Opa Ban zocht voor een laatste keer mijn blik, met al brekende ogen, zo leek het.

Hij schoof een halve meter onderuit, waarbij hem een lange zucht ontsnapte, die nog wat klanken uit zijn diepste binnenste meebracht. Als het woorden waren, dan klonken ze ongeveer zo: ‘Paraat... machtig rabiaat...’ Met een Hebreeuwse intonatie.

De verpleegster wilde het kapje weer aan opa’s gezicht hechten, maar zag dat het niet meer nodig was. Ze legde wel nog twee vingers op de halsslagader. ‘Lieve mensen, sterkte,’ zei ze. ‘Het is voorbij.’

Ik kuste mijn grootvader op zijn klamme voorhoofd, en stond mijn kruk aan tante Naomi af, die mij navolgde, maar dan met sprenkeling van tranen over het ingeslapen gezicht. De zuster noteerde het tijdstip van overlijden op een clipboard. Buiten klonk een schelle jongensstem, onverstaanbaar, maar ik verstond er moeiteloos de woorden ‘paraat’, ‘machtig’ en ‘rabiaat’ in. Opa Ban was honderdeen geworden. Sinds hij als kind zijn sterfelijkheid ontdekte, was er in dat lange leven geen dag voorbijgegaan of hij had aan zijn dood moeten denken – terloops, of in angst, of als dwanggedachte. In ieder geval in onzekerheid over de ure van dien. En nu was die dood zomaar, op donderdag 24 juli 2014 om tien over vier ’s middags, concreet geworden: een balpenkrabbel op een formulier van Zafnath-Paäneah ten teken dat er een kamer vrij was gekomen.

In de gang zaten Branda en Rachel naast elkaar op een bankje. Branda omhelsde me. ‘Hij is dood,’ wist Rachel. ‘Zonder afscheid... o, wat hield ik van die man. Zo’n prachtexemplaar vind ik nooit meer.’ Ze hees zich op aan haar stok, en zei resoluut: ‘Ik wil hem zien.’ Ik kuste Rachel op haar craquelé bibberwangetjes: ‘Straks, Rachel, als ze ’m een beetje toonbaar hebben gemaakt.’ Ze keek me indringend aan, en snauwde: ‘Nou, wat waren zijn laatste woorden... gingen ze over mij?’

Ik herhaalde ze bij mezelf. Het leek wel een slogan uit de beginselverklaring van een foute politieke partij: PARAAT, MACHTIG, RABIAAT – ZO STAAN WIJ VOOR U. STEMT ALLEN PMR. VOOR EEN SAMENLEVING DIE VAN ZICH AFBIJT. Of had opa Ban met zijn laatste woorden een samenvatting willen geven van de twee gehate ideologieën in zijn leven, die van de nazi’s en de sovjets?

‘Rachel, wat kan Laban bedoeld hebben met de woorden „paraat machtig rabiaat” of „paraat mossad rabinaat” of zoiets?’

De oude vrouw plantte de rubberdop van de stok tussen haar voeten. ‘Hoe sprak hij het uit... op z’n Hebreeuws?’ Ik knikte. ‘Dan zei hij zeker „parat Mosje rabbenoe”...’ ‘Zo klonk het wel, ja.’ ‘Hebreeuws voor Lieveheersbeestje.’ Rachels gezicht klaarde op. ‘Zie je wel dat hij in het aanschijn van de dood nog aan me gedacht heeft. Het was zijn koosnaampje voor mij. Tenminste, ik droeg een keer een rode blouse met zwarte noppen, en toen noemde hij me zijn... enfin, hij zei: „Je lijkt wel een lieveheersbeestje.”’

‘Parat Mosje rabbenoe,’ herhaalde ik. ‘Wat betekent het letterlijk?’

Rachel dacht na, waarbij haar ene, met bruine verf aangezette wenkbrauw steeds verder de hoogte in ging. Ze verbleekte, waardoor de rouge op haar wangen steeds minder op een natuurlijke blos leek. Ze verhief zich van het bankje, liet haar stok op de grond dreunen, en krijste: ‘Ik zei toch dat Laban een hart van steen heeft! „Koe van Mozes, onze rabbi.” In zijn laatste ogenblikken vergelijkt hij me nog met een koe! De koe van Mozes, dat ben ik, volgens die harteloze ouwe gek!’ Op twee halve hakken en een rubberdop stampte Rachel weg in de richting van haar kamerdeur. Ik liep achter haar aan, en greep haar bij de arm: ‘Hoe kan iets of iemand tegelijkertijd een koe en een lieveheersbeestje zijn?’

Ze zwaaide vervaarlijk met haar stok. ‘Zo’n goj als jij weet ook niks, hè! Als je een lieveheersbeestje op z’n rug legt, dan kan je ’t melken... door met je vingertop over z’n pootjes te wrijven. Er komt dan een vloeistof vrij... lieveheersbeestjesmelk... melk van Mozes z’n koe. Als ik vroeger kiespijn had, dan melkte mijn vader een paar lieveheersbeestjes... tot hij genoeg op zijn vingertop had om over mijn tandvlees uit te smeren. Het hielp binnen een halve minuut.’ Rachel rukte zich los. ‘Koe van Mozes... ik ben nog nooit zo mensonterend door een minnaar beledigd.’

Voor Rachel mocht de boodschap van opa Bans laatste woorden glashelder zijn, voor mij allerminst. Hoe haalde iemand het in zijn stervende hoofd om met uitgerekend zo’n dubbelzinnig beeld afscheid van het bestaan te nemen? Het grootste deel van de tijd hadden hij en ik ons met taal beziggehouden, niet alleen de Russische. Wilde hij me helemaal aan het eind nog met een raadsel opschepen? Rachels vertaling maakte het mysterie alleen maar groter.

Alle reeds gepubliceerde afleveringen van het feuilleton zijn te vinden op nrc.nl/afth