Violiste Simone Lamsma is adembenemend feilloos

Omdat zowel haar techniek en intonatie zo adembenemend feilloos zijn, vraag je je af waarom Lamsma eigenlijk niet al veel beroemder is dan ze is.

Wonderkind, protégé van Jaap van Zweden en succesvol concertvioliste met het zoveelste drukke seizoen op komst, met optredens bij o.a. Dallas Symphony Orchestra, London Philharmonic, Seoul Philharmonic, San Francisco Symphony en diverse Nederlandse orkesten. En toch heeft de roem van violiste Simone Lamsma (1985) die van de meer extraverte Janine Jansen (1978) nog lang niet geëvenaard.

Aan haar toon ligt het niet. De van origine Friese Lamsma – heel lang, heel blond en heel slank - bespeelt sinds een aantal jaar de Stradivarius Mlynarski (1718), waarvan het volle timbre het complement is van haar verschijning.

Voor wie haar niet eerder op dit instrument hoorde spelen, is haar ontwikkeling sindsdien indrukwekkend. De Mlynarski geeft Lamsma’s rijke toon en gulle vibrato een haast ouderwets aroma. En omdat zowel haar techniek en intonatie verder zo adembenemend feilloos zijn, vroeg je je af waarom Lamsma eigenlijk niet al veel beroemder is dan ze is. De enige mogelijke reden die zich in Tsjaikovski’s Vioolconcert en het als toegift gespeelde stukje Ysaye (Sonate nr. 2, Allegro) openbaarde, is dat haar virtuositeit iets monochrooms heeft.

De Münchner Symphoniker – dankzij flink wat schoonheidsfoutjes onmogelijk met de excellente Philharmoniker te verwarren - bleken op hun sterkst in Mendelssohns Vierde symfonie – lekker enthousiast gespeeld door de zeker voor de helft jonge (dertigers) musici. De jonge Duitse dirigent Kevin John Edusei – een van de zeer weinige zwarte dirigenten – leidde vaardig, contrastrijk en energiek, en soms een beetje te netjes. Hij compenseerde dat door zijn boeket na afloop met een imposante pitch naar de twintigste rij te slingeren. Verfrissend losjes - net als de toegift van Nino Rota.