Wat zou Aristoteles van Trump en Hillary vinden?

Zap Wouter Bos gaf bij DWDD les over politieke toespraken. Wat zou Aristoteles vinden van Donald Trump?

Wouter Bos in ‘DWDD Summerschool’

In afwachting van presidentskandidaat Hillary Clintons belangrijke acceptance speech vannacht, gaf oud-politicus Wouter Bos gisteravond les over politieke toespraken, in DWDD Summerschool (NPO 1).

Met de 23 eeuwen oude Retorica van Aristoteles in de hand legde hij uit waaraan een goede speech moet voldoen. Je moet overkomen als een geloofwaardige en overtuigende autoriteit (ethos). Je moet de juiste emoties opwekken (pathos). En je moet een goed verhaal hebben (logos). Bos maakt er een flitsend betoog van, met aardige voorbeelden: president Clinton over zijn affaire met stagiaire Monica Lewinsky, opzwepend nationalisme van Franse president Sarkozy, de Britse premier Thatcher maakt een grap over The return of the Mummy. Bos eindigde met ‘I have a dream’ van burgerrechtenactivist Martin Luther King.

Omdat Bos zelf zo’n begenadigd spreker is, en hij veel informatie in een half uur kan proppen, werd dit de beste Summerschool tot nu toe. De geringe lengte blijft een probleem. Bos had bezuinigd op zijn voorbeelden, zodat hij niet echt kon laten zien waarom de genoemde speeches bijzonder waren. Verder had hij niet zo veel historische toespraken en ook niet veel Amerikanen.

De rest van de avond bleef je een beetje door de ogen van Aristoteles kijken. Hoe deed de Duitse premier Merkel haar persconferentie? Ze was onverzettelijk en redelijk (logos: goed). Maar ze was te onbewogen voor een bewogen week (pathos: niet goed) wat haar gezag aantastte (ethos: niet goed).

DWDD Summerschool is voor de zomer al opgenomen, dus Bos kon geen aandacht besteden aan de sterke speeches die deze week op de Democratische Conventie klonken. President Obama, zijn vrouw Michelle en zijn voorganger Bill Clinton maakten hun reputatie waar. Ze móesten ook wel verschrikkelijk goed zijn, want ze moeten iets aan het volk verkopen wat het volk niet wil hebben: Hillary Clinton.

Hillary was vannacht zelf aan de beurt. Krachtige, rijke speech. Alles was perfect. Maar dat ene stukje ethos waar ze niets aan kan veranderen blijft een probleem: ze komt over als hard en berekenend. Je gelooft haar niet echt (pathos: niet goed).

Wat zou Aristoteles van de speeches van Donald Trump hebben gevonden? Interessant maar verwarrend retorica-studiemateriaal. Geen logos, twijfelachtige ethos, veel pathos. En toch uiterst effectief: zijn succes heeft hij vrijwel geheel aan zijn redenaarstalent te danken.

Trump spreekt op het niveau van een kind uit groep 6, zo onderzocht The Boston Globe. In het YouTubefilmpje ‘How Trump Answers A Question’ wordt zijn taalgebruik ontleed: onsamenhangende verhalen met weinig inhoud. Korte zinnen met korte woorden, veel herhaling, veel superlatieven (huge, tremendous, terrible). Hij eindigt ieder zin met een krachtig trefwoord. Verder veel onzin, beledigingen en onderbuikgevoel. Hij spreekt, kortom, precies de taal van zijn kiezers. En dat werkt. Of Aristoteles het leuk vindt, of niet.