na een Eredivisiewedstrijd. Iedereen is verplicht alle spelers voor een interviewbord met logo’s van Eredivisiesponsors voor de camera te bevragen. “Een speler zie je alleen nog maar voor zo’n bord. Alsof hij wordt verhoord. Zo’n setting leidt niet tot een leuk en interessant gesprek over voetbal.”

Met weemoed denkt Vermeulen terug aan een interview met Ruud Gullit, ergens in de jaren negentig. “Het was na de afloop van de wedstrijd. Regen, mist, de stadionlampen. En dan die dampende rasta van Gullit. Schitterende tv! Nu is het visueel zo arm. Als NEC overwintert in Turkije, duwt een voorlichter nog zo’n bord met logo’s in beeld.”

Zelfs na een training van Ajax, zegt Vermeulen, mogen we spelers uitsluitend voor het sponsorbord interviewen. “Alleen het laatste kwartier van de training mogen we filmen. Het uitlopen. Daar is niks te zien. Een speler - aanvragen maandag, interviewen vrijdag! - wordt dan voor zo’n bord gezet. In weer en wind. Die denkt, na de training: ‘Ik wil niet met jou praten. Ik wil lekker onder de douche’. Dat is niet het moment voor een leuk gesprek.”

Idolen

Een goed gesprek, zeker op tv, is voor fans belangrijk om hun idolen beter te leren kennen, aldus Vermeulen. “Wat weten we nou van Ajax-spelers als Anwar El Ghazi of Victor Fischer van Ajax?” (Inmiddels speelt Fischer bij Middlesbrough.) Studio Sport is daar volgens Vermeulen sinds kort bewust mee bezig. “Wij willen de clubs overtuigen dat het ook in hun belang is als wij eens wat langer met een speler kunnen praten.”

Vermeulen noemt als voorbeeld het portret dat Studio Sport in oktober 2015 maakte van Shadragh Eghan, de Ghanese spits/middenvelder van FC Twente. “Eghan was erg weggevallen bij FC Twente. We vroegen ons af wat er met die jongen aan de hand was. We hebben Twente overtuigd dat het een goed idee was. Eghan zat in een moeilijke periode: zijn moeder overleed, hij miste bij Twente zijn maatje Quincy Promes.” Promes speelt nu bij Spartak Moskou. “Via Skype hebben we ze met elkaar laten praten. ‘Hé, broertje!’, riep Promes meteen.”

Volgens Vermeulen wil Studio Sport vaker zulke menselijke verhalen vertellen. “Ik snap dat wij soms worden gezien als haastig, snel op zoek naar een quootje. Daarom moeten we meer tijd nemen om langs te gaan bij de clubs. Met het portret van Eghan onder m’n arm, zou dat gemakkelijker moeten gaan.”

Vroeger

Vroeger, ja vroeger was alles anders, zegt Vermeulen. “Je kende de spelers persoonlijk. Als ik naar De Herdgang ging [het trainingscomplex van PSV, buiten Eindhoven], eind jaren tachtig, vroeg toenmalig coach Guus Hiddink tijdens de lunch of ik een broodje wilde meeëten. Je vroeg gewoon aan een speler: kan ik je zo even spreken?”

Tegenwoordig proberen de clubs volgens Vermeulen heel erg te kanaliseren wat over hen naar buiten komt. “Ze willen bijvoorbeeld bepalen met wie je praat. In De Kuip staat er een bord in de catacomben: welke spelers je niet te spreken krijgt na een wedstrijd. Vorig seizoen stonden daar voor een wedstrijd zes spelers op. Zes! Wat nou als die speler in een wedstrijd drie keer scoort? Dan wil je die toch voor de camera?”

Vermeulen klaagde erover bij Raymond Salomon, perschef van Feyenoord. “Ik heb gezegd: als je iets organiseert, dan moet je ook de hoofdrolspelers beschikbaar stellen voor vragen. Dat is verbijsterend. Ontluisterend.”

Eigen media

De clubs, maar ook de KNVB, gebruiken steeds meer eigen communicatiemiddelen. Tot verdriet van Vermeulen. Het schaadt volgens hem de onafhankelijke journalistiek. Doorvragen na een antwoord is bijvoorbeeld onmogelijk. “Ajax meldde vooraf aan de bekerwedstrijd tegen Feyenoord: we zetten wel een interview met Frank de Boer online. Dat gebruiken wij dus niet. Maar NU.nl en andere sites gaan daar sneller in mee. Het is goedkope kopij.”

De NOS heeft daarom een protocol opgesteld: de omroep gebruikt geen aangeleverde, kant-en-klare beelden van clubmedia. “We bekijken de beelden wel, of er nieuws in zit. Maar wij nemen geen beelden over van Ajax TV, PSV TV, Feyenoord TV.” Dat protocol blijkt niet keihard. “Tja, of het moet gaan om iets heel speciaals. Zeg, Frank de Boer maakt een opmerking over naar de training sjokkende spelers. Daar hadden wij simpelweg niet bij kunnen zijn.”

Nog een voorbeeld: in oktober 2014, tijdens de teleurstellende kwalificatiereeks voor het EK 2016, stelde de KNVB een eigen interview beschikbaar met Guus Hiddink, na zijn gesprek met KNVB-directeur Van Oostveen. Alleen op KNVB TV. Vermeulen: “Dat is een spiraal waarin je niet terecht wilt komen. Wij weigeren om interviews over te nemen gemaakt door iemand die wordt betaald door de KNVB om vragen te stellen over de KNVB. De KNVB daarentegen vindt die situatie niet onprettig.”

Drie maanden later, eind januari 2015, zet de KNVB opnieuw een interview online. KNVB-voorzitter Michael van Praag is in Genève; hij werpt zich op als opvolger van FIFA-baas Blatter. “Daar waren wij zeer ontstemd over”, zegt Vermeulen. “Van Praag wilde alleen praten met KNVB TV. Een extraatje, zei de KNVB. Bovendien zouden wij niemand zo snel naar Zwitserland kunnen sturen. Een flauwekul-argument.” Het Genootschap van hoofdredacteuren, voorzitter Marcel Gelauff van de NOS, stuurde de KNVB later nog een boze brief. De voetbalbond belemmert de kritische voetbaljournalistiek, aldus de gezamenlijke hoofdredacteuren. Ook de hoofdredactie van NOS Sport stuurde Van Oostveen een brief met die boodschap.

Control freaks

Het zijn control-freaks, zegt Vermeulen. “En waarom? Ik verbaas me over de angst en de overgevoeligheid in het voetbal. De belangen zijn natuurlijk enorm, maar het blijft een spelletje. Feyenoord raakt in paniek als de controle niet werkt, zoals met Martijn Krabbendam. De club probeert VI zo te bewerken dat er een andere Feyenoord-watcher komt. Dat gaat zeker wel ver.”

Ik heb natuurlijk gemakkelijk praten, zegt Vermeulen. “Ik werk in Nederland, bij de publieke omroep, los van commerciële belangen.” Verslag doen van bijvoorbeeld de Premier League is een heel stuk lastiger. “Engeland is altijd een voorloper geweest in de loopgravenoorlog tussen clubs en pers.”

Vermeulen vreest een toekomst waarin Engelse en Spaanse clubs alle communicatie naar zich toetrekken. “Als een club als Real Madrid alles in eigen hand neemt, en niet meer communiceert via onafhankelijke media, dan zouden wij echt buitenspel komen te staan.”

Buitenspel? De voetbalpers krijgt andersom ook geregeld het verwijt dat ze te close is met voetballers en trainers. “Ik heb ook wel zo’n dilemma”, zegt Vermeulen. “Ik heb heel goed contact met Guus Hiddink. Ik sms-te met hem. Vanaf het begin dat hij bondscoach was, zag ik dat het niet goed ging. Dan is het soms lastig om afstand te houden. Je moet kritisch blijven.” Dat is wel het moeilijkste, zegt Vermeulen. “Zeker bij tv. Je hebt soms weer gasten nodig. We huren mensen in.”

Slordig

Clubs klagen tegenwoordig vaak dat de voetbalpers slordig is geworden. Haastig alle nieuwtjes snel online. “Wij willen snel zijn, maar we doen niet mee aan de ratrace”, zegt Vermeulen. “Neem het moment dat bekend werd dat Johan Cruijff ziek was. De hele ochtend hebben wij alleen gemeld dat hij ziek was. Dat had de Cruijff Foundation gemeld. Iedereen schrijft van een Spaanse bron over dat hij longkanker had. Maar dat kregen wij niet bevestigd. Dan nemen wij dus niet over. We gooien niet elk gerucht op de site. Wij zijn de NOS; betrouwbaarheid is een groot goed. Die verantwoordelijkheid proberen we aan iedereen die hier werkt mee te geven.”

Volgens Vermeulen is er een verschil tussen NOS Nieuws en NOS Sport. Tussen de collega’s van Studio Sport en het Journaal. “Nieuws wil vaak sneller dan wij publiceren. De collega’s van NOS Nieuws snappen ons ook niet altijd. Geef me even het nummer van Louis van Gaal, zeggen ze dan.” Dat doet Vermeulen dus niet. “Er ontbreekt het besef überhaupt dat je niet iedereen in de sport zo maar te spreken kan krijgen.”

Kan je als onafhankelijke voetbaljournalist de komende jaren nog je werk doen? “De deuren gaan langzaam dicht”, zegt Vermeulen. “Vroeger kon je bij elke training zijn. Nu worden we heel erg beperkt. Het begint in het buitenland. Daarna nemen de topclubs in Nederland het over. En dan volgen de kleinere clubs. Ze hebben ons veel minder nodig - denken ze.”