Dit zijn de concurrenten van Dafne Schippers

Olympische spelen

Elaine Thompson en Shelly-Ann Fraser-Pryce werken aan hun vorm in de Jamaicaanse ochtendzon. Hoe bereiden Schippers’ concurrenten zich voor op ‘Rio’?

Elaine Thompson (996) is iedereen, inclusief Shelly-Ann Fraser-Price (117), te snel af bij de olympische trials in Jamaica, een maand geleden. Foto Leo Hudson

De dag ontwaakt als atleten van de MVP Track Club langs de baan hun matjes uitvouwen. Dat tapijtje bakent ieders persoonlijk domein af, bedoeld om te stretchen, even uit te rusten of bij te kletsen met buurvrouw of buurman. Elaine Thompson heeft, zoals altijd, haar plekje nabij de startlijn van de 100 meter ingenomen. Ter hoogte van de finishlijn heeft Shelly-Ann Fraser-Pryce zich gesitueerd. Het is zes uur ’s ochtends op Jamaica. Tijd om te trainen.

De zon blijft verscholen achter de berg die het National Stadium van Kingston van een fraai decor voorziet. Nog wel. Tegen achten komt de ploert tevoorschijn en zijn naast alle matjes parasols uitgeklapt. Bescherming tegen de hitte is geen overbodige luxe. De mooiste en grootste parasol biedt Fraser-Pryce, de meervoudige olympisch en wereldkampioene sprint, verkoeling. Je bent de ster of niet.

Op de inloopbaan naast het grote stadion trainen tientallen leden van de MPV Track Club kriskras door elkaar, mannen en vrouwen. Op Jamaica wordt gewerkt met particuliere clubs, niet met een nationale selectie. Elk groepje specialisten werkt zijn programma af.

Het verkeer op de baan oogt chaotisch, maar verloopt volgens ongeschreven regels. Geen gemopper, geen gescheld en geen botsingen. Bovenal schalt de gulle lach door de nog koele ochtend. Naar goed Jamaicaans gebruik is de sfeer ontspannen. Er wordt intensief getraind en tussendoor gerust op de matjes. Op één ervan speelt een peuter. Zijn moeder werkt eerst een training af voor ze hem naar school brengt.

Na de warming-up waggelt Stephen Francis de baan op. De kolossale man met een formidabele buik, zonnebril en breedgerande hoed groet, schudt handen, deelt schouderklopjes uit en zoekt een plekje op het middenterrein. Vanaf die positie buldert hij zijn instructies naar de atleten, afgewisseld met fluitsignalen om starts aan te geven. Zijn aura vult het veld. Hier staat onmiskenbaar de baas, de kampioenenmaker die met veel respect wordt benaderd.

Francis, een man die na zijn studie financiën vijftien jaar geleden de MVP Track Clubs mede hielp oprichten en meteen als fulltime coach begon, is streng voor zijn atleten, conform zijn adagium dat de weg naar de top oncomfortabel is. „Om de beste te worden zijn opofferingen vereist”, zegt hij na afloop van de training, in de schaduw van de tribune, gezeten op een klapstoel die bijna onder zijn gewicht bezwijkt. „Ik weet zeker dat ook Dafne Schippers een lange, oncomfortabele weg heeft afgelegd. Ik heb gehoord dat het haar als zevenkampster lang niet altijd makkelijk afging.”

‘Sick of questions about Defné’

De naam Dafne Schippers is gevallen. Naast Amerikaanse sprinters dé grote concurrente van Thompson en Fraser-Pryce op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Francis begint er zelf over, terwijl directeur Brux James van de MVP Track Club toegang tot de trainingsbaan had verleend met het vriendelijke verzoek aan coach en sprintsters geen vragen over de Nederlandse wereldkampioene op de 200 meter te stellen. „Elaine and Shelly-Ann become sick of questions about Defné”, bezwoer James.

De werkelijkheid blijkt mee te vallen. Zowel Thompson(24), die door Schippers vorig jaar in Beijing van de wereldtitel op de 200 meter werd afgehouden, als Fraser-Pryce (29), die haar op de 100 meter ternauwernood versloeg, praat vrijuit over de Nederlandse sprintster, voor wie beiden een merkbaar groot respect hebben. En sportieve angst natuurlijk.

Thompson, die na afloop van de training in lotushouding op de grond de tijd voor een interview neemt: „Ik was op de WK eerlijk gezegd nogal verrast dat Dafne zó snel was.” Om daar, politiek correct, op te laten volgen: „Maar het is goed voor de competitie, die werd beheerst door Amerikaanse en Caribische sprintsters. Het betekent dat ik nog beter mijn best moet doen om te winnen.”

Thompson, dertien dagen jonger dan Schippers en de rijzende ster van het Jamaicaanse sprinten, betuigt een bijna devote bewondering voor trainer Francis, die haar uit Banana Ground, in centraal Jamaica, naar de hoofdstad Kingston haalde. „Wat hij in me zag is me een raadsel, want ik was op high school niet uitzonderlijk goed. Ik kwam onder hem op de 100 meter aanvankelijk maar niet onder de 11,10 seconden. Ik zag het helemaal niet meer zitten. Maar Stephen zei me door te gaan en zijn aanwijzingen te blijven opvolgen. Het was zwaar, inderdaad zeer oncomfortabel, maar in mijn derde jaar onder hem was het resultaat verbazingwekkend. Kijk waar ik nu sta. Ja, dat heeft me zeer verrast.”

Wat Francis in Thompson zag? Haar bereidheid hard te werken, zegt hij. „Een jong meisje dat bij haar entree de 100 meter in 11,10 seconden loopt heeft talent, onmiskenbaar. Maar echt talent moet zich ontwikkelen. De resultaten tonen hoe goed iemand werkelijk is. Ik geloof niet zo in de ontdekking van talent. Ik kijk naar de hunkering om beter te worden. In het bijzonder let ik op verlangen en discipline. Op de WK in Beijing, waar Elaine achter Schippers tweede werd, is gebleken dat ik het goed heb gezien. Op de Olympische Spelen moet ze die lijn doortrekken.”

De voortekenen zijn gunstig, want Thompson heeft dit jaar al razendsnel gelopen, vooral op de 100 meter, waaraan ze na de WK veel aandacht heeft besteed. Zij voert de wereldjaarlijst aan met 10,70 seconden. Baas boven Schippers die dit seizoen niet sneller dan 10,83 heeft gelopen. Op de 200 meter zijn de verhoudingen omgekeerd. Op die afstand leidt Schippers met 21,93 de seizoenslijst en volgt Thompson met 22,16.

Francis kijkt weinig naar concurrenten en laat zich er al helemaal niet door leiden. Hij gelooft heilig in het systeem van de MVP Track Club. Met een stalen gezicht: „Wij produceren sprinters. En dan bedoel ik: doorlopend.”

Jamaicanen gedijen in eigen land

Dat systeem wordt nader verklaard door directeur James, die met Francis en diens broer Paul tot de founding fathers behoort. „Wij zijn de club in 1999 begonnen, omdat wij meenden dat niet het maximale uit het vele sprinttalent op Jamaica werd gehaald. Wie wilde slagen vertrok met een beurs naar de Verenigde Staten, maar was zelden succesvol. Wij wilden onze talenten Jamaicaanse coaches, Jamaicaanse managers en Jamaicaanse faciliteiten bieden.”

Jamaicanen gedijen nu eenmaal het best in eigen land, beweert James, zelf ooit een redelijke 400-meterhordenloper. „Ik kan dat niet verklaren, maar de feiten bewijzen het. Sinds wij zijn begonnen, en anderen op Jamaica ons voorbeeld hebben gevolgd, zijn er vijf professionele atletiekclubs. Sindsdien zijn onze sprinters succesvol; winnen we niet drie of vier olympische medailles, maar tien, elf, twaalf. Het is zeer de vraag of Fraser-Pryce zich met een beurs in de VS net zo spectaculair had ontwikkeld. Hetzelfde geldt in mijn ogen voor Usain Bolt bij de Racers Track Club. Trainen in de eigen, vertrouwde omgeving is de basis van het Jamaicaanse succes.”

En de kwaliteit van de coaches, vanzelfsprekend. Door te professionaliseren heeft de afgestudeerde financieel expert Francis zich tot een toptrainer ontwikkeld. Zonder dogma, beweert hij.

Hoe kan dat nu? Francis buldert van het lachen over zoveel scepsis. Terwijl hij schuin maar scherp vanonder zijn hoed kijkt: „Mijn filosofie is dat ik geen filosofie heb. Atleten trainen beschouw ik als één groot experiment. Ik geloof niet in pasklare methodes. Jazeker werk ik met trainingsprogramma’s. Je moet begrijpen wat je moet doen, begrijpen wat er nodig is om een atleet op hoog niveau te krijgen. Ik zorg altijd dat ik up-to-date ben met alle trainingsmethoden, maar de toepassing bepaal ik zelf. Ik reken op feedback van de atleten zodat ik trainingen kan aanpassen als het niet werkt. Maar het blijft experimenteel.”

Waar Francis vorig jaar op de WK verordonneerde dat Fraser-Pryce alleen de 100 meter mocht lopen en Thompson de 200 meter, geeft hij hun de vrijheid in ‘Rio’ op beide afstanden uit te komen. Over Thompson heeft hij geen twijfels, maar of Fraser-Pryce start op de 200 meter is nog onzeker. De olympisch kampioene kampt met een hardnekkige teenblessure. Hij houdt het op fiftyfifty. Ze loopt hoe dan ook de 100 meter, de afstand waarop Thompson, net als Dafne Schippers, problemen had met haar start. „Daar heb ik veel aandacht aan besteed en die is sterk verbeterd”, beweert Thompson. En Francis, kort maar droog: „Dat probleem bij Elaine is opgelost.”

Wedijver aanscherpen

Maar de rivaliteit tussen ‘grande dame’ Fraser-Pryce en Thompson is schijnbaar toegenomen, want Jamaicaanse verslaggevers meldden recentelijk dat beiden in de nog korte aanloop naar de Spelen niet meer gelijktijdig trainen. Op gezag van Francis, vertelden zij. De coach stimuleert schijnbaar de wedijver om beiden in Rio zo hongerig mogelijk aan de start te krijgen. Want één ding willen de Jamaicanen te allen tijde voorkomen: verslagen worden door Dafne Schippers, het grote, blonde gevaar uit Nederland.