Judoka Kim Polling: ‘Ik wil alleen winnen als ik de beste ben’

In 2014 was er een moment dat Kim Polling niet meer de mat op wilde. Plotselinge angsten, een zware dip. Bij haar ouders kreeg ze weer zin in judo.

Foto Andreas Terlaak

Het is een maand voor de Spelen en judoka Kim Polling weegt „73 of 74 kilo”, te zwaar voor haar gewichtsklasse, 63 tot 70 kilo.

Hoe ga je dat oplossen?

„Geen koek, geen patat, niet meer twee borden opscheppen.” De dag voor haar eerste wedstrijd, 10 augustus, zal ze 72 kilo wegen, dat weet ze zeker. En: „Als ik dan een zweetpak aantrek – mijn vriend doet dat ook – en ik ga een uur cardioën, dan zijn die laatste twee kilo er ook af.”

Je vriend?

„Andrea, een Italiaan. Ik ken hem van het sporten, eigenlijk al zes jaar. Maar ik heb, of had, mijn vooroordelen tegen Italianen, dus het duurde even voordat ik door had dat hij me echt leuk vond, dat het geen Italiaans flirtgedrag was.” Hij zou ook naar de Spelen gaan, maar in april heeft hij een blessure opgelopen aan zijn sleutelbeen, de banden zijn volledig afgescheurd, en hij is nog niet hersteld van de operatie.

Voordeel: hij kan vaker in Haarlem zijn. En hij gaat mee als toeschouwer, samen met Kims ouders en broertje. Ze zitten in hetzelfde hotel, een kamer voor vier personen. Ze spreken Engels met elkaar. Na de Spelen, in december is de planning, gaat Kim bij hem wonen in Italië.

En het judoën dan?

„Dat ga ik dan bedenken. Ik blijf wel trainen, hoor. Het lijkt me saai om niks te doen. Maar even geen wedstrijden. Rust en daarna in gesprek met de judobond, hoe ik verder zal gaan en hoe we dat gaan aanpakken.”

Wil je stoppen?

„Die gedachte kwam in 2014 wel in me op, maar ik vind het nu weer leuk, dus de kans dat ik ga stoppen is heel klein.”

Of hangt het ervan af hoe het in Rio gaat?

„Dat zei mijn vader ook al. Maar voor mij is belangrijk of ik het leuk vind, en zolang ik het leuk vind…

Als je niet wint, is het toch veel minder leuk?

„Dat zei mijn vader óók al.” Ze lacht en wrijft nog een beetje harder over haar bovenbenen. We zijn in de sportschool waar ze traint, Kenamju in Haarlem, en ze zit geen ogenblik stil. „Mijn vader zegt: als je verliest… Maar ik verlies niet en ik vind trainen leuk, dus ik ga door.”

In augustus 2014, bij de wereldkampioenschappen, wilde ze in de halve finale opeens de mat niet op. „En als je iets echt niet wilt en het moet toch – je kunt moeilijk zeggen: toedeledoki, ik ga – dan heeft dat een behoorlijke impact op je, meer dan iedereen had verwacht.”

Foto Andreas Terlaak

Foto Andreas Terlaak

De jaren daarvoor had ze altijd zo gemakkelijk gewonnen, zegt ze, dat het leek of het niets voorstelde wat ze deed. Ze gooide meestal al in de eerste seconden haar tegenstander op haar rug, klaar. Maar in augustus 2014 won ze de eerste ronde omdat haar tegenstander een strafpunt kreeg. „En toen dacht ik: ik verdien dit niet, ik wil alleen winnen als ik de beste ben.”

Ze verloor en daarna kreeg ze in haar dagelijkse leven last van de angst die haar zo plotseling overvallen had. In februari 2015 ging ze voor een poosje weer bij haar ouders wonen, in Zevenhuizen, bij Groningen. Haar vader – hij heeft daar een houtzagerij – zorgde er wel voor dat ze in training bleef. En kijk: binnen een paar maanden was ze uit haar dip. In mei 2015 begon ze weer met wedstrijden. Ze verhuisde terug naar Haarlem en ging weer naar school – de pabo.

Ben je anders gaan judoën? Strategischer misschien?

„Achteraf denk ik dat ik er vooral aan heb moeten wennen dat mijn tegenstanders strategischer werden. Bij de junioren kon ik altijd scoren door te werpen, bij de senioren gaan ze je analyseren. Ze weten: als Kim een stap opzij doet, komt die worp, en daar gaan ze zich dan op voorbereiden.”

En jij? Wat doe jij?

„Nou ja, als ik ga analyseren en denken: als zij die stap doet, doe ik die stap en dan die worp – dat werkt bij mij voor geen meter. Ik doe het op gevoel, anders raak ik helemaal in de war.” Ze wrijft nu over haar enkels en onderbenen. Ze heeft ADHD. Die diagnose kreeg ze al toen ze in groep 1 van de kleuterschool zat.

Polling tijdens het afgelopen WK in Kazan. Ze verloor in de strijd om het brons van de Hongaarse Szabina Gercsak:

Je coach zal toch wel proberen…

„Ja, ja, die zegt wel: dat en dat meisje, op het moment dat jij gaat duwen, zet zij die worp in. Dan begrijp ik wel: bij haar moet ik gewoon niet duwen. En als ik word gegooid, wat niet zo vaak gebeurt, maar áls het gebeurt, dan is de kans groot dat het gebeurt met een worp waarbij de ander met haar been aan mijn been gaat hangen. Ze haakt me in en zowel links als rechts val ik dan om, en dat is iets waarvan mijn coach zegt: hoe reageer je dan. Die reactie zijn we nu aan het trainen. Mijn coach wil dat ik me bewust word van mijn reactie, en daarna moet het weer onbewust worden of zo. Dat heeft een naam” – ze lacht hard – „maar die ben ik vergeten”.

Automatiseren?

„Ja!” Ze wrijft over haar bovenarmen.

Je kunt echt niet stilzitten, hè.

„Nee, nee. Ik heb een uur geleden mijn medicijnen genomen, en ze werken echt wel, hoor. Maar dat bewegen blijft.”

Hoe doe je dat als je voor de klas staat?

„Dan kan ik heen en weer lopen. En mijn medicatie is omhoog gegaan. Ik weet nog dat ik toen net stage liep en mijn mentor zei: hé, je papieren liggen recht vandaag, wat heb jij nou? Als ik dingen moet uitleggen, moet ik me concentreren en dan gaat het beter. Bij wedstrijden moet ik me ook concentreren, al hoeft het meestal” – luide lach – „maar heel kort.”

Polling wint goud tijdens de grand prix in Tbilisi:

Train je ook wel tegen Andrea?

„Ja, ja, dat gaat heel goed.”

Is het heel anders om tegen een man of tegen een vrouw te judoën?

„Haha, hangt ervan af. Andrea is eh… Sommige mannen maakt het niet uit hoe hard ze je schoppen. Ze willen gewoon winnen. Ze willen vooral niet verliezen van een meisje. Andrea denkt net even meer om mij. Ik heb ook wel andere vriendjes in het judo gehad, en als ik met hen trainde, wilden ze ook winnen. Andrea heeft die behoefte niet.”

Vind jij het erg om van een man te verliezen?

„Totaal niet. Nou ja, in het begin vond ik het wel moeilijk als ik gegooid werd. Dat was ik niet gewend. Maar mannen zijn zoveel sterker, je gaat gewoon op je rug.”

Wat verwacht je van de Spelen?

„Ik hoop vooral dat ik in de voorbereiding niet geblesseerd raak. Iemand hoeft maar een lompe worp in te zetten… Maar goed. Ik heb er zin in, en als dat goed zit, kan ik echt wel goud winnen. Ik had aan Andrea gevraagd of hij de namen van de andere deelnemers wilde opschrijven, en er zijn er maar twee tegen wie ik nog nooit heb gejudood. Van alle anderen heb ik al een keer gewonnen. Of een paar keer. Dus in principe kan ik daar weer van iedereen winnen.”