Thomas Adès’ opera naar film Buñuel is meesterwerk

The exterminating angel

Wereldpremière in Salzburg van surrealistische opera over burgerij die werkelijkheid niet onder ogen wil zien.

Thomas Adès ©

De premisse van Luis Buñuels surrealistische filmklassieker El ángel exterminador (‘The exterminating angel’, 1962) is simpel: een twintigtal gasten - o.a. arts, dirigent, kolonel - in avondkostuum gaat na een opera bij vrienden souperen, maar is vervolgens niet in staat om de zitkamer weer te verlaten. Een rationele reden is er niet; men zit vast, irritatie en vervreemding nemen toe en de beschaafdheid flink af.

Organisch groeiend geheel

Waarom kwam niemand eerder op het idee hier een opera van te maken? Die vraag stellen is beamen hoezeer de Britse componist Thomas Adès en regisserend librettist Tom Cairns zijn geslaagd in hun muziektheaterversie. De opera is tekstueel trouw aan de film en zelfs overzichtelijker, dankzij het terugbrengen van het aantal personages naar vijftien.

Dat is voor operabegrippen natuurlijk nog steeds zeldzaam reusachtig. Na afloop van de wereldpremière donderdag tijdens de Salzburger Festspiele was er luid applaus en voor Adès, die ook het Radio-Symphonieorchester Wien had gedirigeerd, een bulderovatie.

Zeer verdiend: zijn derde opera is een meesterwerk. Veel beter dan andere contemporaine operacomponisten kan hij arrogantie, verlangen, wanhoop en paniek in zanglijnen vatten, en de nodige humor treffend timen bovendien. Virtuoos vormen solisten en vocale ensembles een organisch groeiend geheel.

Smeltende harmonieën

Ook uit de orkestbak spreekt groot kunstenaarschap. Typisch Adès zijn de smeltende harmonieën van hoge violen, sarcastische lage houtblazers en zich in het oor vastbijtende ritmes. Nieuw is het gebruik van de ondes Martenot. Dit elektronische instrument, dat bovenaardse glijtonen voortbrengt, verklankt de mysterieuze kracht die de gasten binnen en de rest van de wereld buiten houdt.

Buñuels film was misschien een commentaar op de bourgeoisie die zich van de realiteit gezapig afzijdig houdt. Hij maakte het nooit expliciet, maar in de opera wekken klokgelui en een requiemcitaat het vermoeden van een Dag des Oordeels. Cairns maakt van de onzichtbare grens nu een hoog proscenium, dat een operabühne symboliseert en het chique Salzburger publiek een spiegel wil voorhouden.

Zo is de opera veel intenser dan de ironisch afstandelijke film, met een hallucinerend mooi duet van geliefden die zelfmoord plegen, en de onvoorstelbaar stratosferische topnoten van Adès’ muze Audrey Luna, die als primadonna de gasten uiteindelijk een (tijdelijke) uitweg biedt.

De opera wordt hernomen in Londen, New York en Kopenhagen. Hoogste tijd dat ook De Nationale Opera Adès serieus gaat nemen.