Hoe Harry’s zoon de geschiedenis herschrijft

●●●● In Harry Potter and the Cursed Child komt het verleden, met al zijn personages, terug. Het oude slot krijgt een nieuwe dimensie.

In boekhandel Waterstones aan de Kalverstraat in Amsterdam werd om 1 uur s'nachts de verkoop van het nieuwe Harry Potterboek Harry Potter and the Cursed Child gestart. Foto: Olivier Middendorp

We lijken te worden teruggeworpen in de tijd – alsof alles aan het begin van Harry Potter and the Cursed Child opnieuw begint. Op het station van King’s Cross vertrekt de Zweinsteinexpres, de heks met het karretje vol pompoentaartjes komt langs, iedereen maakt zich zorgen over de schoolafdeling waarin ze straks worden ingedeeld, in deze treincoupé zouden ze hun beste vrienden kunnen ontmoeten.

Maar ditmaal zijn de hoofdpersonen niet Harry, Ron of Hermelien, maar we zijn een generatie opgeschoven en we leven mee met Harry’s tweede zoon Albus, die aan zijn eerste jaar op de tovenaarsschool begint. Het parallelle verhaal is opvallend en veelzeggend: als lezer van alle zeven eerdere delen, herken je de overeenkomsten onmiddellijk. Je ziet dat er in deel acht zowel gebeurtenissen worden toegevoegd aan het chronologische verhaal, als iets aangepast is aan het verleden en daarmee aan je eerdere Potter-herinneringen.

Het boek dat zondag verscheen, Harry Potter and the Cursed Child, is een toneelscript, van het stuk dat sinds dit weekend in Londen speelt en tot volgend jaar zomer uitverkocht is. Geen romanverhaal, maar een dialoog plus regie-aanwijzingen: dat levert meteen al een andere leeservaring op. Niet dat het verhaal er te karig van wordt: in de regie-aanwijzingen staat nauwgezet wie welke lichtstraal op wie afvuurt, en soms zijn de mededelingen zo aangedikt dat ze absoluut een sfeer van grandeur toevoegen. ‘Dit is bijna een Spartacus-moment’, staat er, onsubtiel, maar ook geestig en effectief.

Thomas de Veen was vannacht aanwezig bij Waterstone’s, waar fans vanaf 1 uur hun exemplaar konden ophalen.

Wat vooral anders is: in het begin doet het verhaal denken aan fanfiction, de vervolgverhalen die enthousiaste fans van de serie voor elkaar op internet plaatsen. Dit is een nieuw verhaal met bekende personages, maar het lijkt wat platter en nepper, grotendeels leunend op de oorspronkelijkheid van het origineel.

In feite ís dit achtste deel ook halve fanfiction: het is geschreven door John Tiffany en Jack Thorne, samen met J.K. Rowling, die het verhaal verzon.

Maar de rol van Rowling in dat driemanschap blijkt groot genoeg: dat aanvankelijke gevoel wordt opgeroepen door een ingenieus spel, een verraderlijk plot met dubbele bodems, zoals we van Rowling kennen. De tijd, de herhaling, de doorwerking van het verleden en de onveranderlijke loop van de geschiedenis zijn precies waar het om draait. Daarom staat Albus centraal, Harry’s zoon die tot ieders schrik op Zweinstein wordt ingedeeld bij Zwadderich, de afdeling waarmee Harry altijd mot had. En Albus raakt bevriend met Scorpius, de zoon van Harry’s schoolvijand Draco Malfidus. De verlosser van het Kwaad baart een zoon die aanpapt met zijn oude tegenstanders – daar zit het drama van het verhaal.

Om zelf iemand te zijn, en om een fout van zijn vader goed te maken, maakt Albus met Scorpius een plan dat teruggrijpt naar Harry Potter en de Vuurbeker, het vierde deel. Daar viel een onschuldige dode, Carlo Kannewasser (Cedric Diggory), en zij willen terugreizen in de tijd om dat te voorkomen.

Albus en Scorpius

De kleinste gebeurtenissen in het verleden kunnen de grootste gevolgen hebben in het heden, en daarom is het bezit van het magische machientje waarmee ze tijdreizen, de Tijdverdrijver, ook streng verboden. In hun naïeve heldenmoed hebben Albus en Scorpius pas in de gaten wat ze doen als het te laat is. Vanaf dat moment – aan het begin van het tweede deel (het toneelstuk bestaat uit een middag- en avondvoorstelling, met elk een eigen spanningsboog) – wordt Harry Potter and the Cursed Child ongemeen spannend en duister. Want was de uitkomst van de Slag om Zweinstein, toen Harry afrekende met Voldemort, wel zo onvermijdelijk?

Eerst levert de toneeltekst nog wat bezwaren op voor de boekenlezer: de grote hoeveelheid actie noopt de personages soms om wel érg expliciet hun motieven uit te spreken, en om na een reeks ingewikkelde gebeurtenissen nog even samen te vatten wat er precies voorgevallen is. De emoties van de personages leunen soms wel erg op de acteurs, is dan de indruk, want op papier komen die meermaals eendimensionaal over.

Maar uiteindelijk is het juist een verhaal met vele dimensies geworden. De schrijvers laten een vrolijke parade van bekende Potterpersonages ten tonele verschijnen, van tante Petunia Duffeling tot wc-spook Jammerende Jenny, maar de interessantste rollen zijn er voor degenen aan wie we zien wat de tijd met ze heeft gedaan. Draco Malfidus bijvoorbeeld, die verzucht dat het ‘uitzonderlijk eenzaam’ is om hem te zijn – het gemak om iemand om één misstap te haten heeft een onmenselijke consequentie, lijkt Rowling ons te willen vertellen. Ook een extra dimensie krijgt Harry Potter zelf, die met zijn weerzin tegen zijn zoon mentaal nog helemaal afgerekend blijkt te hebben met Voldemort.

Uiteindelijk draait het daarom: om dat soort menselijke kanttekeningen, die ook van deel zes en zeven al zulke sterke, volwassen boeken maakten. Harry Potter and the Cursed Child voegt ware diepte toe aan de Potter-canon – en is daarmee een onmisbaar boek voor de fans. De vierde en laatste akte is een nieuw definitief slothoofdstuk van het levensverhaal van Harry Potter, die rouwde om zijn ouders. Die hen wilde wreken. En die daarin altijd onmachtig zou zijn, want terugkrijgen zou hij ze niet. Maar op een gegeven moment heeft het leven nadien zo veel waarde gekregen, dat je het verleden niet meer wilt veranderen. Met dat besef, dat Harry in de ‘gewone’ boeken nog niet had, onderstreept Harry Potter and the Cursed Child dat dit het échte, daverende slot is.

●●●● J.K. Rowling, Jack Thorne en John Tiffany: Harry Potter and the Cursed Child. Parts 1 & 2. Little, Brown, 330 blz., € 16

De vertaling van Wiebe Buddingh’ verschijnt 18/11.