Mannen achter het vrouwensucces

Olympische Spelen Ruim de helft, 55,6 procent, van de Nederlandse sporters die naar Rio gaan, is vrouw. Maar hun coaches zijn vrijwel allemaal mannen. „Het blijft toch een beetje een mannenberoep.”

©

Zeg tegen een mannenteam dat ze voor een keertje linksom om het veld moeten rennen, en ze gaan gewoon rechtsom. ‘Doe ik altijd zo’, zeggen ze dan. Zeg hetzelfde tegen een vrouwenteam, en ze rennen braaf linksom, maar bespreken onderweg hoe belachelijk het is dat ze niet rechtsom mogen.

Dus ben je als coach van een vrouwenteam constant bezig met „kleine brandjes blussen”, zegt Marc Lammers, tot 2008 bondscoach van het Nederlandse vrouwenhockeyteam. „Vrouwen praten niet met maar over elkaar. Als coach moet je vaak even met iedereen apart zitten om na te gaan wat de irritatiepunten zijn, en hoe die kunnen worden opgelost.” In de groep evalueren is lastig: vrouwen krijgen buikpijn als en plein public wordt besproken wat ze wel of niet goed hebben gedaan. „Daardoor ben je veel meer tijd kwijt aan communiceren dan bij mannenteams. Vooral op individueel niveau.” Brandjes blussen, dus. Want voor je het weet staat het hele veld in de fik.

De Nederlandse delegatie op de Olympische Spelen is dit jaar bijzonder vrouwelijk: 134 vrouwelijke tegenover 107 mannelijke topsporters verdedigen de eer van Oranje in Rio – voor het eerst gaan er meer vrouwen dan mannen. Wat opvalt: de coaches van vrijwel al deze vrouwenteams en vrouwelijke topsporters, zijn man. En zet ze maar eens op een rij: de bekende namen die de vrouwen in het verleden naar het goud ‘brachten’, waren dat ook. Jacco Verhaeren aan de zijkant van het zwembad; Marc Lammers aan het hockeyveld en Bart Bennema op de atletiekbaan. Geen vrouw te bekennen.

Honderd mannen, vier vrouwen in de zaal

Waarom zijn coaches zo vaak mannen? Het is een vraag die Marjolein van Unen al jaren bezighoudt. Van Unen was tot 2015 bondscoach van de vrouwelijke Nederlandse judoka’s. „Ik was altijd een van de weinige vrouwelijke coaches op de Olympische Spelen. En in de judowereld in het algemeen. Op bijeenkomsten zaten vaak honderd mannen in de zaal, en vier vrouwen.”

De sportwereld is heel mannelijk, vertelt Van Unen, „en ik heb het gevoel dat veel mensen dat graag zo willen houden”. Coaches en technische directeuren zijn in de regel man en volgens Van Unen worden vrouwen „van bovenaf” nauwelijks gestimuleerd zich kandidaat te stellen voor dat soort posities. Wat ook meespeelt, zegt Van Unen, is dat coachen een veeleisende baan is. „Het is niet een job die je overdag even doet en waarbij je dan om zes uur weer thuis bent met eten.” Het zou kunnen dat dit vrouwen afschrikt. Toch gelooft Van Unen dat er genoeg vrouwen zijn die voor het drukke bestaan van coach willen kiezen. „De vraag is of de sportwereld dat wil.”

Vraag mannelijke coaches waarom ze zo weinig vrouwelijke collega’s hebben, en ze benadrukken eerst dat vrouwen net zo goed coach kunnen worden. Vraag wat langer door en ze komen toch wel met redenen. Giovanni Guidetti, coach van het Nederlandse vrouwenvolleybalteam, vraagt zich bijvoorbeeld af of er daadwerkelijk zoveel vrouwen zijn die graag coach zouden willen worden. „Coachen is denk ik geen droombaan voor vrouwen”, zegt hij. „Het kost enorm veel tijd en je bent vaak ver weg van huis.” Guidetti wil niet zeggen dat vrouwen beter thuis kunnen blijven. „Maar ik hoor van veel vrouwelijke spelers dat ze na hun carrière wel even klaar zijn met de bal en liever een gezin gaan stichten.” Bij mannen ligt dat anders, zegt Guidetti. „Als zij zich realiseren dat ze het hoogste niveau niet kunnen halen, besluiten ze vaak halverwege hun carrière om coach te worden. Dat wordt dan hun nieuwe doel.”

Het minimale beroepsperspectief helpt ook niet mee om meer vrouwen aan het coachen te krijgen, zegt Arno Havenga, coach van het Nederlandse dameswaterpoloteam. „Binnen onze sport zijn er misschien drie of vier banen te vergeven in het coachen, niet eens allemaal fulltime.”

Los daarvan blijft het een beetje een „mannenberoep”, zegt Havenga. „Vrouwen zijn een periode van hun leven verantwoordelijk voor hun gezin, waardoor de uitstroom vanuit de sport richting het coachen bij mannen groter is dan bij vrouwen.” Bij het imago van een coach horen bovendien charisma en autoriteit, en dat hebben mannen volgens Havenga vaak meer van nature. „Misschien is het daardoor als vrouw moeilijker om coach te worden.”

Toen Marc Lammers acht jaar geleden vertrok als coach van het vrouwenhockeyteam, stemde 75 procent van de vrouwen voor opnieuw een mannelijke coach. Lammers: „Ze wilden iemand die duidelijk communiceerde en dachten dat een man dit beter kon.”

Vrouwen gedisciplineerder dan mannen

Echt grote verschillen tussen het trainen van een vrouwen- of een mannenteam zijn er volgens de coaches niet. Topsporters zijn topsporters, in deze klasse maakt geslacht niets uit. Ja, natuurlijk zijn er de kleine dingetjes: je loopt als coach niet zomaar de dameskleedkamer in, maar wacht tot het team is aangekleed. En waar mannelijke spelers een stevige handdruk krijgen na een bijzondere wedstrijd, ontvangen vrouwen nog weleens een zoen op het voorhoofd van de coach.

Of misschien is er dan toch een groot verschil, denkt hockeycoach Marc Lammers: vrouwen zijn veel gedisciplineerder en loyaler dan mannen. „Bij mannen moet je steeds herhalen dat het gaat om het team, anders denken ze alleen maar aan hun eigen prestaties.”

„Vrouwen weten dat ze elkaar nodig hebben om op een hoog niveau te kunnen spelen”, beaamt Giovanni Guidetti. Vrouwen zijn volgens hem professioneler. „Bij het coachen heb ik geen regels, iedereen kan in principe elk moment weglopen om iets anders te gaan doen. Maar vrouwen doen dat niet.” Guidetti kan zich voorstellen dat mannen het met deze regels moeilijker zouden vinden om gefocust te blijven. „Die gaan denk ik sneller ’s avonds toch de stad in om een biertje te drinken.”

Net als Lammers merkt Guidetti wel dat vrouwen meer over elkaar praten. „Vrouwen zeggen van alles achter andermans rug. Dat doen mannen minder: die zeggen het recht in elkaars gezicht.”

Volgens Arno Havenga is er bij het coachen van vrouwen „altijd wel iets wat je als man nooit zal begrijpen”. Daarom heeft hij bewust gekozen voor een vrouwelijke teammanager. „Zij is echt een moederfiguur voor de meiden”, zegt Havenga, „iemand bij wie ze even hun verhaal kunnen doen als het niet gaat om sport.” Ook Lammers benadrukt dat het goed is om als mannelijke coach juist vrouwen in je begeleidingsteam te hebben. „De voelsprieten van het team”, noemt Lammers hen. „Naar hen kunnen de dames toe als ze relatieproblemen hebben.”

„Van vrouw tot vrouw praat het makkelijker”, zegt Marjolein van Unen, ervaringsdeskundige in het combineren van de ‘moederfiguur’ en de coach. Volgens haar kunnen vrouwelijke sporters beter met een vrouwelijke coach praten over emoties en relatieproblemen. „Maar ook over praktische dingen, zoals ongesteldheid.”

Wat bij relatieproblemen?

Maar wat als die relatieproblemen binnen het team ontstaan? Zo intensief en lichamelijk samenwerken leidt natuurlijk gemakkelijk tot broeierige gevoelens. Volgens Lammers is het „dodelijk” als zoiets gebeurt. „Dat verpest de onderlinge relaties helemaal.” Om romances te voorkomen hield hij altijd een zekere afstand tot zijn hockeydames. „Ik had dezelfde leeftijd als zij, dus ik probeerde het vooral zo zakelijk mogelijk te houden.”

„Het gebeurt”, zegt volleybalcoach Guidetti, „al zijn de meeste sporters natuurlijk niet op zoek naar een relatie met hun coach, en andersom ook niet.” Toch overkwam het hem wel: hij kreeg een relatie met een speelster uit zijn Turkse clubteam, verdediger Bahar Toksoy; ze trouwden in 2011. „Onze liefde eindigde in een huwelijk en gezin, daardoor was het acceptabel. Als het gewoon een affaire was geweest, had het niet gekund.”

Kreeg Toksoy extra aandacht tijdens de volleybaltraining? „Juist niet”, zegt Guidetti. „In het begin gaf ik haar juist te weinig aandacht. Ik was bang dat anderen boos zouden worden als ik te veel met haar bezig was. Dat was een stomme fout.”

Sowieso leidt verliefdheid alleen maar af van het goud, volgens Lammers. Voor belangrijke wedstrijden maakte hij de afspraak met zijn vrouwenteam: nu niet verliefd worden. „Maak je hier vooraf afspraken over, dan kunnen de spelers elkaar er onderling ook op aanspreken.” En dat scheelt dan direct ook weer brandjes blussen.