De Heelweg

Tot de attracties van vakantie in een ander land behoort de verandering van de gebouwde omgeving. Het asfalt klinkt anders, de richtingborden zijn geel in plaats van blauw en de huizen en gebouwen zien er on-Nederlands uit. En het gaat merkwaardig snel. Als je vanuit Nederland Duitsland infietst, merk je meteen dat je in een veel groter land bent aangekomen. De huizen staan verder van elkaar, het land is leger. Alsof ze al aan de grens weten dat er verderop nog veel meer ruimte is.

Er is ook iets met de huizen zelf. Duitse huizen zijn massiever, donkerder, en met kleinere ramen. Ze staan minder prominent aan de weg, ze houden zich vaker schuil achter een bomenrij of een heg. Ook zijn de erven en de tuinen veel minder aangeharkt dan in Nederland.

Dat alles zie je als je van Aalten in de Achterhoek naar het Duitse Bocholt fietst. In Nederland is het gras rond de huizen en de boerderijen gemillimeterd, de heggen kaarsrecht en alles ligt er blinkend bij. In Duitsland wordt het allemaal wat zorgelozer. Je ziet meer braakliggend terrein, door onkruid overwoekerde oude landbouwwerktuigen en los rondlopende kippen. Koeien in de wei, hier en daar nog wat industrie. En alles in een veel royalere opstelling.

Het dorp Dinxperlo ligt tegen de Duitse grens en is vergroeid met het Duitse dorpje Suderwick. De Heelweg vormt de grens tussen beide gemeenten. Aan de ene kant van de weg staan Duitse auto’s, aan de andere kant Nederlandse. Aan de ene kant ligt de Penny-supermarkt, aan de andere zijde de Jumbo. De Penny is meteen heel Duits. Wijn uit de Pfalz en de Ahr, een inrichting in donkerrode tinten, caissières die Duits spreken. Onze Jumbo ertegenover is geel, licht, en nou ja, erg Nederlands.

De Duitse huizen aan de Heelweg zijn in donker baksteen, ze hebben kleinere ramen en keren zich wat van de weg af. De Nederlandse huizen aan dezelfde weg hebben kleinere tuinen, grotere ramen en zien er lichter, moderner en nieuwer uit. Nederlanders die in de Duitse grensstreek gaan wonen moeten wennen aan de kleinere vertrekken, de diepe kelders en de grote woonkeuken. Duitsers kijken vreemd aan tegen onze open keukens, de dunne muren en de grote ramen.

Het zijn kwesties van stijl, van gegroeide verschillen. De Duitse stijl is traditioneler en steviger. Dat is het gevolg van andere voorkeuren, maar ook van andere bouwvoorschriften en een ander bouwproces.

En terwijl ze hier vlak bij elkaar wonen, elkaars supermarkten bezoeken en soms ook met elkaar trouwen, worden de Dinxperloërs Nederlanders en de Suderwickers Duitsers. Met elkaar spreken ze hetzelfde dialect, maar op school leren ze de taal die bij hun geboortegrond hoort. Ze leren van hun landgenoten dat ze het gras kort moeten maaien, of dat je dat best een keer kunt overslaan. Dat een raam groot moet zijn, of juist klein. Dat bakstenen bij voorkeur donker zijn, of liever licht. Het zijn geen belangrijke verschillen, maar ze zijn onontkoombaar en blijven altijd bij je. Ze kleuren je gedrag, ze tekenen de manier waarop je een winkel inloopt of achter een bus aanrent.

Nationale verschillen. Ze kunnen zich ook hevig uiten, in menigten die met rode vlaggen zwaaien, of groepen die streven naar een eigen staat. Maar gelukkig blijft het meestal bij de manier waarop de mensen hun tuin inrichten, en of de richtingborden blauw of geel zijn.