Koenders: voorkom in Syrië nieuw Rwanda of Srebrenica

Opiniestuk

Minister waarschuwt voor ramp in belegerde stad Aleppo.

De humanitaire situatie in Aleppo dreigt het nieuwe synoniem te worden voor het falen van de internationale gemeenschap. Dat schrijft minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) maandag in een opiniestuk in de Britse krant The Independent.

Hij vraagt de VN en andere betrokkene landen „met luidere stem” het Assad-regime op te roepen een einde te maken aan de belegering van Aleppo. In de voorheen grootste en welvarendste stad van Syrië zitten zo’n 300.000 mensen ingesloten door regeringstroepen.

Volgens Koenders moet worden voorkomen dat wat zich in Aleppo voltrekt net zo rampzalig wordt als de genocide in Rwanda (1994) en de massamoord in Srebrenica (1995). In de versie van zijn artikel dat in de Volkskrant is gepubliceerd, noemt hij niet de val van Srebrenica, waar Nederlandse militairen bij betrokken waren. Een woordvoerder van het ministerie kon vanochtend niet uitleggen waarom dat zo is.

De oproep van Koenders komt vlak nadat oud-Syriëgezant Nikolaos van Dam er zaterdag in NRC voor pleitte met Assad zelf te onderhandelen. „Voor een vreedzame oplossing. Een ‘rechtvaardige oplossing’ krijgen we niet”, zei Van Dam. „Door een principieel-ethisch standpunt in te nemen dragen wij Europeanen medeverantwoordelijkheid voor een oorlog die al zeker 300.000 levens heeft geëist.”

Nederland en andere westerse landen hebben gesteld dat Assad geen onderdeel kan zijn van de oplossing van de burgeroorlog, maar treden in Syrië alleen militair op tegen Islamitische Staat (IS).

Koenders is in zijn artikel niet expliciet over verder militair optreden of onderhandelen met het regime. Hij schrijft wel: „de internationale focus op het bestrijden van terroristische groeperingen hebben het risico dat ze het Assad regime in de kaart spelen”.

Nederland maakt deel uit van de International Syria Support Group, een groep die getracht heeft vredesonderhandelingen op gang te brengen en waarin ook onder andere de Verenigde Staten, Rusland en Iran een rol spelen.

Internationale druk kan volgens Koenders werken. „Zo bewerkstelligde een aantal belangrijke landen die in februari bijeenkwamen in München een staakt-het-vuren dat maandenlang grotendeels stand hield en kon aan maar liefst een miljoen Syriërs noodhulp worden verleend”, schrijft hij.

Koenders moedigt verdere gesprekken aan tussen de VS en Rusland, dat Assad blijft steunen. Maar eerst moet toegang van humanitaire hulp voor Aleppo geregeld worden. „Vredesbesprekingen kunnen pas worden voortgezet als er voldoende internationale druk op de oorlogvoerende partijen is uitgeoefend om de VN-resoluties in de praktijk uit te voeren.”