Vlaggen voor Erdogan in Rotterdam, dan ben je pas landverrader

Nederland is fout, Turkije is goed. Dat wereldbeeld zit er bij Nederlandse Turken ingebakken, meent Ebru Umar. „Terwijl ze hier in vrijheid alle kansen kregen.”

Turkse Nederlanders betogen bij de Erasmusbrug in Rotterdam tegen de mislukte staatsgreep in Turkije. Foto David van Dam

De beelden van demonstrerende Nederturken in Rotterdam zijn fascinerend. Een enorme menigte op de Erasmusbrug, zwaaiend met roodwitte vlaggen. Fotogenieker wordt het niet. Schizofrener evenmin. Het zijn mensen die het grootste deel van hun leven in Nederland gewoond hebben, of er zelfs geboren zijn. Mensen die in Nederland onderwijs genoten, werken en belasting betalen.

Mensen, ook, die beter Nederlands dan Turks spreken, die hier de weg kennen, instanties weten te vinden, relaties hebben. Die in Nederland kiesgerechtigd zijn, een rood paspoort hebben. Mensen die desondanks in Nederland steun betuigen aan een president 3.500 kilometer verderop, die vermeend democratisch gekozen is en nu de kans grijpt een dictatuur in te stellen: één waarin de doodstraf niet geschuwd wordt.

Het zijn deze mensen die zichzelf in de eerste plaats Turk noemen en mij verwijten landverrader te zijn. Sterker, die donderdag aangifte tegen mij deden wegens groepsbelediging. De afzenders presenteren zich als ‘een groep van 22 Turkse personen, woonachtig in Nederland en de Stichting Turks-Islamitische Culturele Federatie.’ Dat dus.

‘Landverrader’ is nog wel de aardigste term die ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Als taalpurist raak ik ervan in de war. Ik zou niet weten waar en wanneer ik Nederland verraden zou hebben. Ja, ik ben een trots lid van het Republikeins Genootschap, het concept erfopvolging en Koningshuis vind ik middeleeuws, niet passend bij een moderne democratie, maar toch: weinig Nederlanders die daar landverraad in zien. Dat Nederturken menen dat ik Turkije verraad door mezelf Nederlander te noemen, door afstand te nemen van Erdogan, door Turkije te categoriseren als derdewereldland, is onnavolgbaar. Deze mensen zijn net als ik een product van Nederland. Ze hebben net als ik de vrijheid zelf na te denken en in vrijheid te leven. Dat deze mensen Turkije anders beoordelen dan ik, prima. Dat ze ook de feiten ontkennen, fascineert me. Wat me echt beangstigt is dat ze al vlaggend de boel in Rotterdam en de rest van Nederland op zijn kop zetten, tegelijk afgevend op Nederland en verworvenheden als vrijheid voor iedereen. Vreemd die mensen die zichzelf trots ‘Turk’ noemen.

Toegegeven, de Nederlandse immigratie verliep niet altijd even netjes. Er zijn verhalen over uitbuiting, over erbarmelijke leefomstandigheden. Maar grow up! Blijkbaar was het hier toch beter aangezien niemand de bus terugnam naar Turkije. Toegegeven, er is sprake van achterstelling als je opgroeit in een arm gezin en naar de mavo gestuurd wordt terwijl je net zoveel in je mars hebt als je autochtone klasgenoot die naar havo of vwo mag. Absoluut, maar je kunt niet volhouden dat alles de schuld is van Nederland en Nederlanders. Dan ben je net als degenen die nooit ophouden hun ouders de schuld te geven van eigen falen.

Waar ik me over blijf verbazen is dat al die vlaggende Nederturken Turkije zo’n succes vinden. Turkije über alles, luidt hun mantra, terwijl ze er vaak niet eens geboren zijn, soms niet eens gewoond hebben. Laat staan dat ze er werken of begraven zullen worden. Hoe kan het een volwassen geest zo ontbreken aan kritisch vermogen?

Voor mijn landarrest in april, wegens tweets over Erdogan, was Turkije voor mij een zalig vakantieland. Ook in mijn jeugd, toen opa’s en oma’s mij daar op handen droegen en ooms en tantes me alles gaven wat mijn hartje begeerde. De zon scheen er in mijn herinnering dag in dag uit. We konden altijd buitenspelen, op straat en strand.

De keerzijde van het land dat mij zoveel vakantiegeluk schonk, leerde ik ook kennen. Onze harde guldens, en later euro’s, werden er gul gedeeld met familie die het met minder moest doen. Ik en mijn geld waren er maar wat welkom. Nederturken worden er aan de lopende band opgelicht: niet alleen bij de kassa, ook bij het kopen van een tweede huis.

De ongelijkheid is er schrijnend. Wie voor een dubbeltje geboren wordt in Turkije zal nooit een kwartje worden. Als vrouw ben je voortdurend mikpunt van seksistische opmerkingen. Je moet wel heel stevig in je schoenen staan wil je daar als vrouw carrière maken. Het is een land waar je alleen met geld alle deuren open krijgt, zonder sociaal vangnet. Dagelijks ben ik mijn ouders dankbaar dat ze Turkije achter zich gelaten hebben. Dat ze hun dochters lieten opgroeien in het vrije Nederland, waar iedereen kansen krijgt: ja, ook de migrantenkinderen, ongeacht of ze jongen of meisje zijn. Een veilig land zonder dreiging van leger of islam.

De Nederturken die op de Erasmusbrug met roodwitte vlaggen zwaaien zijn niet alleen fascinerend, maar ook voer voor psychologen. Ze konden zich in Nederland ontwikkelen tot een hoogte die ze in Turkije nooit hadden kunnen evenaren. Hoe kan het dan dat Turkije voorgeprogrammeerd blijft staan als ‘goed’ en Nederland als ‘fout’? Wat is er mis met het omarmen van het Nederlanderschap? Ja, Nederturken, wie is hier nou de landverrader?