De dood van twee zoons overleven (3)

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze week Jutta Chorus in deze wisselcolumn.

Jack Keijzer neemt zijn telefoon op en hoort: „Met Mark Rutte.” Mark wie? „Mark Rutte. Ik denk dat u me wel kent.” Het is woensdag 11 mei, de dag ervoor heeft de jongste zoon van Jack Keijzer, Remy, zichzelf van het leven beroofd. Hij was 22 jaar. Jack Keijzer, leraar economie, vond hem in zijn slaapkamer toen hij thuiskwam. „’s Avonds had hij aan zijn moeder en mij gevraagd hoe laat we uit ons werk zouden komen. Zijn moeder zou later zijn dan ik. Ik weet zeker dat Remy haar” – Jack Keijzer slikt zijn tranen weg – „heeft willen sparen.”

Lees hier het eerste en tweede deel van dit verhaal: De dood van twee zoons overleven (1), en (2)

We zitten tegenover elkaar in een Amsterdams etablissement, beiden uitgeput na uren praten. Moet ik vragen waarom Rutte hem belde? Ik kan het zo wel bedenken. Dit is een man die na de dood van zijn oudste zoon, Pascal, niet wegzonk in haat en rancune, maar het land introk en op scholen ging vertellen over de gevaren van drugs. Hij kwam ermee op televisie. Hij ging naar gevangenissen om gedetineerden te vertellen hoe het voelt om de vader van een vermoorde zoon te zijn. Pascal was 16 toen twee drugshandelaars hem op een verlaten weg in zijn hals staken met een snoeischaar en daarna over hem heen reden. Koninginnedag 2007. En nu is Remy dus ook dood.

„Mark Rutte heeft je sterkte gewenst”, zeg ik. Hielp het?

„Ja, dat helpt wel, ja.”

Vorige zomer was Remy voor het eerst in een ernstige psychose geraakt en na een jaar begon hij te beseffen dat hij nooit meer de oude zou worden. „Het gruwelijke isolement waarin hij terecht was gekomen”, zegt zijn vader. „De stemmen in zijn hoofd, de bevelen die hij kreeg. Hij heeft het niet langer kunnen verdragen.”

Voor Jack Keijzer is er geen twijfel aan de oorzaak van Remy’s ziekte: de dood van Pascal. „Hij was bijna 14 toen het gebeurde. Daarna was er geen vrolijkheid meer bij ons thuis, hoe we ons best ook deden.”

Voelt hij nog steeds geen rancune?

„Als ik eerlijk ben”, zegt hij, „moet ik nu wel erg mijn best doen om het níét te voelen.”

Hij kent de moordenaars van zijn zoon, de belangrijkste van de twee woont niet ver bij hem en zijn vrouw vandaan. Hij werd veroordeeld tot tien jaar cel en is sinds kort op proef vrij. „Twee jonge kindjes”, zegt Jack Keijzer. „In de gevangenis gemaakt. Ik heb hem gesmeekt om ergens anders te gaan wonen. Maar dat weigert hij en er is geen juridische grond waarop ik hem kan dwingen.” Waarom zou hij dat willen? „Mijn vrouw”, zegt hij. „Ze heeft hem een keer op straat zien lopen en ze kreeg zulke hartkloppingen dat ik bang ben” – hij slikt weer zijn tranen weg – „dat ik haar ook nog ga verliezen.”