60.000 Zuid-Soedanezen ontvluchten geweld

In juli braken gevechten uit tussen troepen van president Kiir en vicepresident Machar.

Vluchtelingen bij een kamp van de Verenigde Naties. Foto Reuters

Door recent geweld in Zuid-Soedan zijn volgens vluchtelingenorganisatie UNHCR van de Verenigde Naties bijna 60.000 Soedanezen gevlucht. Dat maakte de organisatie dinsdag bekend. Het merendeel daarvan is vertrokken naar Oeganda: 52.000 mensen. Ook zijn er 1.000 mensen naar Kenia en 7.000 naar Soedan gegaan.

Ongeveer 85 procent van de vluchtelingen zijn vrouwen en minderjarigen, aldus UNHCR. Veel van hen zijn sterk ondervoed, merkt de organisatie bij bezoeken aan vluchtelingenkampen in Kenia en Oeganda.

Volgens ooggetuigen tegenover de UNHCR worden dorpen in Zuid-Soedan geplunderd, burgers vermoord en jonge kinderen gedwongen zich aan te sluiten bij gewapende milities. Ook zouden ze worden tegengehouden om naar Oeganda te vluchten. Velen van hen zouden toch hebben kunnen vluchten door mee te reizen met het Oegandese legers dat eigen onderdanen uit Zuid-Soedan evacueert.

Stammenstrijd

In juli, aan de vooravond van het vijfjarig bestaan van het land, laaiden gevechten op in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba tussen troepen loyaal aan president Salva Kiir en zijn rivaal Riëk Machar, die toen zijn vicepresident was. Kiir is van de Dinka-stam, Machar van de Nuer-stam. Na vijf dagen van gevechten waarin bijna 300 doden vielen, riepen beide leiders hun manschappen op het vuren te staken.

Het was het ergste geweld sinds de burgeroorlog die begon in 2013, waarbij zeker 50.000 doden vielen. In 2015 werd vrede gesloten en besloten dat troepen van Kiir en Machar samen moeten werken, maar tot nu toe is daar niets van terecht gekomen. Beide groepen zijn in de hoofdstad op andere plekken van elkaar gestationeerd. Sinds de burgeroorlog in 2013 zijn in totaal 900.000 Zuid-Soedanezen naar buurlanden gevlucht.

Internationale interventie

Na het bestand half juli vluchtte Machar naar het zuiden, waar soldaten van Kiir jacht op hem maken. Eind juli werd Machar afgezet als vicepresident. Door die situatie dreigt een nieuwe burgeroorlog. Tienduizenden soldaten die trouw zijn aan Machar zouden van plan zijn op te rukken naar Juba.

De Afrikaanse Unie wil een troepenmacht naar het land sturen als de VN-Veiligheidsraad het goedkeurt. De bevoegdheden moeten verder gaan dan die van de 12.000 VN-blauwhelmen die er nu gelegerd zijn. Die mogen alleen ingrijpen als burgers direct in gevaar komen, de Afrikaanse troepen moeten actief vrede af kunnen dwingen.