Ook in prehistorie kregen mensen kanker

Paleontologie

Het oudste bewijs voor kanker bij een mensachtige is gevonden in een middenvoetsbeentje van 1,7 miljoen jaar oud.

Kwaadaardig gezwel op een middenvoetsbeentje van 1,7 miljoen jaar oud. Foto Patrick Randolph-Quinney

Is kanker een beschavingsziekte? Niet per se. Ook onze verre voorouders kregen kanker. Zuid-Afrikaanse paleontologen presenteren het oudste bewijs van kanker bij een mensachtige: een middenvoetsbeentje met een kwaadaardige bottumor van 1,7 miljoen jaar oud. Ze beschreven het botje vorige week in het South African Journal of Science.

Kanker wordt vaak gezien als een ziekte van de moderne tijd, die kan ontstaan door een slecht dieet of bepaalde gewoonten, zoals roken (longkanker), alcohol drinken (lever- en slokdarmkanker) of overdadig zonnen (huidkanker). Daarnaast zou kanker tegenwoordig vaker voorkomen dan doordat mensen nu gemiddeld ouder worden dan in de prehistorie.

Maar wat weten we nu écht over kanker in de prehistorie? Weinig, schrijven de Zuid-Afrikaanse paleontologen. De meeste kankers laten sowieso geen sporen na in het skelet. En zelfs botkanker kan gemist worden als een onderzoeker niet bekend is met symptomen.

Zo ging het ook met het Zuid-Afrikaanse middenvoetsbeentje. Aanvankelijk werd het knobbeltje aan het uiteinde gezien als een goedaardig gezwel, maar uit een CT-scan blijkt nu dat het om een kwaadaardige vorm van botkanker gaat, een osteosarcoom. In Nederland krijgen ieder jaar 40 tot 50 mensen de diagnose osteosarcoom.

Het is onduidelijk welke mensachtige de eigenaar van het botje was. In Zuid-Afrika leefden rond deze tijd Homo ergaster, met relatief grote hersenen, en Paranthropus, met kleine hersenen en enorme kaakspieren.

Het staat wél vast dat het voetbeentje hoort bij de kleine teen van een linkervoet. Omdat de spieren van het onderbeen zich aan dit middenvoetsbeentje hechten, heeft de eigenaar van het beentje waarschijnlijk pijn gehad bij het lopen. Misschien trok hij met zijn been, schrijven de Zuid-Afrikanen.