Dichter bij God en de staat

In Poetins Rusland trekken kerk en staat gebroederlijk op. Maar het ware geloof wordt beleden op het platteland, ver weg van het centrum van de macht. Op reportage in het klooster waar ook Fjodor Dostojevski eens te gast was.

Foto Konstantin Salomatin

‘Een dier is een bezield wezen”, zegt vader Venedikt, terwijl de merrie gulzig hapt naar het gouden kruis om zijn nek. „Een schepsel Gods.”

Met vlakke hand slaat hij het paard keihard op het voorhoofd. Daarna mept hij met de handdoek die zijn monniken over zijn schoot hebben gelegd. Tenslotte grijpt vader Venedikt de merrie bij de neus en zoent hij haar.

„Schat van me! Wil je een suikerklontje?”

Venedikt (77) is de ‘vader-plaatsvervanger’ van Optina Poestyn, een van de heiligste plaatsen van Rusland. In theorie staat dit klooster, ruim 200 kilometer ten zuidwesten van Moskou, onder de directe leiding van patriarch Kirill, het hoofd van de Russisch-Orthodoxe Kerk. In de praktijk wordt Optina bestuurd door de ‘eerwaarde archimandriet’ Venedikt.

Aan het eind van de dag brengen de monniken hem naar zijn lievelingsplek: de paardenstallen. Voorzichtig zetten ze de broze archimandriet op het bankje bij de muur. Dan worden de paarden één voor één voorgeleid. Werkdieren zijn het, met brede flanken en sterke benen. Bijna elke dag nemen de monniken ze de akkers op, vertelt vader Venedikt.

„Als ze met dieren kunnen omgaan, dan begrijpen ze de mensen ook.”

Optina Poestyn (poestyn betekent zoveel als ‘lege plaats’) is een van de belangrijkste bedevaartsoorden van Rusland. In de negentiende eeuw verwierf het klooster grote faam door zijn zogenoemde staretsen (Russisch: startsy).

De starets was een oudere, vaak in eenzaamheid en stilzwijgen gehulde monnik, die een welhaast goddelijke status kon bereiken. Pelgrims uit heel Rusland reisden naar Optina om de starets te zien en om raad te vragen. Ook grote Russische schrijvers brachten er een bezoek. Zo raakte Dostojevski onder de indruk, en modelleerde de heremiet in De broers Karamazov, naar vader Amvrosi, de grondlegger van de startsjestvo in Optina.

In 1923 sloten de bolsjewieken Optina Poestyn. De kerken werden met de grond gelijkgemaakt, de overige gebouwen werden gebruikt als school, of als ziekenhuis. In 1939 werden hier vijfduizend Poolse officieren geïnterneerd, die in 1940 zouden worden afgevoerd naar Katyn om te worden doodgeschoten.

Foto Konstantin Salomatin

Heilig brood bakken voor de communie. Foto Konstantin Salomatin

Tanige monnik

Nog voor het einde van de Sovjet-Unie werd het klooster teruggeven aan de kerk. Voormalig NRC-correspondent Laura Starink bezocht Optina Poestyn in 1990 en zag dat er overal druk getimmerd en gemetseld werd. Vijftig monniken woonden er toen.

Lees hier het verslag dat Laura Starink in 1990 schreef over haar bezoek aan Optina Poestyn

26 jaar later zijn het er bijna tweehonderd en ligt het kloostercomplex te blinken in de zon. In de zorgvuldig aangeharkte perken trekken vrijwilligers voorzichtig het onkruid weg tussen de voorjaarsbloemen. Onder de bomen verdringt een groep vrouwen van middelbare leeftijd – hoofddoeken en lange rokken – zich rond een tanige monnik met een vlassige baard. Een hoge geestelijke leidt Russische officieren rond over de begraafplaats. „Deze heeft nog gevochten in Afghanistan.” De officieren blijven eerbiedig staan.

Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft de Russisch-Orthodoxe Kerk een spectaculaire comeback gemaakt. Tussen 1991 en 2014 steeg het percentage Russen dat zich orthodox noemt van 31 naar 72 procent. Dat wil niet zeggen dat Rusland na zeventig jaar staatsatheïsme – ineens een diepreligieus land geworden is. De val van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zorgde voor een nationale identiteitscrisis. De kerk, met haar duizendjarige geschiedenis, vulde de leemte. Zelfs communistenleider Gennadi Zjoeganov is van mening dat de kerk een belangrijke rol vervult voor de Russische maatschappij.

Dat vindt het Kremlin ook. Anders dan in West-Europa stond de Orthodoxe Kerk in Rusland immer onder controle van de overheid. In Poetins Rusland trekken kerk en staat dan ook gebroederlijk op. Tijdens zijn inauguratie in 2012 noemde patriarch Kirill de stabiliteit waarvoor de Russische president had gezorgd een „godswonder”. Poetin vertoont zich graag op orthodoxe hoogtijdagen, tussen de wierook en de geestelijken in goudbrokaat.

Kerk en Kremlin hebben dezelfde agenda. In de afgelopen jaren is het Kremlin een reactionaire koers ingeslagen. Doemaleden benadrukken ‘traditionele Russische waarden’, die naadloos passen in het haast middeleeuwse wereldbeeld van de Orthodoxe Kerk. En het orthodoxe wantrouwen tegen de latinstvo, zoals het Westen van oudsher wordt genoemd, vertoont grote overeenkomsten met de antiwesterse retoriek van de Russische politiek.

„De staat neemt steeds vaker zijn toevlucht tot het orthodoxe geloof als ideologische basis”, zegt Andrej Desnitski, verbonden aan het Instituut voor Oosterse Studies aan de Russische Academie van Wetenschappen.

„En geestelijken zeggen steeds vaker dingen die overeenkomen met de staatspropaganda.”

Toch is het niet zo dat de staat de kerk volledig controleert, zegt Desnitski. Of dat de overheid altijd doet wat de clerus wil. Vorig jaar riep patriarch Kirill tijdens een toespraak in de Doema op om de orthodoxie tot de basis te maken van de vorming in het onderwijs. „Er was niemand die hem tegensprak”, zegt Desnitski. „Maar vervolgens gebeurde er niets.”

Dat wil niet zeggen dat de diepe loyaliteit aan de macht de kerk geen windeieren heeft gelegd. Anno 2016 is de Russisch-Orthodoxe Kerk een machtige en welvarende organisatie. Overal in Rusland verrijzen kerken. Geestelijken verplaatsen zich in luxe auto’s. Patriarch Kirill werd gezien met een horloge van 30.000 dollar om zijn pols. „Een geschenk”, verontschuldigde hij zich.

Foto Konstantin Salomatin

Paasviering bij het klooster Optina Poestyn. Foto Konstantin Salomatin

Subtiele helderziendheid

De monniken van Optina Poestyn houden zich verre van dergelijk vertoon. Sommige geestelijken trekken zich terug uit de wereld. In een eenvoudige hut in het bos komen de monniken dichter bij God.

Aan de staretsen worden van oudsher grote gaven toegedicht. In De broers Karamazov geeft Dostojevski de heremiet Zosima een „subtiele helderziendheid”, waardoor hij „bij een eerste blik op het gezicht van een onbekende, die bij hem kwam, raden kon waarom deze gekomen was, wat hij verlangde en zelfs welk soort kwelling zijn geweten pijnigde”.

Foto Konstantin Salomatin

Arbeider Jevgeni in het klooster. Foto Konstantin Salomatin

Vader Venedikt heeft die gave niet. En omdat zijn gehoor achteruitgaat, moeten de gelovigen hun vraag af en toe herhalen.

Enkele tientallen pelgrims hebben meer dan een half uur zitten te wachten op vader Venedikt – in diepe stilte. De archimandriet is geen starets, maar de eerbied onder de pelgrims is er niet minder om. Schuchter stellen ze hun vragen. „Batjoesjka [vadertje], mag de Bijbel vertaald worden in het Tataars? Batjoesjka, mijn dochter heeft tijdelijk een andere religie aangenomen. Moet ze nu opnieuw worden gedoopt? Batjoesjka, ik volg de kerkelijk regels. Waarom mislukt dan alles in mijn leven?”

Venedikt antwoordt op de toon waarop je kleine kinderen toespreekt. Hij vertelt over de vrouw die abortus had gepleegd en wilde weten of God haar zou vergeven.

„Je bent een moordenares, zei ik haar. En God zal je alleen vergeven als je twintig mensen tot het geloof brengt.”

„Batjoesjka”, zegt een oudere vrouw. „Moet je voor jezelf bidden als je ziek en verdrietig bent?” Vader Venedikt kijkt nors. „Heb je soms gezondigd, dat je ziek bent?”

Een jongeman vertelt dat zijn vrouw en kinderen niet gedoopt zijn. „Waarom is je vrouw niet gedoopt?”

„Ze is Japans.”

Vader Venedikt kijkt afkeurend. „Waarom neem je dan ook zo’n vrouw?”