Nederlandse politici: vrouwen en kinderen eerst

Nederlandse politici, doe als de sprekers op de Democratische conventie: spreek over de kinderen, schrijft Lars Duursma.

“Nooit zal ik de eerste dag vergeten dat onze meisjes op weg gingen naar hun nieuwe school. Op die ene winterochtend stapten ze, slechts 7 en 10 jaar oud, in zwarte terreinwagens, omringd met allemaal grote mannen met geweren.”

Wie de toespraken op de Democratische conventie een beetje heeft gevolgd, zal snel zijn opgevallen dat het wel érg vaak over kinderen ging. Michelle Obama begon direct over de eerste schooldag van haar dochters.

©

Bill Clinton deelde verhalen over dochter Chelsea. Tim Kaine benadrukte hoe hij na z’n studie kinderen begeleidde in Honduras. Joe Biden sprak over het droevige verlies van zijn zoon. Barack Obama vertelde hoe zijn inmiddels bijna volwassen dochters zo enorm veranderd zijn tijdens zijn presidentschap. En ook Hillary Clinton stond daar niet alleen als presidentskandidaat, zo benadrukte ze, maar toch ook als moeder, ja zelfs als grootmoeder.

Je zou haast denken dat de Democraten na alle duistere woorden op de Republikeinse conventie hun belangrijkste thema allerijl hebben aangepast naar ‘vrouwen en kinderen eerst’. Moet dat nou, al dat gedweep met kinderen?

In Nederland houden we er niet zo van. We vinden het al snel over the top. We denken direct aan het verkiezingsspotje waarin Diederik Samsom over z’n gehandicapte dochter sprak: „Ze heeft het doorzettingsvermogen van een dieseltrein.”

Voor een deel zit die allergie ‘m waarschijnlijk in de knulligheid waarmee Amerikaanse technieken vaak één-op-één worden overgenomen in de Haagse politiek.

Zo stond bij de presidentsverkiezingen van 2008 ene Joe the Plumber centraal – kent u ‘m nog? Joe stond volgens presidentskandidaat John McCain symbool voor de gemiddelde Amerikaan. Dat kan ik ook, moet Mariëtte Hamer hebben gedacht, destijds fractievoorzitter van de PvdA. Tijdens de eerstvolgende Algemene Politieke Beschouwingen begon ze uit het niets over haar buurman Joost. Joost was een vrachtwagenchauffeur, zo moet u weten, en Joost maakte zich zorgen om z’n toekomst. Minutenlang had ze het alleen maar over Joost. Vervolgens ging ze verder met haar wat inspiratieloze spreektekst, de kijker in verwondering achterlatend.

En zo gaat het wel vaker. Bij de Europese verkiezingen van 2014 had ChristenUnie-lijsttrekker Peter van Dalen het ineens over z’n „Facebook-vriend Henk”. Ook al vrachtwagenchauffeur. Kijk onze politici eens gewone burgers kennen.

Dan deden de Democratische sprekers het een stuk beter. Ze durfden iets van zichzelf te laten zien en gebruikten persoonlijke voorbeelden vooral als illustratie van een groter punt. Zo draaide de inspirerende speech van Michelle Obama uiteindelijk niet om haar kinderen, maar om onze kinderen.

Er staat wat op het spel, zo benadrukten ook de andere sprekers. Op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid. En, fundamenteler nog, onze waarden. Want onze kinderen kijken óók, zo benadrukte de First Lady. Willen we echt dat zij Trump als rolmodel gaan zien?

Vergelijk het eens met Nederland. Sommige politici zitten al tien jaar in de politiek zonder dat we weten wat hen persoonlijk raakt. Politici spreken liever over wie ze kennen, dan over wie ze zijn. Wie een willekeurig Kamerdebat volgt op de publieke tribune, weet na afloop van alles de waarde en van niemand de waarden. Geen wonder dat de gemiddelde kiezer zich steeds minder verbonden voelt met de politiek.

Bij de Democratische conventie werden persoonlijke verhalen gekoppeld aan een bredere boodschap. Dat was wat de unieke toespraak van Michelle Obama zo inspirerend maakte: het was haar verhaal maar ging over onze kinderen. Durfden onze politici maar zo te spreken.