‘De meeste gewonden gaan gewoon dood’

Humanitaire situatie Eten wordt steeds schaarser in Aleppo. „Kinderen vragen me om een appel of een banaan. Moet ik ze dan uitleggen dat we belegerd zijn?”

Donkere rook boven Aleppo. „Het vuur [van brandende autobanden] helpt een beetje om het zicht te verminderen van de gevechtsvliegtuigen”, vertelt de lokale activist Ismael al-Abdullah. Foto Abdalrhman Ismail/Reuters

‘Brood is voor Syriërs de basis van elke maaltijd”, zegt Salah ed-Din Abdurrahman, die in het belegerde oostelijke deel van Aleppo woont. „Nog even en we hebben echt geen brood meer.” Toen er nog een doorgang naar Turkije was, was voedsel in Aleppo net als in de rest van Syrië al schaars en onbetaalbaar. Maar sinds regeringstroepen vorige week de Castelloweg helemaal afsloten, moeten mensen in de belegerde wijken het doen met wat ze nog in huis hebben en het schaarse voedsel dat nog in de winkels ligt.

Honger is in de Syrische burgeroorlog de afgelopen jaren vaker als wapen ingezet. „Het verschil is dat Aleppo een enorme stad is”, zegt Abdurrahman in een telefonisch gesprek.

„Als in andere belegerde steden een wijk afgesloten was, ging het over dertig, veertig families. Hier gaat het meteen om duizenden.”

Brandende autobanden

De Verenigde Naties en lokale hulporganisaties schatten dat er zo’n 200.000 tot 300.000 mensen vastzitten in de wijken waar oppositiegroepen de macht hebben. Hoewel lokale en internationale hulporganisaties de afgelopen maanden zo veel mogelijk voorraden hebben aangevoerd, raakt het voedsel na bijna een maand belegering in rap tempo op.

Fruit en groenten zijn helemaal niet meer te krijgen. Abdurrahman deelt voedsel uit voor een aan de oppositie gelieerde hulporganisatie. „Kinderen vragen me om een appel of een banaan”, zegt hij. „Hoe moet ik hun uitleggen dat we belegerd zijn, dat er niks in en uit kan?” De voedselrantsoenen van de lokale hulporganisaties zijn drastisch beperkt. „We tellen elke dag wat we nog hebben.” De VN schatten dat er nog voor twee of drie weken eten is in de stad. Wat er daarna gebeurt is de grote vraag.

„Ik bel je zo terug, er wordt hier net gebombardeerd”, zegt een andere inwoner van de belegerde stad. Voordat de lijn wordt verbroken, neemt hij met zijn mobiele telefoon nog snel een foto van brandende autobanden. De afgelopen dagen gingen foto’s en video’s de wereld over van mannen, vrouwen en kinderen die autobanden de weg op rolden en in brand staken. „Natuurlijk heb ik meegedaan, iedereen doet mee”, zegt Ismael al-Abdullah, actief voor de Syrische vrijwilligersorganisatie White Helmets.

„Het vuur helpt een beetje om het zicht te verminderen van de gevechtsvliegtuigen. Maar het bombarderen gaat door.”

Zie dit verslag van The Wall Street Journal (tekst gaat verder na de video):

Er zijn nauwelijks nog artsen

Al-Abdullah haalde een dag eerder nog mensen onder het puin van hun gebombardeerde huis vandaan. „De meeste gewonden gaan dood”, zegt hij. „Er is geen plek om mensen heen te brengen.” Ziekenhuizen hebben te weinig medicijnen, de elektriciteit valt om de haverklap uit en er zijn nauwelijks nog artsen in de stad.

Bovendien zijn ziekenhuizen zelf steeds vaker doelwit van bombardementen. Nadat in april al een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen doelwit was geworden van een bombardement, berichtten internationale media en Syrische artsenorganisaties vorige week dat nog vier ziekenhuizen en de laatste bloedbank van de stad waren geraakt. „Mijn zwager is omgekomen bij een bombardement”, zegt Salah ed-Din Abdurrahman.

„En elke keer als ik de deur uit ga, ben ik bang dat ik mijn vrouw en zoontje van vijf maanden niet terugzie.”

Vóór de belegering was er voor zwaargewonden en ernstig zieken nog één uitweg, namelijk de Turkse grens. Nu de weg is afgesloten, kunnen ze nergens meer heen.

embed-1-w640

Lokale activisten zetten dinsdag een filmpje op sociale media van een uitgemergeld twaalfjarig meisje met een bloedziekte dat aan het te tekort aan medicijnen en voedsel dreigt te bezwijken. De authenticiteit is niet te checken, maar de bron – het Aleppo Media Centre – is doorgaans betrouwbaar.

Rusland en Assad kondigden vorige week amnestie aan voor rebellen en vrije doorgang voor burgers uit Aleppo. „Allemaal leugens”, zegt Al-Abdullah. „Ik ken niemand die de stad uit is gegaan. Als je het probeert, word je meteen gearresteerd of neergeschoten.”

Huisvrouw Farah – ze wil liever niet met haar hele naam in de krant – woont aan de westkant van de stad, waar het Syrische leger de macht heeft. Voor haar is de situatie juist iets beter geworden in vergelijking met een paar weken geleden. „Bij ons zijn de wegen open, wij hebben nog fruit en groente”, zegt ze. „Alleen is alles duur.” Maar uiteindelijk is het verschil volgens Farah niet zo groot.

„Ook wij durven ons huis niet meer uit.”