Wat doet de Nederlandse Gülenbeweging eigenlijk?

De Gülenbeweging in Nederland

De Gülenbeweging zou achter de mislukte coup in Turkije zitten. Ook in Nederland is steevast ophef rond de beweging. Maar wat doet die eigenlijk?

Vrijdag gaven Gülenisten in Nederland een persconferentie om te waarschuwen voor geweld tegen hen in Nederland. Op de foto gaat een van hen, Selma Ablak, in gesprek met een verslaggever. Foto David van Dam

Na een paar gesprekken met Nederlandse aanhangers van de Turkse prediker Fethullah Gülen belt ineens een pr-bureau voor een „perceptieonderzoek over de Gülenbeweging”. Dat doen ze, zegt de vrouw aan de telefoon, omdat „mensen die in Nederland bij de Gülenbeweging betrokken zijn, hebben gemerkt dat er in de samenleving vragen leven over de heer Gülen en de beweging”. Dan vraagt ze: „Wat weet u van de heer Fethullah Gülen? Kunt u in Nederland organisaties noemen die aan de Gülenbeweging gelieerd zijn? Wilt u in de toekomst betrokken blijven bij de wetenswaardigheden van de Gülenbeweging?”

Het is kenmerkend voor de Gülenbeweging. De behoefte aan controle die eruit spreekt. Het besef dat er wel wat te verbeteren valt aan de beeldvorming rond Gülen. En een wantrouwige ziel zou er nog een derde reden aan toevoegen: zie je wel dat het één grote organisatie is, die iedereen in de gaten houdt?

Dit perceptieonderzoek dateert alweer van 2013. Door de jaren heen heeft NRC verschillende keren gesproken met Nederlandse aanhangers van Gülen, die in de Verenigde Staten woont en om wiens uitlevering Turkije herhaaldelijk heeft gevraagd. Hij en zijn aanhangers worden ervan verdacht een rol te hebben gespeeld bij de mislukte staatsgreep vorige maand. Het heeft in Turkije geleid tot een golf van arrestaties en in Turkse gemeenschappen in de rest van de wereld tot grote spanningen. Voor de tegenstanders van de Gülenbeweging – daarvan sprak NRC er ook een aantal – is de coup het bewijs van een langgekoesterde verdenking: dat de Gülenbeweging stiekem streeft naar een machtsovername.

Lees ook het portret van Fethullah Gülen: Een machtige, broze man in de bossen van Pennsylvania

Vormen ze een sekte?

Drie van zulke tegenstanders zitten op een middag in 2013 in een Amsterdams café. Twee zijn nog kinderen, broertjes. De derde is een jonge man die sieraden draagt met daarop de Turkse maansikkel. Het is Denizhan Murat Üresin, die zichzelf kemalist noemt, een fanatiek-seculiere positie.

Üresin schrijft internetpagina’s vol met beschuldigingen aan het adres van Turkse Nederlanders, die hij nu eens stalinisten, dan weer PKK’ers of gülenisten noemt.

Die middag vertellen Üresin en de twee broertjes over de ‘jihadistische sekte’ die de Gülenbeweging zou zijn. Op het toenmalige Cosmicus College in Amsterdam, gelieerd aan Gülen, zouden kinderen worden geronseld voor huiswerkinternaten, waar op hardhandige wijze de islam wordt ingeprent. Ze zouden worden geslagen met schoenzolen, sommige oudere abi’s (broeders) zouden er met wapens rondlopen.

Het klinkt ongeloofwaardig. De krant kan het verhaal niet bij hun ouders checken, zeggen ze, want „die spreken haast geen Nederlands”. En de kinderen hebben de politie ook niet ingelicht over de aanwezigheid van wapens, „want dat heeft toch geen zin”.

Een paar weken later is de oudste van de broers te zien in Nieuwsuur. Hij vertelt hoe de Gülenbeweging kinderen ronselt op scholen en in haar internaten indoctrineert met islamitische propaganda. Een jaar later verschijnt Üresin in EenVandaag. Als ‘oud-leerling van een Gülenschool’ mag hij uitleggen hoe de beweging kinderen indoctrineert in illegale internaten.

De uitzendingen leiden tot veel ophef – steevast het geval als iets of iemand met Gülen in verband wordt gebracht. Een VVD-Statenlid is voorzitter van de internatenstichting en wordt uit de partij gezet. Er worden Kamervragen gesteld. Minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA), verantwoordelijk voor integratie, zegt dat de Gülenbeweging moet worden betrokken bij een onderzoek naar Turkse organisaties.

Foto David van Dam

Vrijdag gaven Gülenisten in Nederland een persconferentie om te waarschuwen voor geweld tegen hen. Foto David van Dam

Achterdocht

Uit onderzoek van de gemeente Amsterdam blijkt later dat de ‘internaten’ studiehuizen zijn, legaal, waar meerderjarige jongeren wonen. Die geven zelf aan niet geïndoctrineerd te worden. De vader van het kind dat in Nieuwsuur aan het woord kwam, zegt tegen de gemeente dat zijn zoon niet is geronseld voor het studiehuis. En in antwoord op de Kamervragen schrijft de minister dat hij géén aanwijzingen heeft dat de activiteiten van de Gülenbeweging niet overeenkomen met de Nederlandse rechtsstaat of met integratiedoeleinden.

De gülenisten hebben het ook wel een beetje aan zichzelf te wijten, al die achterdocht. Tot voor kort ontkenden ze meestal dat hun organisaties of evenementen iets met Gülen te maken hadden. Die dragen namen als Vereniging Betrokken Ouders Rijnmond, Harmonie van Nederland, Stichting de Waterval, Platform ZijN, VOTIAD, HOGIAF. Op de websites staat altijd keurig wat hun ‘missie’ is. Zo maakt de Waterval „zich sterk voor sociale cohesie en een harmonieuze samenleving vanuit intercultureel perspectief”, zijn de betrokken ouders in Rijnmond op zoek „naar optimale oplossingen met behulp van projecten voor diverse dilemma’s, knelpunten, problemen en spanningen in de maatschappij” en gelooft ZijN „in het investeren en versterken van vrouwen”. Het woord ‘Turks’ komt op de sites hoogst zelden voor, laat staan de naam Gülen.

Kleur- en reukloze naam

Haci Karacaer, ooit het gezicht van moskeeorganisatie Milli Görüs in Nederland, zei eens het geworstel van de gülenisten te herkennen. Het deed hem denken aan Milli Görüs voor zijn aantreden, waar de voorzitter een Vereniging Welzijns Belangen had opgericht. „Zo’n kleur- en reukloze naam. Heel stom, daar wordt de buitenwereld juist achterdochtig van.”

Milli Görüs werd altijd beschuldigd van een dubbele agenda, precies als Gülen. In 2010 gaf de toenmalige minister van Integratie opdracht voor een onderzoek naar de internaten en huiswerkinstituten van de Gülenbeweging. Hoogleraar antropologie Martin van Bruinessen kwam tot de conclusie dat de gülenisten weliswaar een ondoorzichtige beweging vormen, dat ze een conservatieve islam belijden en dat de sociale druk vrij groot is. Maar ook dat aanhangers vrij zijn de beweging de rug toe te keren en dat de nadruk op onderwijs ertoe heeft geleid dat hun kinderen het goed doen op school en dat de volwassenen geen moeite hebben goede banen te vinden. Daarom, schreef Van Bruinessen, lijkt het erop dat de leer van Gülen integratie in de Nederlandse samenleving eerder bevordert dan belemmert.

Toch komt de beweging maar niet af van de verdenking een wolf in schaapskleren te zijn: naar buiten toe tolerant en modern, naar binnen toe streng islamitisch. Waarnemers als hoogleraar Turkse talen en culturen Erik-Jan Zürcher vergelijken de Gülenbeweging met de jezuïeten uit de Katholieke Kerk, of met vrijmetselaars – schimmige bewegingen die altijd met samenzweringen in verband worden gebracht.

Gülen richt zich vooral op het onderwijzen van jongeren in de hoogste niveaus van het onderwijs: havo, vwo, hbo, universiteit. Dat is geen toeval, zegt ex-gülenist Ahmet Tule. „Ze zijn erop gericht hoge maatschappelijke posities te bekleden.”

Rond zijn achttiende woonde Tule in een Gülen-studiehuis in Hengelo. Hij vond de regels streng. Roken mocht niet, een vriendinnetje mocht niet, na schooltijd moest je direct thuiskomen. „Kwam je iets later, dan werd meteen gevraagd: waar was je?” Om vijf uur ’s ochtends moest hij opstaan, bidden, ontbijten, boeken van Gülen lezen. „Ik viel in slaap bij het lezen. Uiteindelijk besloot ik weg te gaan”. Hij ondervond geen problemen bij het verlaten van het studentenhuis.

Tule bleef nog een paar jaar betrokken bij de beweging. „Het doel was goede moslims op te leiden, zodat zij in de toekomst hoge posities konden bekleden in de maatschappij.”

Dat is gelukt: bij Turkse staatsinstellingen werkten tot de recente ontslagen veel aanhangers van Gülen. Daarmee heeft de beweging veel indirecte invloed maar, zegt Thijl Sunnier, dat betekent niet dat Gülen uit is op een machtsovername. De antropoloog aan de Vrije Universiteit bestudeert de beweging al jaren. „Er is een verschil tussen invloed willen of je bemoeien met de inrichting van de staat. Zeker, Gülen wil op allerlei terreinen aanhangers hebben, zodat zijn gedachtengoed zo breed mogelijk wordt verspreid. Maar dat wil de Katholieke Kerk ook, en de PvdA ook.”

Gülenisten zijn volgens Sunnier conservatief en modern tegelijk. Het zijn belijdende moslims, maar ze gaan gemakkelijk om met ongelovigen, maken carrière en doen hard hun best onderdeel te worden van de samenleving. Ze spreken perfect Nederlands.

Zo zijn ook de mannelijke Gülen-aanhangers die NRC heeft ontmoet. En ze zien er allemaal eender uit, alsof ze met pak en stropdas vers uit het cellofaan komen. „Ja hè, we lijken op elkaar”, zegt Murat Alici lachend. „Op de basisschool stond ik al met stropdas op de klassenfoto.”

Foto David van Dam

Saniye Calkin, directeur van het door Gülen geïnspireerde Platform INS. Foto David van Dam

Keurige Nederlandse schoolles

Het is een kille zondag in Rotterdam, 2014. Op de eerste verdieping van een flatgebouw waar Instituut Het Centrum op de gevel staat (missie: „een samenleving waarin burgers in harmonie met elkaar in interactie zijn”) zitten drie mannen. Murat Alici is dan voorzitter van onderwijsorganisatie NPOINT. Mustafa Dag is dan directeur van Het Centrum. En Mehmet Cerit is ook aangeschoven, toen en nu hoofdredacteur van de krant Zaman Vandaag, het orgaan van de Gülenbeweging.

Deze zondag krijgen tientallen kinderen bijles in Het Centrum. De meesten zijn van Turkse afkomst, maar er zitten ook leerlingen met Afrikaanse en Aziatische wortels bij. Krijgen ze hier „bijles in naam van Allah”, zoals de kop van een kritisch artikel over het instituut luidde? Juf Zubeyra, een pabostudent die dit vrijwillig doet, heeft een paar afbrekingen op het bord geschreven. Nacht-dienst. Nacht-ja-pon. Ze laat zien waar het streepje moet staan bij woorden met ng en nk: „Is het vi-nger of vin-ger?”

Martin van Bruinessen wilde voor zijn onderzoek ook kijken bij de huiswerkbegeleiding van gülenisten, maar het kwam nooit uit, als hij wilde langsgaan. Het bezoek werd altijd uitgesteld, totdat hij werd uitgenodigd en een keurige Nederlandse schoolles zag. „Het was duidelijk dat men probeerde een gunstige indruk te creëren.” Op deze zondag zien ook wij een keurige Nederlandse schoolles. Zouden de kinderen van tien of elf allemaal alleen maar doen alsof dit normaal voor ze is? „Bijles in de naam van Allah”, zegt Mustafa Dag. „Hoe kan ik dat weerleggen? Als ik geen Koranles geef op het moment dat zij komen kijken, zeggen ze dat ik het vast stiekem doe.”

De beweging zal in Nederland nu voor de derde keer worden onderzocht. Vorige maand gaf Sociale Zaken het bureau RadarAdvies opdracht voor een onderzoek naar Turkse organisaties, waaronder Gülen. Leidende vraag: of die organisaties „parallelle gemeenschappen” vormen die de integratie van leden belemmeren. ‘Parallelle gemeenschap’: het klinkt precies als de beschuldiging die de Turkse president Erdogan voor Gülen reserveert, dat die een „parallelle staat” probeert op te bouwen.

Mehmet Cerit van Zaman probeert er luchtig onder te blijven. Fethullah Gülen heeft onlangs zelf voorgesteld een internationaal onderzoek naar zijn beweging te doen, en vooraf gezegd dat hij zich zal neerleggen bij de uitkomst ervan. „We hebben niks te verbergen”, zegt Cerit. „Ja, we hebben invloed. Maar dat is omdat we hoogopgeleid zijn. Hoger opgeleiden van Nederlandse komaf hebben ook meer invloed in dit land.”