Vluchtelingen, wees trots op mij

Vluchtelingenteam

Yusra Mardini ontsnapte aan de dood tijdens haar vlucht uit Syrië. Nu staat ze op de Spelen in Rio. „Dit is een droom die uitkomt.”

De Syrische Yusra Mardini, met haar Duitse coach Sven Spannekrebs. Foto Reuters/Michael Dalder

Het is 12 augustus 2015 als Yusra Mardini, 17 jaar oud pas, met haar zusje Sarah aan boord stapt van een bootje in de buurt van Izmir. Het is de laatste etappe van een slopende, emotionele vlucht die hen vanuit Damascus – waar het leven in de vuurlinie ondraaglijk is geworden – via Libanon naar de Turkse westkust heeft gebracht.

Met een groep van zo’n twintig andere Syrische vluchtelingen zet het overvolle scheepje koers naar het Griekse eiland Lesbos, totdat de motor het begeeft. Met haar zusje en een derde vrouw die kan zwemmen trekt en duwt ze de boot – bedoeld voor een man of zeven – bijna vier uur lang door de golven, totdat ze rotsen onder haar voeten voelt.

Ze zwom voor haar leven en dat van negentien anderen. En het contrast met de reis naar Rio de Janeiro, nog geen twaalf maanden later, kon niet groter zijn voor Yusra Mardini, inmiddels 18 jaar oud. Per vliegtuig vanuit Berlijn. Ze is in Rio als olympiër en zwemt volgende week de 100 meter vrije slag, tussen wereldtoppers als Ranomi Kromowidjojo en Cate Campbell.

„Het is niet te beschrijven wat ik voel nu ik hier ben”, zegt ze met een stevig Amerikaans accent op een persbijeenkomst in Rio. „Het voelt als een droom die uitkomt.”

Bekijk ook andere video’s van de vluchtelingenploeg op de officiële site van de Olympische Spelen.

Bang was ze niet

Foto Reuters/Michael Dalder

Foto Reuters/Michael Dalder

Dezer dagen, nu de internationale pers weer alles van haar wil weten, komen de herinneringen aan die dramatische vlucht weer in alle hevigheid terug. Maar ze blijft uiterst koel en nuchter onder de aandacht. Bang was ze niet geweest.

Ze kon alleen niet aan boord blijven en toekijken hoe het bootje langzaam water ging maken. „Ik dacht alleen dat het een schande zou zijn als de mensen aan boord zouden verdrinken. Ik was per slot van rekening zwemster.”

Yusra Mardini is een van de tien sporters die het IOC de afgelopen maanden selecteerde voor het Olympische Vluchtelingenteam voor Rio, een unicum in de olympische geschiedenis. De ploeg die officieel onder olympische vlag aantreedt als het Refugee Olympic Team (ROT), zal volgens IOC-voorzitter Thomas Bach hoop geven aan mensen die overal ter wereld lijden onder verdrukking en sociale onrust, zei hij twee maanden geleden bij de oprichting.

Yusra Mardini wordt niet zomaar als willekeurige zwemster toegelaten tot het imposante Olympic Aquatics Stadium in Rio. Ze zwom in Syrië al toen ze vier was, aangespoord en getraind door haar vader, zwemcoach in Damascus. Ze haalde medailles, nationaal en internationaal, met drie podiumplaatsen bij de Arabische jeugdkampioenschappen. In 2012 deed ze mee aan de WK kortebaan in Istanbul – ze was pas veertien jaar oud.

Maar van zwemmen kwam de afgelopen jaren weinig meer in Syrië. Nadat hun woning was verwoest besloten ze de sprong naar Europa te wagen. Via Lesbos kwamen ze uiteindelijk terecht in Berlijn. Daar mocht Yusra Mardini al snel aansluiten bij de Wasserfreunde Spandau 04, een van de oudste clubs in de stad. De leden voorzagen haar van zwemkleding. Trainer Sven Spannekrebs herkende al snel het talent in haar. „Ze is mentaal heel sterk”, zei hij eerder dit jaar in de Duitse media. „Ze moet alleen nog sterker worden in het water. Maar ze zwemt goed.”

‘Vluchteling is geen vies woord’

‘Rio’ zou nog te vroeg komen, was de verwachting, maar Tokio (2020) moest ze kunnen halen. Totdat IOC-voorzitter Bach besloot tot de oprichting van een neutraal team van vluchtelingen voor Rio. Die kans greep ze aan. „Mijn doel is om een persoonlijk record te zwemmen”, zegt ze. „Een medaille halen wordt een beetje lastig. Maar ik hoop wel dat ik in Tokio een medaille haal.”

Foto Alexander Hassenstein/Getty Images

Foto Alexander Hassenstein/Getty Images

Met haar optreden in Rio hoopt Yusra Mardini ook nog een ander, hoger doel te dienen. „Ik wil iedereen vertellen dat ‘vluchteling’ geen vies woord is”, zegt ze. „We zijn nog steeds mensen, we kunnen heel veel dingen, en we kunnen iedereen laten zien dat we mensen zijn. Mijn boodschap is: geef nooit op.”

Dat wil ze ook uitstralen naar de vluchtelingen die de komende weken de kans krijgen een glimp op te vangen van de Spelen. „Ik wil dat vluchtelingen trots op mij zijn. Ik wil ze een hart onder de riem steken. Ik wil iedereen laten zien dat na de pijn, na de storm, kalme dagen komen.”

Daarnaast wil ze de rest van de wereld laten zien dat problemen ook kunnen leiden tot verandering. „Als je een probleem hebt in je leven, betekent dat niet dat je bij de pakken neer moet zitten en moet gaan huilen als een baby. Mijn probleem is de reden dat ik hier ben, en waarom ik sterker ben geworden.”

Maar ze wil nu voor alles sportvrouw zijn. Ondanks alle aandacht voelt ze zich in het water geen vluchteling meer. Daarvoor is ze te veel met haar sport bezig. „Je bent sportvrouw, je denkt niet na over de vraag of je uit Syrië komt of uit Londen of uit Duitsland”, zegt ze. „Je bent bezig met je race, met je badmuts, de baan waarin je zwemt, je training. Dat is alles.”

Toch denkt ze nog weleens terug aan de ontberingen in de Egeïsche Zee. Maar ze heeft geen slechte herinneren overgehouden aan die krankzinnige marathon in open water. „Nee, helemaal niet. Ik weet dat ik, zonder het zwemmen, nooit meer in leven zou zijn. Het is juist een positieve herinnering voor mij.”