In Venezuela is vrijwel alles op

Venezuela Sinds de val van de olieprijzen is Venezuela in een diepe crisis terechtgekomen. Voedsel en medicijnen zijn schaars.

Voor de Nederlandse ondernemer Robert Brants, eigenaar van een bouwbedrijf in Venezuela, is het sinds de crisis lastig zakendoen. „De enige manier om aan cement te komen is via de zwarte markt.” Foto’s Holland Mortars

Toen de Nederlandse ondernemer Robert Brants 25 jaar geleden naar Venezuela vertrok om er in de bouwsector te gaan werken, dacht hij dat hij in het paradijs was beland. Het tropische, rijke Venezuela met mooie en vriendelijke mensen lag aan zijn voeten. „Graaf hier maar eens een gat in de grond. Vind je geen olie dan wel goud of diamant, of je gaat groenten verbouwen”, zegt Brants (51).

Hij werd verliefd op een Venezolaanse, kreeg twee dochters en bouwde Holland Mortars op, een bedrijf gespecialiseerd in betonconstructies, waaronder vloeren voor slachthuizen.

„We zijn experts in het produceren van een hoogwaardige cementsoort. We zijn hier een van de weinige bedrijven die dat kunnen.”

Het lukte Brants een florerende onderneming neer te zetten. Met zijn gezin woont hij in een mooi penthouse in een groene buitenwijk van Valencia, een grote industriestad. Het gezin bezit een strandhuis aan de kust en zijn beide dochters gaan naar een privéschool. Maar sinds twee jaar geleden de daling van de olieprijzen inzette en het socialistische Venezuela in een schrijnende crisis belandde, staat het paradijs van Robert Brants op instorten.

Zwarte markt

Een bezoek aan zijn opslagplaats illustreert dat. „Deze ruimte staat normaal gesproken vol zakken cement, er werkt een man of zeventien en er rijden vrachtwagens vol bouwmaterialen af en aan. Een en al bedrijvigheid”, zegt Brants terwijl hij door de verlaten fabriek loopt. Al een paar maanden is het vrijwel onmogelijk om aan cement te komen.

„Cement is het belangrijkste materiaal voor ons bedrijf, het is genationaliseerd door de regering. Het beetje dat nog geproduceerd wordt, gaat eerst naar projecten van de overheid. De enige manier om aan cement te komen is via de zwarte markt, voor woekerprijzen.”

Voor een zak cement zou Brants normaal gesproken rond de 800 bolivares betalen, de door de overheid vastgestelde prijs. Maar op de zwarte markt betaalt hij inmiddels wel 6.000 bolivares, iets minder dan 11 euro.

Venezuela (30 miljoen inwoners) drijft volledig op de export van olie waarvan het over enorme (bewezen) reserves beschikt. Een lagere olieprijs betekent minder inkomsten, die Venezuela hard nodig heeft voor de omvangrijke import. Officieel kromp de economie 4 procent in 2014 en 6 procent vorig jaar.

De eigen productie is onder het socialistische bewind van president Nicolás Maduro en diens voorganger, de charismatische leider Hugo Chavez, ingestort toen vrijwel de hele economie genationaliseerd werd. Gevolg is dat er te weinig geld is voor de import van voedsel en medicijnen.

Volgens Evanan Romero, een in Amerika woonachtige gezaghebbende Venezolaanse olie-expert en hoogleraar natuurlijke hulpbronnen, is het geldverslindende beleid van Maduro en de in 2013 overleden Chavez ook debet aan de armoede:

„In 2012 bracht een vat olie 108 dollar op, nu 48 dollar. De inkomsten liggen daardoor stukken lager toch zou de bevolking geen honger hoeven leiden. Zolang de oliebranche in handen is van de overheid, vloeit veel geld weg naar machthebbers en belanghebbenden.”

De inflatie is torenhoog en kan volgens het Internationaal Monetair Fonds dit jaar zelfs stijgen naar 720 procent. Oplopende schaarste leidt tot extreem lange rijen wachtenden voor supermarkten en apotheken.

„Dit is zo’n rijk land, en nu hebben mensen nauwelijks te eten. Ik herken Venezuela niet meer”, zucht Robert Brants. De tabletten die hij tegen zijn hoge bloeddruk moet slikken, zijn sinds kort ook niet meer verkrijgbaar.

Gebrek aan grondstoffen

Begin juli plaatste president Maduro de verspreiding van voedsel en medicijnen onder toezicht van het machtige leger. Maduro beschuldigt zijn tegenstanders, onder wie particuliere producenten en oppositiepartijen, ervan opzettelijk de voedselproductie te bemoeilijken. „Jullie proberen een economische oorlog tegen Venezuela te voeren”, luidt via de staatsmedia zijn verwijt.

Polar, een van de weinige nog particuliere voedselproducenten, kreeg al een waarschuwing: Maduro dreigde de directeur op te sluiten toen het bedrijf de productie sterk moest inperken wegens gebrek aan grondstoffen. Onlangs stopte de laatste buitenlandse multinational in Venezuela, het Amerikaanse Kimberly-Clark (luiers en tissues), omdat de grondstoffen op waren.

Zwaarbewapende militairen controleren nu kippen op boerderijen en inspecteren productiebedrijven. Olie-expert Romero: „Door de militairen te laten beslissen over voedsel en medicijnen, krijgt het leger steeds meer macht. Dat kan gevaarlijk zijn.” Ervaring met het machtige leger heeft Brants ook.

„Als ik cement op de zwarte markt wil kopen, moet ik connecties hebben binnen het leger. Het zijn de militairen die er in handelen, alleen zij verkopen het.”

Brants probeert zijn bedrijf overeind te houden met werk buiten Venezuela. „Colombia gaat economisch goed. Mijn hoop is dat we daar dollars kunnen verdienen om de boel hier te redden.”