Nog maar 1 gouden plak achter

Het verschil is nog maar één gouden medaille. De Nederlandse mannen hebben sinds de renaissance van de Olympische Spelen eind negentiende eeuw 39 gouden plakken gewonnen, de Nederlandse vrouwen 38. De kans is groot dat in Rio de Janeiro de vrouwen op voorsprong komen. De Nederlandse delegatie op de komende Zomerspelen is al historisch groot, maar voor het eerst bestaat de equipe in meerderheid uit vrouwen. Tegenover 107 mannen staan 134 vrouwen. Een verschil dat deels verklaard kan worden uit de sterke vertegenwoordiging van vrouwen in de traditionele teamsporten: hockey, handbal, volleybal.

Terwijl mannen het hele jaar door nog altijd in sport domineren (gemeten naar publieke belangstelling, populariteit op televisie, beloning en sponsorgelden) zijn de vrouwen op de Spelen sterk in opmars. Van de meer dan tienduizend atleten die aan de Spelen in Rio meedoen, is ongeveer 45 procent vrouw. In Seoul 1988 was dat nog 26 procent.

Ook bij sterke sportnaties als de Verenigde Staten en Australië zijn de vrouwen nu in de meerderheid. De stijging is het resultaat van emancipatie, maar is ook te danken aan de campagne waarmee het IOC naar gelijkheid in de olympische ploegen streeft. Sinds de Spelen van Londen in 2012 zijn de Spelen volledig gefeminiseerd, dat wil zeggen dat vrouwen aan alle sporten mogen meedoen. Boksen was het laatste mannelijke bastion.

Voor het relatieve succes van de Nederlandse vrouwen worden verschillende verklaringen gegeven. Op verenigingsniveau bestaat er al op jonge leeftijd gelijkheid tussen man en vrouw. Dat geeft een voorsprong op landen waar dat niet zo is. Daarnaast investeert Sportkoepel NOC*NSF in sporten waarin nog veel groei mogelijk is. De concurrentie is in sommige sporten bij de vrouwen minder groot dan bij de mannen.

De mannen zijn gewaarschuwd: ze raken hun voorsprong met goud deze zomer waarschijnlijk kwijt.