Zweven in het ziekenhuis

Zorg

Hypnotherapie en mindfulness werden door artsen lang gezien als kwakzalverij. Nu wordt dit soort aanvullende zorg vaak in het ziekenhuis aangeboden. Als onderdeel van de behandeling of als extraatje voor de patiënt.

©

Patiënten die baat denken te hebben bij creatieve therapie, massages of mindfulness gaan meestal zelf op zoek, buiten de reguliere zorg. Maar langzaam bieden steeds meer ziekenhuizen deze ‘complementaire zorg’ zelf aan. 94 procent van de Nederlandse ziekenhuizen heeft iets van dit soort zorg onder eigen dak, bleek vorig jaar uit een inventarisatie van het Van Praag Instituut en het Louis Bolk Instituut. Vooral de zogenaamde mind-body-interventies zoals mindfulness, geleide visualisatie en hypnotherapie, zijn populair.

De term complementaire zorg beslaat een brede waaier aan behandelingen, van voetmassages tot meditatietechnieken. Een aantal heeft inmiddels een stevige wetenschappelijke basis. Er zijn behandelingen die onmisbaar onderdeel zijn geworden van het reguliere behandelplan, zoals mindfulness na een hartoperatie. Andere behandelingen, vaak zonder wetenschappelijk fundament, worden aangeboden als een extraatje voor de patiënt, zoals een handmassage voor een operatie.

De interesse in deze behandelingen, bewezen en niet-bewezen, groeit op alle niveaus, van patiënten tot artsen en bestuurders, zegt hoogleraar interne geneeskunde Jan Smit. Hij is ook voorzitter van een commissie van ZonMW, dat in opdracht van onder meer het ministerie van Volksgezondheid onderzoek doet naar zorginnovatie. Smit vermijdt de term ‘complementaire zorg’. „Het woord complementair suggereert dat het per definitie wetenschappelijk niet-bewezen behandelingen zijn, die extra zijn en weinig worden toegepast. Maar sommige behandelingen, zoals mindfulness, zijn wetenschappelijk onderzocht en zijn een belangrijk onderdeel van een behandeltraject. Ik zou het daarom liever hebben over goede of slechte zorg. Goede zorg is effectief, veilig en doelmatig en draagt bij aan de gezondheid van mensen. En effectiviteit en veiligheid moeten worden getoetst volgens gangbare wetenschappelijke methoden.”

Trainingen voor artsen

In het Centrum voor Mindfulness van het Nijmeegse Radboudumc doet hoogleraar psychiatrie Anne Speckens al tien jaar onderzoek naar de effectiviteit van mindfulness. Er worden trainingen gegeven aan mensen met psychische en lichamelijke klachten. Maar ook aan studenten en artsen uit het ziekenhuis. Speckens: „Het is een enorm verschil met tien jaar geleden. Ik stuitte toen op weerstand, mindfulness was nog controversieel. Nu het bewijs groeit, verdiepen artsen zich in de onderzoeken die wij doen.”

In de Verenigde Staten hebben de veertig grootste en bekendste ziekenhuizen allemaal een aparte ‘integratieve afdeling’. In Nederland wordt aanvullende zorg nog vaak als kwakzalverij gezien. Die scepsis herkent ook AMC-kinderarts Marc Benninga. Hij begon tien jaar geleden zijn onderzoek naar de werking van hypnose bij kinderen met onverklaarbare chronische buikklachten. Hij kreeg het verwijt kinderen aan kwakzalverij bloot te stellen. Benninga liet zich er niet door weerhouden. „Het bleek het meest succesvolle onderzoek dat ik ooit gedaan heb”, zegt hij, „85 procent van de kinderen had aanzienlijk minder pijn na zes sessies bij een hypnotherapeut. Na een bezoek aan mij, de kinderarts, was dat 25 procent. Inmiddels hebben we een tweede grote klinische studie verricht in tien ziekenhuizen die laat zien dat hypnotherapie effectief is.

Is hypnotherapie dan nu de standaard behandeling? Benninga: „Dat overleg ik altijd met ouders. Op dit moment wordt het nog niet als eerste stap geadviseerd. Dat heeft te maken met de kosten, want het is niet altijd verzekerd. Maar als je kijkt naar het effect, zou het dat wat mij betreft wel moeten zijn.”

Het Flevoziekenhuis doet sinds 2006 mee met het internationale zorgconcept Planetree. Dat betekent dat naast de reguliere medische zorg extra aandacht besteed wordt aan het welbevinden van de patiënt. Het ziekenhuis heeft van alles in huis: van aromazorg tot geleide visualisatie. Ook worden op alle verpleegafdelingen handmassages en pre-operatieve voetmassages gegeven door geschoolde vrijwilligers.

Patiënten delen hun angsten

Verpleegkundige Akke Klijnstra heeft de complementaire tak in het Flevoziekenhuis opgezet en zegt dat die niet meer weg te denken is uit de dagelijkse ziekenhuispraktijk. Klijnstra: „Het is een extraatje voor de patiënt. Het gaat altijd in samenspraak met de arts. Patiënten reageren vaak verrast, en ervaren het als een fijne, persoonlijke vorm van aandacht. Tijdens zo’n massage delen mensen hun angst of zorgen, iets waar de arts minder tijd voor heeft. En vaak verandert dan hun beleving van pijn. Soms vervangt het de kalmeringsmiddelen en gaan patiënten al slapend naar de operatiekamer.”

Voor de effectiviteit van zulke massages is geen wetenschappelijk bewijs, zoals evenmin bewijs is voor het succes van geleide meditatie, aromazorg of creatieve therapie. Kunnen ziekenhuizen dit desalniettemin aanbieden? Hoogleraar Jan Smit: „Een goed gebruik in de geneeskunde is dat behandelingen pas worden geïntroduceerd nadat ze grondig zijn onderzocht. Experimentele behandelingen worden alleen in de context van onderzoek aangeboden. Bij die afweging spelen de risico’s van zo’n behandeling mee. De eisen die aan wellness-achtige zaken als aromazorg of handmassages worden gesteld, zijn anders dan voor interventies die mogelijk risicovol zijn: zo kan het gebruik van bepaalde kruiden de werking van geneesmiddelen verminderen of juist versterken.”

Anne Speckens vindt dat complementaire zorg niet moet blijven hangen in de verpleegkundigenzorg, wat nu nog vaak het geval is. „Als je constateert dat iets werkt, onderzoek het dan. Anders blijft complementaire zorg in de hoek van hobbyisme.”