Boze Hillary

2007ACH-pijnboom

Ze zeggen wel eens dat de aanblik van een boze vrouw doet huiveren. Als een vrouw haar stem verheft, dan gaat dat ten koste van haar geloofwaardigheid. Een boze man daarentegen, verwerft aanzien. Wie twijfels over deze stelling heeft, moet onderzoek van Arizona State University erop naslaan. One angry woman: anger expression increases influence for men, but decreases influence for women, during group deliberation werd vorig najaar gepubliceerd in het toonaangevende Law and Human Behavior.

Ik moest aan deze bevindingen denken tijdens de Democratische Conventie. Hillary Clinton deed een aantal interessante uitspraken in Philadelphia: over racisme, vuurwapenbezit en hoger onderwijs. Maar het ging grotendeels langs mij heen, omdat ik niet voorbij haar vuurspuwende ogen kwam.

„Hillary Clinton weigerde te verleiden, ze wilde overtuigen. Dat werd geaccepteerd, maar echt in het hart gesloten is ze niet”, schreef correspondent Guus Valk. Ik dacht erachteraan: misschien willen we liever een zorgzame mutti als leider, dan een boze mom. Vreselijk ouderwets natuurlijk, maar anders kan ik niet verklaren waarom zo’n female powerhouse mij maar niet kan overtuigen. Ook ík vind het namelijk bijzonder dat voor het eerst in de geschiedenis een vrouwelijke presidentskandidaat van een grote partij in de VS is genomineerd.

In dezelfde week las ik een Facebook-post van een Amerikaanse studiegenoot. Ze schreef dat ze op de dag van de nominatie de oma van haar partner had gebeld. De 101 jaar oude Martha Miller is een groot Hillary-fan. En zij woont ook nog eens in een Republikeins bolwerk: Pensacola, Florida.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Wat zag een 101 jaar oude vrouw in Hillary? Waarom was zij zó overtuigd van haar kunnen dat zij de hoofdschuddende Republikeinse bewoners in haar bejaardentehuis voor lief neemt?

Ik mailde Kristin: zou ik Martha eens mogen bellen? Of liet haar conditie dat niet toe? Nooit eerder had ik iemand ouder dan een eeuw via de telefoon gesproken.

„Ja, hoor”, schreef Kristin terug. „Martha wil wel. Ze is een bijzondere vrouw, zeer welbespraakt. Ze heeft lang gewacht om te kunnen stemmen op een vrouwelijke presidentskandidaat.”

Op het afgesproken tijdstip belde ik Martha. De telefoon ging zes keer over, toen bleef het even stil. „Hello? Who is this? Say your name again.”

Daarna ontvouwde zich een levendig gesprek. Martha vertelde over haar ouders, die aan het eind van de negentiende eeuw vanuit Roemenië naar de VS waren geëmigreerd. Over haar vijf zussen, die allemaal tussen de 85 en 100 zijn geworden. Over haar Poolse echtgenoot Irving, die in 1987 overleed.

Irving was dól op Bill Clinton. Martha iets minder, zo leek het. „Bill schreef een boek, First in his class. Maar hij wás helemaal niet de beste van zijn klas! Hillary is veel slimmer dan Bill. Omdat zij niet van hem gescheiden is, staat hij nu aan haar kant.”

Er klinkt wat geroezemoes op de achtergrond. „Ik moet naar een tea party”, zegt Martha. „Vooruit, nog één vraag.” Waarom is het belangrijk dat Hillary de verkiezingen wint? „Omdat er een grote behoefte is aan vrouwelijk leiderschap. Alleen zó kunnen de kwalen in de wereld worden beslecht.”

Ga maar snel naar uw tea party, zeg ik. Yes dear, bye now. It was nice talking to you.”

En weg is ze.