Italiaanse MPS als slechtste uit stresstest Europese banken

Nederlandse banken doorstaan een drie jaar durende economische storm, maar zien hun kapitaalpositie wel ernstig achteruit gaan.

De Italiaanse bank Monte dei Paschi di Siena . Foto Giuseppe Cacace/AFP

De Italiaanse bank Montei dei Paschi di Siena (MPS), het Spaanse Banco Popular en het Oostenrijkse Raffeisen zijn als slechtste uit de stresstest van de Europese Bankenautoriteit (EBA) gekomen. Dat blijkt uit de vrijdagavond gepubliceerde resultaten van de simulaties. In de stresstest is gemeten hoe 51 grote Europese banken een drie jaar durende financiële schok zullen doorstaan. Ook Nederlandse banken zullen hun kapitaalpositie ernstig zien slinken, maar doorstaan een nieuwe crisis wel.

Het Italiaanse MPS behaalde met -2,44 procent veruit de slechtste kapitaalratio en zou technisch failliet zijn. Kortweg geeft dit cijfer weer hoeveel vermogen een bank achter de hand heeft om na de drie jaar aan risicovolle verplichtingen te voldoen. Bij MPS zouden de buffers volledig verdwijnen bij een nieuwe crisis. Hoewel de EBA geen criterium hanteert voor ‘geslaagd’ of ‘gezakt’, wordt een ratio van 5,5 procent als de ondergrens gezien. Van alle geteste financieel dienstverleners voldoet alleen MPS hier niet aan.

De oudste bank ter wereld heeft voor 47 miljard aan slechte leningen op de balans staan. Dat zijn kredieten die niet of nauwelijks worden terugbetaald, bijvoorbeeld doordat de lenende partij failliet is gegaan. Bovendien is de beurskoers van de MPS afgelopen tijd, mede door de Brexit, flink gekelderd. Sinds het Britse referendum verloren Europese banken voor ongeveer 150 miljard euro aan waarde op de diverse handelsvloeren.

MPS bevestigde vrijdagavond zelf dat er een akkoord is met de Europese Centrale Bank (ECB) over een reddingsplan. Het gaat om een deal die is opgezet door onder meer het Amerikaanse JP Morgan en de Italiaanse investeringsbank Mediobanca. Deze houdt in dat MPS voor 9 miljard euro aan slechte leningen afschrijft en ook komt er van investeerders een kapitaalinjectie ter waarde van 5 miljard. Daarnaast is het Italiaanse financiële reddingsfonds Atlante bij de deal betrokken.

Rabo houdt de kleinste buffer over

Ook vier Nederlandse banken zijn getest op hun bestendigheid tegen een financiële schok. Uit de resultaten blijkt dat de Rabobank beschikt over de kleinste buffer. Mocht zich nu een grote crisis voordoen, dan heeft de bank in 2018 een kapitaalratio van 8,1 procent. Vorig jaar lag dat cijfer nog op 13,5 procent. ING ziet die verhouding tussen het eigen vermogen en risicovolle verplichtingen teruglopen van 12,7 naar 9 procent. Voor ABN Amro gaat het om 9,5 procent in 2018. De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) kwam met een eindratio 17,6 procent als beste uit de test.

De EBA ging bij de stresstest voor Nederland uit van een scenario waarbij een financiële schok de economie fors raakt, harder dan bij andere EU-lidstaten. Zo zou er sprake zijn van een krimp van 3 procent, terwijl dat voor het gehele eurogebied gemiddeld 1,7 procent zou zijn. Ook zou de werkloosheid stijgen met 3,7 procent, terwijl dat het cijfer voor het eurogebied op gemiddeld 2 procent zou uitkomen.

De Nederlandsche Bank (DNB) stelt in een reactie op de uitkomsten dat de Nederlandse banken een zwaar weer-scenario naar behoren kunnen doorstaan:

“De uitkomsten laten zien dat de deelnemende Nederlandse banken goed in staat zijn om een dergelijk zware stress te doorstaan. Wij zullen in het gemeenschappelijk bankentoezicht, de SSM, de resultaten meenemen in de jaarlijkse beoordeling van de kapitaalsposities van de banken.”

Stresstest

De stresstest is een rampenoefening voor Europese banken die is ingevoerd om na de financiële crisis van 2008. Daarbij staat de vraag centraal wat er met hun kapitaalpositie gebeurt wanneer er zich een plotselinge economische schok zou voordoen, zoals het instorten van de huizenmarkt, een beurscrash of het faillissement van land. Dus: blijven ze onder lastige omstandigheden overeind?

Terwijl er al driemaal eerder (in 2011, 2012 en 2014) zulke rampenoefeningen werden gehouden, is de huidige test strenger. Er was ditmaal geen oordeel in de vorm van ‘gezakt’ of ‘geslaagd’, zoals in het verleden het geval was. Bij deze test zijn dit keer ook zaken als boetes en compensatie meegenomen. In totaal is voor 51 banken uit vijftien landen bekeken wat er gebeurt met hun kapitaalpositie als zo’n financiële storm optreedt.

Ogen vooral gericht op Italiaanse banken

De ogen bij de stresstest waren vooral gericht op de Italiaanse banken, die de kwetsbaarste groep vormen. Zij hebben in totaal voor zo’n 360 miljard euro aan slechte leningen uitstaan.

Twitter avatar mmjpeurope Economic Thinking Europe Bank’s Non-performing loans as % of total gross Loans #ECB https://t.co/gAgpLIVK1L

De afgelopen jaren gingen de banken ervan uit dat economische groei dit probleem wel zou oplossen. Door economisch herstel zou er voldoende winst gemaakt worden waarmee ruimte zou ontstaan voor het afschrijven op deze slechte leningen. De Italiaanse economie herstelde echter nauwelijks, mede doordat de regering flink moest bezuinigen als gevolg van een groot overheidstekort.

Ook Deutsche Bank, één van de belangrijkste financiële dienstverleners in Europa en vooraf bestempeld als één van de mogelijke probleemgevallen, doorstond de stresstest, zij het dat de marge niet heel ruim was. Het behaalde een kapitaalratio van 7,8 procent.

Wat gebeurt er met de uitkomst van de stresstest?

Uit de stresstest blijkt nu hoe de kapitaalpositie van banken zich ontwikkelt als zich zo’n economisch rampscenario voordoet. Het is vervolgens aan toezichthouders om te bepalen of zij meer kapitaal nodig hebben. Met een herstelplan moeten de betreffende financiële instellingen vervolgens aangeven hoe de buffers verbeterd gaan worden.

De grote vraag is waar dat geld vandaan moet komen. Banken kunnen nieuwe aandelen uitgeven, maar daar zijn de huidige aandeelhouders op tegen: hun papieren dalen dan in waarde en dat zal de koers weer verder onder druk zetten. Afschrijven op slechte leningen is een andere optie, maar verslechtert de kapitaalpositie van banken eveneens. Een andere optie is dat besloten wordt geen dividend uit te keren en de vrijgekomen winst te gebruiken om de buffers te versterken.

Europese regels schrijven voor dat staatssteun alleen in het geval van acute nood mag worden gegeven. In tegenstelling tot de vorige crisis, toen in Nederland onder meer ING en ABN Amro werden genationaliseerd, is nu afgesproken dat banken bij een crisis als eerste van binnenuit moeten bloeden, het zogenoemde bail-in. Obligatie- en aandeelhouders zullen daardoor getroffen worden.

Pas als deze opties verkend zijn en redding niet in zicht is, mag van de Europese toezichthouder staatssteun worden verleend. Deze mogelijkheid wordt echter veelal gezien als een minder wenselijke optie omdat belastingbetalers hierdoor opdraaien voor het beleid van banken.

De financiële markten houden de uitslagen van de stresstests nauwlettend in de gaten. Er heerst een angst dat wanneer MPS verder in de problemen komt en mogelijk omvalt, andere Italiaanse banken zullen volgen en er een nieuwe bankencrisis ontstaat die ook de rest van Europa raakt.