Snuit-aan-snuit

De kinderopvang waar we nu weer gingen kijken werd gerund door een filiaalmanager met een kordate vlecht die tijdens het spreken van links naar rechts vloog. Het was al de derde plek in korte tijd, ik had onderhand zin om knopen door te hakken. We moesten blauwe slofjes over de schoenen doen voor we bij de babygroep naar binnen mochten. De leidster die wijdbeens wat baby’s zat te amuseren zei dat het er net zo steriel was als in een operatiekamer en dat je er van de grond kon eten.

De filiaalmanager zei over haar: „Ze is al wat ouder en heeft dus meer ervaring.”

Dat ‘dus’ had van mij niet gehoeven.

We zetten de dochter op de grond, ze kroop meteen naar de wat oudere leidster die haar extra enthousiast begroette.

„Ik ben net een magneet”, zei ze.

Schuin achter haar, ik zag hem in eerste instantie niet, kroop een man in een colbert tevoorschijn, ook al wat ouder.

„En wie is dat?”, hoorde ik mezelf praten.

„Ik ben maar gewoon een enthousiaste papa”, zei hij. „Let maar niet op mij.”

De filiaalmanager zei dat papa’s en mama’s met hun pincode – „makkelijk en veilig” – altijd naar binnen konden en dat daar flink gebruik van werd gemaakt. Er waren er die in een opwelling besloten dat ze even ‘het boterham-momentje’ wilden meepikken, maar het kon ook dat ze, zoals meneer, even snuit-aan-snuit met hun eigen kleintje wilden als ze dat na een werkdag kwamen halen.

„En daar is niets mis mee!”, zei de filiaalmanager die zich onverwachts omdraaide waardoor haar staart me bijna in het gezicht sloeg.

Ze ging ons voor naar een andere ruimte met houten getraliede kooitjes waar de baby’s tussen twaalf en drie verplicht een middagslaapje deden. Er hingen daar camera’s. De filiaalmanager zei dat je daar ook van de grond zou kunnen eten, een mooi bruggetje naar het ‘geen-vlees-beleid’, waarover ze zonder dat ze er op werd aangevallen meteen in de verdediging schoot.

„Vlees geeft teveel gedoe, de ene ouder wil het wel en de ander juist beslist niet. En dat heeft niets met welk geloof dan ook te maken! Het is gewoon onmenselijk voor de leidsters.”

Nadat ze dit sausje over haar verdienmodel had gegoten keek ze op haar horloge. „Ik moet weer doorrrrr… Helaas.”

De vriendin zei dat we snel een beslissing gingen nemen. We plukten de dochter weg uit de babygroep.

„Ze is er echt aan toe”, zei de oudere leidster die eraan toevoegde dat de dochter de enthousiaste papa met een plastic kegel had geslagen. Ik had zin om haar te belonen met een plakje worst, heel onmenselijk.

Marcel van Roosmalen heeft een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.