Hillary, de paranoïde president

Het karakter van Hillary Clinton is ongeschikt voor het presidentschap, schrijft Frans Verhagen. „Een Nixon-achtige persoonlijkheid zal het Witte Huis betrekken.”

"Met Hillary Clinton keert de geest van Richard Nixon terug in het Witte Huis." Fotobewerking studio NRC

Karakter bepaalt de kwaliteit van een president. Dat geldt voor Donald Trump, dat geldt voor Hillary Clinton. Geen normaal denkend mens vindt de ongemanierde onroerend goed-boer geschikt voor het belangrijkste ambt van de wereld, maar dat kan niet verhullen dat ook sommige karaktertrekken van Hillary Clinton zorgen baren. Op haar slechtst doet ze denken aan Richard Nixon, de man die bewees dat paranoia en politieke macht slecht samengaan.

Clinton was op haar slechtst en meest verontrustend in het e-mailschandaal dat ontstond omdat Clinton als minister van Buitenlandse Zaken persoonlijke en zakelijke e-mail met gevoelige informatie ontving op een door haar opgezette thuisserver die kwetsbaar was voor hackers. Het probleem was minder het ‘schandaal’ dan de manier waarop ze reageerde.

De Clintons, Bill én Hillary, grossieren sinds jaar en dag in het creëren van probleemsituaties, van Bill’s bimbo’s, via klungelige investeringen, ontslagen Witte Huis-medewerkers, Hillary’s mislukte gezondheidszorgproject in 1994, verdwenen en weer teruggevonden dossiers uit haar advocatenpraktijk tot het Lewinsky-debacle. Als dingen misgaan, heet het ‘een gigantische rechtse samenzwering’, zoals Hillary als First Lady klaagde. En inderdaad, het lijdt geen twijfel dat tegenstanders van de Clintons alles waar ze hun vingers achter konden krijgen, genadeloos uitbuitten. Maar er was een hoop om vingers achter te stoppen.

Voor de kiezer die in november haar stem moet uitbrengen is van belang dat Clintons gedragspatroon in crisissituaties inmiddels voorspelbaar is. Zodra ze aangevallen wordt, gaat ze vol in de defensieve modus. Het is niet gebeurd. Het is wel gebeurd maar gaat de buitenwereld niets aan. Het is wel gebeurd maar het was niet illegaal. Of in elk geval niet strijdig met de regels. De regels deugden niet. We wisten er niets van, waren ons niet bewust van problemen. We hebben er niet over gelogen, we waren verkeerd geïnformeerd. En ten slotte, na minstens een half jaar schijnbewegingen: ja, het was niet slim en sorry dat we u voor de gek hielden. Denk Lewinsky.

Het e-mail server-schandaal biedt het hele patroon. Het begon al bij de daad op zich. Een vorm van paranoia was precies de reden om een privéserver te gebruiken: voorkomen dat persoonlijke e-mails ergens in het systeem verzeild raken en later tegen haar gebruikt konden worden. Hoe onverstandig, zelfs ronduit dom het ook was, Clinton stond erop het zo te doen. Het tart onze intelligentie te moeten geloven dat niemand op het State Department vroeg of dat nu wel verstandig was. Het doet het ergste vrezen dat niemand in de kring van Clinton-getrouwen (vaak Hillary land genoemd) er vraagtekens bij zette. Zijn ze allemaal zo toondoof of zijn ze allemaal zo overweldigd door Hillarys’ Hillary zijn dat ze geen kritische noten durven te plaatsen?

De dommigheid werd begaan, en eenmaal onthuld gaf hij ons een klassiek Clinton-patroon van misleiding, hele en halve leugens, ontkenning van het probleem tot erkenning ervan, maar ontkenning van culpabiliteit. Het rapport dat de FBI-directeur eerder deze maand publiceerde, maakte duidelijk dat het installeren en gebruiken van de server onverantwoordelijk en dom was, zij het niet meer dan dat. Maar bovenal maakte hij korte metten met alle verklaringen en ontwijkende manoeuvres die Clinton sinds de eerste onthullingen begin dit jaar had opgelepeld. Daar deugde weinig van en dan drukken we het beleefd uit.

Het is moeilijk om niet te denken aan Richard Nixon en zijn presidentschap dat culmineerde in het Watergate-schandaal en zijn aftreden. Belegerd, altijd zich aangevallen voelend, altijd hogere doelen dienend, deed Nixon domme dingen. Maar wat hem uiteindelijk vloerde, was niet de dommigheid zelf maar het liegen erover, het te laat ontluikende besef dat er niet sprake was van een politieke samenzwering, maar van een echt probleem, een probleem van machtsmisbruik en dubieus legaal gedrag dat zich niet beperkte tot Watergate.

In Being Nixon, de uitstekende recente biografie van de 37ste president, beschrijft Evan Thomas de man met begrip voor diens achtergrond en frustraties. Onzeker, geminacht door het establishment, gefrustreerd als vice-president van Eisenhower, bestolen bij de verkiezingen van 1960, bereikte Nixon wel heel erg verkreukeld het presidentschap, getekend door twintig jaar strijd. Maar vooral toont Thomas hoe een president die voortdurend denkt te worden ondermijnd en aangevallen, een president die zich omringt met getrouwen, een sfeer kan creëren waarin de regering de grenzen van betamelijkheid en legaliteit uit het oog verliest. Dan wordt het Witte Huis een belegerde veste en kan die belegering een excuus worden voor dom, kortzichtig en uiteindelijk illegaal gedrag. Het terugkerend patroon van Nixon-achtig gedrag van Hillary Clinton is een probleem. Al vijfentwintig jaar handelt Clinton zoals ze handelt, blijkbaar zonder groot leervermogen en blijkbaar met diep gewortelde angsten en frustraties, voortkomend uit haar afgeleide rol als vrouw-van, de aanvallen op haar als Clinton en de pijnlijke nederlaag tegen Barack Obama in 2008. In een normaal verkiezingsjaar zou de kiezer op basis van wat hij of zij weet van Clinton dit soort zorgen zwaar mee laten wegen.

Hoe iemand functioneert als president is minder voorspelbaar dan kiezers zouden willen. Maar achteraf wist iedereen wat het probleem was met Nixon. Terugkijkend was de roekeloosheid van Bill Clinton niet verrassend. We weten dat alle recente presidenten bleken te werken zoals op basis van hun eerdere carrière kon worden verwacht: de microplanner Carter, de nonchalante Reagan, de fantasieloze Bush, de ongedisciplineerde Clinton, de on-nieuwsgierige Bush en de intellectuele Obama.

In een campagne tegen ieder ander dan Donald Trump zou het Hillary kostbare stemmen kosten van mensen die sinds Richard Nixon voorzichtig zijn met karakterologisch gemankeerde kandidaten. Het is Clintons geluk dat de kiezer dit jaar geen andere keuze heeft, het is ieders ongeluk dat daarmee mogelijk de geest van Richard Nixon terugkeert in het Witte Huis.