Waarom gemeentes liever hebben dat je begraven wordt

Cremeren of begraven? Het aantal begrafenissen is de afgelopen decennia flink gedaald. Nederlanders kiezen steeds vaker voor crematie. Voor gemeenten betekent dat een flinke financiële strop. Want begraven levert geld op en cremeren (vooralsnog) niet.

De Oosterbegraafplaats in Zutphen kent traditionele graven en een urnenwand (zie onder) voor mensen die zijn gecremeerd. Foto’s Gino Kleisen

Bijna elke dag komt Bob Claase naar de graven van zijn vrouw en dochter op de begraafplaats in Zutphen. De twee liggen tegenover elkaar, aan weerszijden van het pad op het deel van de begraafplaats zonder beschutting. De felle zon reflecteert op de paar stukken marmer die niet door bossen bloemen bedekt worden.

Claase, al over de tachtig, staat tussen de twee graven, borsteltje in de hand. Elke dag veegt hij het zand weg dat de konijnen achterlaten. „Een graf moet onderhouden worden.” En precies daarom wil hij zelf gecremeerd worden – ofschoon hij vanuit zijn geloof eigenlijk een voorkeur heeft voor begraven. „Maar dat onderhoud kost mijn zoons zoveel tijd. Als puntje bij paaltje komt, kies ik daar toch niet voor.”

Nederland wordt meer en meer een crematieland. Het aantal begrafenissen nam de afgelopen decennia flink af, tegenover een groeiend aantal crematies. Vorig jaar wilde 63 procent van de Nederlanders liever gecremeerd worden dan begraven. De prognose is dat dit voorlopig elk jaar nog 1 procentpunt meer wordt.

Voor gemeenten, die volgens schattingen met 1.800 begraafplaatsen 75 procent van de Nederlandse graven beheren, is dat steeds vaker een probleem. Uit een rondgang van NRC en uit gemeentebegrotingen blijkt dat de meeste gemeenten worstelen met de financiën van hun laatste rustplaatsen. De Wet op de lijkbezorging verplicht ze allemaal een begraafplaats aan te bieden, maar de inkomsten uit grafrechten dreigen door de grote hoeveelheid crematies nu steeds verder achter te blijven bij de onderhoudskosten. En aan crematies, veelal uitgevoerd door particuliere bedrijven als Yarden en PC Hooft, verdienen gemeenten doorgaans niets.

Deels is dat niet nieuw. Inkomsten van begraafplaatsen dekten zelden de kosten, laat staan dat er winst gemaakt werd. Veel gemeenten verhoogden daarom de graftarieven – variërend van enkele honderden tot enkele duizenden euro’s per tien jaar – het afgelopen decennium al. Soms zelfs met meer dan 100 procent. Toch hebben veel gemeenten nog altijd te maken met tekorten, van enkele tienduizenden euro’s (kleinere gemeentes) of enkele tonnen (grotere gemeentes). De toename in crematies verslechtert die situatie.

Cremeren is makkelijk

Een precieze reden voor de toenemende crematievoorkeur is lastig aan te wijzen. Volgens Wim van Midwoud, van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB), speelt mee dat een crematie minder nasleep geeft dan een begrafenis. Geen onderhoud, geen keuzes over verlenging of grafruiming. „Je ziet toch vaak dat het opa’s en oma’s zijn die zeggen: ik wil dat mijn kinderen niet aandoen.” Het helpt ook niet dat begraven vanwege de doorlopende grafrechten vaak als duurder wordt gezien, ofschoon dat niet voor elke gemeente geldt.

Wil je liever niet begraven of gecremeerd worden? Misschien is jezelf laten oplossen een optie

Overigens is de trend niet overal in het land identiek. Uitzonderingen: vergrijsde gemeenten en protestants-christelijke gemeenten. In die eerste compenseert het hoge aantal sterfgevallen voor het kleinere aandeel begrafenissen, in de tweede valt cremeren nog niet zo in de smaak. De gemeente Alblasserdam bijvoorbeeld laat weten dat het aantal begrafenissen al jaren stabiel is, rond de 124. „De meeste mensen hier kiezen vanuit hun geloofsovertuiging voor begraven in plaats van cremeren.” In Staphorst ligt het aandeel dat kiest voor begraven nog altijd op een overweldigende 90 procent.

De tijd dringt

0108BINbegraven2_5k

Maar voor veel andere gemeenten dringt de tijd om maatregelen te nemen. Neem Bloemendaal: mede door minder begrafenissen raakte de reservepot de afgelopen jaren langzaam leeg. En ook Zutphen zag de ontwikkeling, vertelt beheerder van de gemeentelijke begraafplaatsen Thijs Wijers. „In 2011 zaten we op 140 begrafenissen per jaar. Dat is nu 100.” Inmiddels wordt nog maar een kwart van de overleden Zutphenaren begraven. „En dat heeft invloed.”

Gemeenten zoeken nu naar oplossingen. Verhoging van de tarieven – de simpelste stap – geldt in veel plaatsen niet (meer) als een optie: dan wordt een crematorium alleen maar aantrekkelijker. Dus komen ze met een creatievere aanpak.

Zo probeert Bronckhorst op de cremeertrend in te spelen door aanleg van een urnenmuur en uitstrooiplekken. De gemeente laat weten hierdoor nog geen problemen te hebben.

Ook op andere plekken in het land bieden begraafplaatsen meer opties aan voor urnen. Maar het blijft de vraag of deze oplossing op de lange termijn werkt: as wordt toch vaak op persoonlijke, speciale plekken uitgestrooid.

Een drastischer plan: je hele begraafplaats aanpakken. Op verschillende plekken in het land vormen gemeenten rustplaatsen nu om tot ‘gedenkparken’, al dan niet met mogelijkheden voor rondleidingen.

In Zutphen liggen plannen voor de aantrekkelijke historische Oude Begraafplaats. Deze is nu ‘vol’, maar wordt misschien weer opengesteld voor nieuwe graven. Er wordt verder gedacht aan natuurbegraven: zonder grafsteen, gewoon onder het gras of onder een boomstronk. Of aan verschillende themavelden: een rozenveld, een islamitische afdeling, een bloemenweide. Beheerder Wijers: „Mensen vragen daarnaar.”

Alle opties voor begraven zullen worden gepresenteerd in een folder (Natuurlijk bijzonder, Natuurlijk herdenken) en met een kleine campagne.

Kan zoiets werken, een beetje promotie voor de begraafplaats? Crematoria doen het immers ook. Haarlem experimenteerde er al mee, inclusief de allitererende slogan: ‘Hierna Haarlem’.

Wijers ziet kansen. „Mensen willen steeds meer vrijheid, en zo laten we goed zien wat er mogelijk is.”

Twijfelaars

Op de begraafplaats in Zutphen zijn de medewerkers verdeeld over het plan. Bij het historische poortgebouw rookt een clubje hoveniers een sigaretje. In de verte brommen de snoeimachines van hun collega’s. Ronnie Koopman weet het nog niet, met de plannen. „Ik denk dat de meeste mensen hun beslissing toch al genomen hebben.” Zijn collega Odette Walsink ziet er wel wat in. Wat haar betreft kan het voor bepaalde groepen misschien werken. „Er zijn natuurlijk ook twijfelaars. En jongeren, die nog een keuze moeten gaan maken.” Zelf hoeven ze in ieder geval niet overgehaald te worden: beider keuze voor cremeren ligt al vast.

Taboe

Maar als cremeren zo populair is, waarom gaan begraafplaatsen dan niet gewoon voor de makkelijkste oplossing: zelf een crematorium bouwen op je begraafplaats in plaats van de concurrentie aangaan met de huidige circa tachtig crematoria?

Dat is een moeilijke kwestie, zegt Van Midwoud van de LOB. „Het een taboe noemen is misschien wat sterk, maar het is in ieder geval koudwatervrees. Gemeenten zeggen al snel: dat is geen kerntaak. Ja, dan ben je uitgepraat.” Volgens hem kan het wel degelijk slim zijn als een gemeente alle opties in eigen beheer houdt. „De tijd van achterover leunen is echt voorbij.”

Een enkele gemeente durft het aan zelf een crematorium uit te baten, maar veel zijn het er niet. Van Midwoud: „Ze zijn op de vingers van één hand te tellen, en dan nog kan ik een vinger afhakken.” Voorbeeld: Amersfoort, waar de gemeente naast de begraafplaatsen al enkele jaren een crematorium exploiteert. En met succes. Door de grote hoeveelheid door de gemeente uitgevoerde crematies is de situatie „stabiel en kostendekkend”, laat de gemeente weten.

Van Midwoud: „Je hebt een gemeentelijk zwembad, je hebt een gemeentelijke bibliotheek. Waarom dan ook geen crematorium?”