Abou Jahjah wil niet choqueren

Zomergasten Zelden was een Zomergast zo omstreden. Maar Dyab Abou Jahjah leek zijn woorden zorgvuldig te kiezen.

„Ik wil niet gaan choqueren”, zegt Dyab Abou Jahjah, de meest controversiële Zomergast sinds Ayaan Hirsi Ali, En hij legt ook uit wat zijn naam betekent: „Voilà, de glimlachende wolf.”

Lees ook onze recensie: Zomergasten met Dyab Abou Jahjah

De komst van de Vlaamse columnist en activist zorgde vooraf voor ophef: vooral uit Joodse hoek was er protest tegen het feit dat een man als Jahjah – die terrorisme verheerlijkte, en die pittige uitspraken doet tegen de ‘zionisten’ – drie uur lang een podium zou krijgen van de VPRO. In Zomergasten wordt een gast geïnterviewd – dit seizoen door Thomas Erdbrink – aan de hand van favoriete tv-beelden.

Grote vraag was: gaat Jahjah schokkende dingen zeggen zondagavond?

Zionisten

Aangezien Jahjah door zijn tegenstanders een antisemiet wordt genoemd, was het spannendste blok fragmenten dat over Israël. De 45-jarige Jahjah groeide op in Libanon tijdens de burgeroorlog (1975-1990) en de Israëlische bezetting. „Mijn eigen dorp is door Israël kapot gemaakt en wij werden verdreven. Ons dorp weigerde te collaboreren, er werd een kleine slachting aangericht.”

Sindsdien richt hij zich fel tegen Israël als een staat die gebouwd is op zionisme. Jahjah noemt zionisme een verwerpelijke „koloniale” en „racistische ideologie”.

Hij laat scènes zien uit Waltz with Bashir, een film over de bloedbaden onder Palestijnse vluchtelingen in Sabra en Shatila in 1982 door falangisten, Libanese nationalisten. Over de betrokkenheid van het Israëlische leger zegt Jahjah: „De slachting heeft drie dagen lang geduurd, het is niet zo dat ze even niet hadden opgelet.”

Verder toont hij een toespraak van de Israëlische premier Netanyahu, die na de aanslag op Charlie Hebdo in 2015 Franse Joden oproept naar Israël te komen. Jahjah hekelt dat als koloniale propaganda. Als Erdbrink tegenwerpt dat Franse Joden naar Israël vluchten uit angst voor aanslagen, trekt Jahjah dat in twijfel. „Ik heb daar mijn twijfels, omdat ze minder veilig zijn in Palestina.”

Wanneer Erdbrink hem voorlegt dat als Jahjah tekeergaat tegen ‘zionisten’, het lijkt alsof hij op de Joden scheldt, zegt Jahjah, „zionisme is een nuanceringsterm. Het gaat niet over Joden, het gaat niet over religie, het gaat over een ideologie.”

Jahjah stelde islamofobie onlangs in NRC gelijk met antisemitisme. Daarover zegt hij dat het antisemitisme ook ooit begon als geloofskritiek: „Islamofobie maakt dezelfde evolutie door als ooit het antisemitisme.” Hij wil vooral waarschuwen voor verdere escalatie van de moslimhaat: „We moeten niet altijd wachten tot na het drama om wakker te schieten.”

Terrorisme

Een ander gevoelig punt is Jahjahs vermeend goedpraten van terrorisme. Over zijn keuzefilm Battle of Algiers (1966), over de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging FLN, zegt Jahjah: „Je kunt geweld niet altijd veroordelen.”

Een interview met Leonard Cohen, die het over 11 september heeft – „de dag dat New York werd verwond” – leidt ertoe dat Erdbrink hem het beruchte citaat uit zijn autobiografie voorlegt waarin hij met zijn vrienden juicht op 9/11, omdat Amerika eindelijk wordt vernederd. Jahjah verklaart min of meer dat hij er nu anders over denkt.

Over zijn warme banden met de Libanese beweging Hezbollah zegt Jahjah dat die tot het verleden behoren. „De relatie is achteruitgegaan, door de Syrische burgeroorlog.” Hezbollah staat achter de Syrische dictator Bashar al-Assad, Jahjah stond achter de opstand tegen hem.