VS vallen IS in Libië uit de lucht aan

Nieuw offensief De VS hebben de aanval geopend op IS in Libië. Met luchtsteun aan Libische strijders is het offensief bij de stad Sirte ingezet.

Strijd tegen IS. Afgelopen zondag gingen Libische milities in de aanval bij de stad Sirte. Maandag kregen ze Amerikaanse luchtsteun. Foto Goran Tomasevic/Reuters

Amerikaanse gevechtsvliegtuigen hebben maandag stellingen van terreurbeweging Islamitische Staat (IS) in de Libische stad Sirte bestookt.

Het is voor het eerst dat de Verenigde Staten openlijk militair in actie komen in Libië om de internationaal erkende eenheidsregering van de in april aangetreden premier Fayez Sarraj te ondersteunen. In februari bombardeerden de Amerikanen al wel een trainingskamp van Tunesische terroristen in de Libische kuststad Sabratha, halverwege Tripoli en de grens met Tunesië.

Volgens Amerikaanse woordvoerders in Washington zijn de luchtaanvallen van maandag uitgevoerd op verzoek van de Libische eenheidsregering en heeft president Barack Obama er persoonlijk toestemming voor gegeven. De VS schatten dat er zo’n duizend IS-strijders in Sirte zijn.

„Deze en eerdere acties zullen ervoor zorgen dat ISIL [Islamitische Staat in de Levant, de in de VS gebruikelijke naam voor IS] geen toevluchtsoord heeft in Libië vanwaar het aanvallen kan uitvoeren op de VS en hun bondgenoten”, zei een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Defensie.

Volgens het Pentagon werden de bombardementen uitgevoerd op een tankeenheid en twee voertuigen van IS die een bedreiging vormden voor milities die aan de zijde van de Libische eenheidsregering vechten. De afgelopen tijd hebben in de regio bij Sirte zware gevechten plaatsgevonden tussen de regeringsgezinde milities en strijders van IS.

Tekst gaat verder na de video:

Geen grondtroepen

In een verklaring op de Libische televisie zei premier Sarraj, die met zijn regering noodgedwongen zetelt op een marinebasis in Tripoli, dat de Amerikaanse luchtaanvallen „zware verliezen hebben veroorzaakt bij de vijand”. Volgens Sarraj zijn er in de regio rond Sirte geen Amerikaanse grondtroepen betrokken bij de strijd tegen IS. Hij zei ook dat de Amerikaanse operaties beperkt blijven tot Sirte en zijn directe omgeving, en dat de internationale steun op de grond alleen van „technische en logistieke” aard zal zijn.

Maar feit is wel dat elders in Libië een internationale anti-terreurmissie actief is die de regering onder meer helpt met het verzamelen van inlichtingen. Afgelopen februari erkende de Franse regering dat Franse militairen al maanden geheime operaties uitvoerden, met de inzet van gevechtsvliegtuigen en commando’s die aan de zijde vechten van Libische troepen tegen IS rond de stad Benghazi, in het oosten. Vorige maand werd bekend dat er drie Franse militairen waren omgekomen toen hun helikopter werd neergehaald in Benghazi.

Sirte, de geboorteplaats van voormalig dictator Moammar Gaddafi, werd in 2015 veroverd door IS. De strijders profiteerden van de politieke chaos in Libië en smokkelden veel buitenlandse strijders het land binnen. Door onderlinge strijd tussen verschillende Libische milities kon IS zijn basis in het land uitbreiden.

Toen IS aanstalten maakte op te rukken naar de noordwestelijke stad Misrata bundelden verschillende milities hun krachten om de terreurbeweging te verdrijven uit Sirte. Anderhalve maand geleden was het volgens bevelhebber Mohamad Ghassri nog „een kwestie van dagen” voordat ze de terreurbeweging zouden verslaan.

Opmars

De opmars verloopt in de praktijk evenwel een stuk trager, doordat de milities, voornamelijk afkomstig uit Misrata, op scherpschutters, mijnen en boobytraps stuiten. Daarnaast klagen de milities over gebrek aan steun van de eenheidsregering in de hoofdstad Tripoli.

De afgelopen weken hebben ook Libische gevechtsvliegtuigen Sirte gebombardeerd, maar de luchtmacht is niet in staat precisiebombardementen uit te voeren.

In het trainingskamp in Sabratha dat in februari werd gebombardeerd, werden zelfmoordenaars opgeleid die in Tunesië twee terreuraanvallen uitvoerden. In maart 2015 op een museum in Tunis (21 doden) en eind juni vorig jaar in de badplaats Sousse (37 doden).