‘Het bestaan kan hard zijn aan de Costa Del Sol’

Interview Jan Otto Landman (56) is huisarts aan de Costa del Sol, waar hij veel Nederlandse patiënten heeft. Sommigen kwijnen weg in eenzaamheid. ‘Dan adviseer ik mensen om terug te gaan.’

Lars van den Brink

Jan Otto Landman (56) bouwde net als vele andere Nederlanders een bestaan op in Spanje. „Betere kwaliteit van leven”, zo beschrijft de huisarts het clichébeeld waar hij in de jaren negentig naar op zoek was. Nu, twintig jaar later, kijkt hij vanuit zijn villa met zwembad uit over de Costa del Sol bij de toeristische badplaats Benalmádena. Landman is een tevreden mens, maar hij weet als geen ander dat niet iedereen zijn geluk in Spanje vindt. „Ik haal hier mijn geluk vooral uit mijn werk als huisarts”, zegt hij aan tafel in zijn zonnige achtertuin. „Het is mooi anderen beter te maken. Maar ik maak natuurlijk ook de andere kant mee. Er draaien hier ook mensen de vernieling in of kwijnen weg in eenzaamheid. Als de mogelijkheid er nog is, dan adviseer ik mensen terug te keren naar Nederland. Daar liggen toch je wortels. Daar woont de familie.”

Landman was naar eigen zeggen net zo naïef als talloze andere Nederlanders toen hij naar Spanje emigreerde. „Spanje was voor mij het land dat ik kende uit 1986 toen ik als student op talencursus naar Salamanca ging. Ik reisde overal heen. Ik voelde me er als een vis in het water. Bezocht steden als Burgos, Santiago en San Sebastian. Prachtig allemaal. Ik studeerde geneeskunde in Leiden, eigenlijk altijd met het idee in het buitenland te gaan werken. De tropen waren mijn doel, maar het werd uiteindelijk toch Spanje. Het is een schitterend land waar het leven voor mij nog altijd heerlijk is. Er is ook een keerzijde. Een Spanjaard zal je nooit worden. Aan de costa kom je er als buitenlander moeilijk tussen. Het bestaan is hier in sommige opzichten juist daarom veel harder dan in Nederland.”

Zijn eerste stappen als professional in Spanje zette Landman in de kuststad Marbella waar hij in 1996 een kliniek begon voor patiënten met osteoporose (botontkalking). „In het begin moest daar heel veel geld bij. Maar na een paar jaar begon het toch wel te lopen. Ik kon er met zo’n vijf tot zes patiënten per dag redelijk van leven. Toen een oudere huisarts aanbood zijn praktijk in Torremolinos over te nemen, heb ik die kans gepakt. Dat was in 1998. Ik werk daarnaast nu ook nog samen met een privékliniek in Fuengirola. De meeste Nederlanders hier aan de kust weten me wel te vinden.”

Landman noemt zichzelf tijdens het gesprek voortdurend bij zijn eigen achternaam. Een gewoonte uit zijn Leidse studentenleven die in Benalmádena nog altijd stand houdt. Zoals hij nog altijd haring en speculaas koopt. En in tegenstelling tot de meeste Spanjaarden ontvangt hij zijn bezoek thuis. Het geeft een mooi inkijkje in zijn bestaan. Honden Sjakie en Pancho rommelen op Landmans vrije donderdag in de tuin, in afwachting van de 10-jarige Daan. De zorg voor zijn zoon wisselt hij om de vier dagen af met zijn voormalige partner. „Daantje is in Spanje geboren, maar hij is misschien nog wel meer Nederlander dan ik. Voor hem is Nederland een soort paradijs. Zeker in de winter. Ik zie hem nog zo tijdens een vakantie met zijn neus tegen het raam naar de sneeuw in de bomen kijken. Alsof hij in de Efteling was.”

Een vrije jongen

De huisarts hoort zelf niet tot de categorie mensen die in het buitenland hun eigen land voortdurend romantiseren. Landman is ook niet iemand die afgeeft op zijn geboortegrond. „Ja, je hebt ook mensen die elke dag naar het weerbericht in Nederland kijken. Ik sta een beetje tussen alle partijen in. Ik ben hier een vrije jongen. Als ik in Nederland twee minuten te laat kwam, dan werd daar direct iets van gezegd. Nu kom ik wanneer ik wil. ‘Fijn dat u er bent, want u heeft het vast heel druk dokter’, wordt er gezegd als ik wat later ben.”

Landman heeft grofweg drie soorten patiënten. Nu tijdens het hoogseizoen heeft hij vooral te maken met toeristen. Van oktober tot maart helpt hij met name de Nederlandse overwinteraars. En het hele jaar door is Landman huisarts van de vaste bewoners aan de Costa del Sol van wie er ook duizenden uit Nederland komen. „In deze periode krijg ik heel veel oorklachten op mijn spreekuur. Mensen liggen opeens twee weken achter elkaar in het zwembad of de zee. Maar een mens is geen zeehond. De tere huid van de gehoorgang wordt week, met alle gevolgen van dien.”

Stress is volgens Landman de oorzaak van vele andere klachten bij vakantie vierende Nederlanders. „Ik kan merken dat artsen in Nederland niet voldoende tijd besteden aan hun patiënten. De Nederlandse verzekeraars spelen steeds vaker een kwalijke rol. Die zijn zorg meer als business gaan zien. Patiënten hebben soms geen idee waar ze aan toe zijn. Ik ben een beetje als de dokter die vroeger op het platteland werkte. Als het moet trek ik een half uur voor een patiënt uit. Ik ga altijd eerst een gesprek aan. Laat de mensen praten over hun problemen. Soms is het gewoon zware stress. Juist op vakantie komt dan alles naar boven. Verschrikkelijk natuurlijk. Ik probeer uit te leggen dat het wel een eerste stap naar weer een normaal leven kan zijn.”

Landman kan zich als bewoner aan de Costa del Sol goed inleven in de patiënten die er permanent wonen. Hij onderging hetzelfde proces. „In het begin zie je in Spanje alles van de zonnige kant. De zon draagt daar ook werkelijk aan bij, die maakt mensen aantoonbaar blijer. Vitamine D zit hier in de lucht. Sommige mensen zijn daar latent afhankelijk van. Ik zelf ook misschien. Spanjaarden spelen handig in op nieuwkomers. Je bent al snel hun amigo. Na een paar jaar doven die prikkels in het brein en slaat de curve om. Mensen gaan zich irriteren aan alle bureaucratie en de wijze waarop ze soms worden bedrogen. Zo zijn er talloze ongeldige bouwvergunningen verstrekt door corrupte burgemeesters. Tijdens de economische crisis hebben vele Nederlanders een heel hoge prijs betaald. Een belangrijk deel is hier noodgedwongen met verlies vertrokken. Dat soort verhalen worden liever verzwegen.”

Volgens Landman was de Nederlandse kolonie in Spanje nog veel verder uitgedund als de huizen niet onverkoopbaar waren geweest. „Toen ik hier kwam was Torremolinos het walhalla voor vele Nederlanders. Door de peseta was alles heel goedkoop. Vooral de overwinteraars vormden een zeer hechte groep. Dat waren veelal oudere mensen van boven de tachtig jaar. Als er één van hen in het ziekenhuis lag, gingen ze allemaal op bezoek. Er ontstond vaak een jolige sfeer als ik binnenkwam. ‘Ha dokter Landman’, riepen ze dan.”

Vertrek in stilte

Landman heeft veel patiënten de afgelopen decennia ouder zien worden. Van sommigen heeft hij afscheid moeten nemen. Als Nederlanders aan de costa’s overlijden, laten ze doorgaans hun as over zee uitstrooien. „Het is moeilijk patiënten te zien sterven. Neem een vraagstuk als euthanasie. Sommigen hebben allerlei verklaringen getekend. Daar zijn ze trots op. Die leggen ze dan bij je neer. Ik ben een moderne jongen, maar met euthanasie heb ik het moeilijk. Ik ben blij dat het in Spanje verboden is. Ik hoef die beslissing niet te nemen. Heel soms vraag ik aan een arts in het ziekenhuis iets meer morfine te geven. Maar daar zijn ze huiverig voor. Alles wordt geregistreerd. In de praktijk gaat vrijwel alles goed. Er gaat hier niemand schreeuwend van de pijn dood.”

De band tussen Landman en de Spaanse specialisten is in de loop van de tijd ook zeer belangrijk geworden. „Ik vertel mijn patiënten vaak wat ze te wachten staat. Daardoor zijn ze goed voorbereid op een verblijf in een ziekenhuis. Zo’n Spaanse dokter vindt het in velerlei opzichten prettig dat ik als tussenpersoon kan functioneren. Die vertelt nu eenmaal niet graag in zwaar gebroken Engels aan iemand dat hij nog maar kort te leven heeft. Ik doe dat op mijn eigen manier. Op zijn Nederlands. Er zijn schrijnende gevallen bij van mensen die alleen achter zijn gebleven na de dood van hun partner. Ik raad doodzieke patiënten vaak toch aan terug te gaan. Daarna hoor ik meestal nooit meer wat. Zo’n vertrek gaat in stilte. Heel soms krijg ik nog een kaartje.”