Inge de Bruijn: het tweede leven van miss Butterfly

Inge de Bruijn bracht al haar tijd door in hotelkamers en zwembaden. Nederlands succesvolste sporter bij de Zomerspelen was egocentrisch, stond sociaal stil. Pas toen ze stopte, had ze weer oog voor de mensen om haar heen.

Foto Carolien Sikkenk / photoline

Inge de Bruijn verschijnt in een wit jurkje. Modieuze zonnebril, roze nagellak. „Zullen we lekker in de zon het interview doen bij Hotel New York”, appte ze eerder die ochtend.

Tegenwoordig woont de viervoudig olympisch zwemkampioen in Barendrecht. Na Geldrop, Eindhoven, Amsterdam, Virginia en Portland keerde ze terug naar haar geboorteplaats. Ze woont dicht bij de mensen die ze vertrouwt en die haar steunden tijdens haar zwemcarrière: haar twee zussen, broer en moeder.

Met name haar moeder komt vaak ter sprake tijdens ons gesprek. De Bruijn (42) typeert haar als een sterke, timide vrouw, die over haar waakt. „Als ze hier zou zitten, zou ze je in de gaten houden.”

Ze bestelt een caesarsalade met gamba’s en vertelt dat ze als klein meisje stewardess wilde worden. „Thuis hadden we weinig geld. Ik dacht: zo kan ik reizen. Dat blauwe pakkie heb ik nooit gedragen, maar door het zwemmen heb ik wel veel van de wereld gezien.”

Ze heeft een fijne jeugd gehad, maar „wel anders dan anderen” door de pijnlijke scheiding van haar ouders. „Laten we het er op houden dat mijn moeder een hele dappere vrouw is. Ze verliet mijn vader toen ik acht jaar was. Had geen baan, stond er alleen voor. Met z’n vijven woonden we in een blijf-van-mijn-lijfhuis.”

Ze zwijgt even. „Is jou ook opgevallen hoeveel topsporters een moeilijke jeugd hebben gehad? Andre Agassi, Memphis Depay, de zusjes Williams… Ik zeg niet dat je daardoor beter gaat presteren, maar ze hebben wel allemaal een sterke drive.”

Doe maar normaal, dan doe je gek genoeg, heeft haar moeder haar geleerd. En ook: doe ten minste één keer per dag iets voor je medemens. Stoppen voor een zebrapad, ouderen helpen met boodschappen; al is het nog zoiets kleins. „Mijn moeder zegt dat je voor iedereen respect moet hebben, van de koning tot de vuilnisman. Ik heb erg in de picture gestaan, maar dat maakt mij nog niet meer dan een ander.”

Waterpolo

Ze komt uit een zwemfamilie, zegt ze. Ooms, neven, nichten, tantes, iedereen deed aan zwemmen of waterpolo. Haar tweelingzus Jakline en broer Matthijs waren allebei waterpolo-international. In Sydney zaten Matthijs en Inge zelfs samen in de olympische ploeg. „Toen ik de honderd meter vlinderslag had gewonnen, ben ik naar de waterpoloërs gerend om hem te knuffelen. Zó mooi.”

Haar zwemcarrière begon toen ze zeven was. Een buurmeisje was lid van de plaatselijke zwemclub. Ze vroeg of Inge ook mee wilde; er was een tekort aan jeugdzwemmers. „Na afloop zei de coach tegen mijn moeder: ze is wel een talentje, hoor. Ja ja, zei mijn moeder, dat zegt-ie tegen iedereen.”

Het zwembad waar zij haar eerste baantjes trok, zou na de Spelen van 2004 in Athene, waar De Bruijn vier medailles won, naar haar vernoemd worden. „Ik werd ingevlogen met een helikopter, het hele plein stond vol. Ik klom het podium op en moest aan een touw trekken. ‘Inge de Bruijn sportfondsenbad’ stond er met grote letters. Ik was flabbergasted.”

Ze heeft veel mooie dingen meegemaakt dankzij het zwemmen. Dat beseft ze nóg meer nu die glansrijke carrière achter haar ligt. „De focus, afzondering, de euforie, al die mensen uit verschillende culturen… het heeft mij gevormd. Zonder het zwemmen was ik een ander mens geweest.”

Je hebt aan drie Olympische Spelen meegedaan: Barcelona, Sydney en Athene. Wat weet je nog van de eerste keer?

„In Barcelona voelde ik mij een toerist. Zat ik in de eetzaal, liep Merlene Ottey op haar hoge hakken voorbij. Dan weer spotte ik koning Juan Carlos, of kwam Boris Becker naast me zitten. Eigenlijk was ik bij mijn eerste Spelen alleen maar foto’s aan het maken. Ik was al moe voordat ik het water had aangeraakt.”

De Bruijn wint de 100 meter vlinderslag op de Spelen van Sydney:

In Sydney, acht jaar later, leek je niet erg afgeleid.

Ze lacht. „Dat was mooi, hè? Drie keer goud en één keer zilver. Ik lag in Sydney veel op mijn kamer te rusten. Wilde mijn krachten sparen voor het moment suprème. Veel sporters gingen naar het strand of de stad. Dat wilde ik ook, maar ik deed het niet. Hup, snel wat halen in de eetzaal. Weg van al dat gekakel over make-up. Ik vermeed negatieve prikkels.”

Je bent een gevoelsmens?

„Heel erg. Van een verliefd oud stelletje moet ik soms al huilen. Of als ik mijn neven en nichten zie; wat houd ik van die kinderen.”

Tijdens grote wedstrijden waren alle ogen op je gericht. Hoe sloot je de omgeving buiten?

„Natuurlijk was ik nerveus, maar ik liet dat nooit blijken. Ik voelde me gesterkt als mensen mij in de gaten hielden; de pers, mijn concurrenten. Als ik bij het inzwemmen het water in dook, vloog alle spanning van mij af. Ik liet mij niet afleiden door concurrenten. Sterker: ik wist niet wie er in de baan naast mij lag. Ik had maar één doel: die gouden plak.”

Teken

Je concurrenten lieten zich wél door jou afleiden. Eén van hen spuugde in jouw baan, vlak voor de start van de finale van de 50 meter vrije slag in Sydney.

„Amy van Dyken. Wat zal ik daarvan zeggen? Kennelijk was ze niet klaar voor de wedstrijd.”

De Bruijn veert op en wijst naar de witte vlinder die om ons heen fladdert. „Dat is een teken! Ik heb altijd iets met vlinders gehad. Veel mensen noemden mij ‘miss Butterfly’.”

Ik dacht dat je bedoelde: een teken van transformatie.

„Dat ook. Het heeft vast iets met daar boven te maken.”

In de jaren dat je in Virginia trainde met coach Paul Bergen, ging je wel eens naar de kerk. Ben je gelovig?

„Ik ben niet kerkelijk, maar geloof wel dat er meer is dan het leven hier op aarde. Als ik tijdens het zwemmen in een flow zat, heb ik vaak gedacht dat ik hulp van boven kreeg. In Nederland werd ik om mijn kerkbezoeken uitgelachen. Mensen vonden het niet bij me passen.”

Omdat je vaak voor diva wordt aangezien?

„Dat ben ik helemaal niet. Oké, ik zie er verzorgd uit, maar ik ben ook wel eens onzeker, hoor.”

Ik las dat je ooit een cameracrew uren liet wachten omdat het juiste merk nagellak niet voorradig was.

„Onzin. Komt dat uit een roddelblad? Ik zal best wel eens fouten gemaakt hebben, maar het is ook typisch Nederlands om mensen naar beneden te halen. Ik heb het hart op de tong, niet iedereen kan dat aan. Daarom houd ik mijn vriendenkring bewust klein. Als iemand vroeger zei dat-ie vijf vrienden had, vond ik dat zielig. Ik heb er hónderden, dacht ik dan. Nou, daar ben ik van teruggekomen.”

Ze zeggen wel eens dat Nederlanders hun sporthelden niet op waarde schatten.

„Dat is een ander onderwerp. Maar je hebt gelijk dat Nederlanders zich heel anders gaan gedragen als de schijnwerpers niet meer op je gericht staan. Anders dan in sportlanden als Australië of Amerika.”

In 1996 ‘zegde’ De Bruijn de Olympische Spelen in Atlanta af. Dat werd haar in Nederland niet in dank afgenomen, zegt ze. „Maar ik had nul motivatie. Vond zwemmen even niet meer leuk.”

Vier maanden voor ‘Atlanta’ zette zwemcoach Jacco Verhaeren haar uit de PSV-zwemploeg. De Bruijn verscheen te weinig op de training. Hij wilde haar wakker schudden. De Spelen in Atlanta beleefde zij vanachter haar tv-scherm. En dat zat haar toch niet helemaal lekker. Tijdens een vakantie met haar tweelingzus in de Verenigde Staten, stelde een ex-zwemmer van het Amerikaanse nationale team haar voor aan zwemcoach Paul Bergen. „Ik dacht: wie is dat oude mannetje? Bleek het een legende te zijn.”

Bergen stemde ermee in haar te coachen. Maar dan moest zij zich wel aan zijn loodzware trainingsschema’s houden. Door de nieuwe aanpak en omgeving hervond De Bruijn haar passie. „Ik moest touwklimmen zonder mijn benen te gebruiken. En hardlopen. Heb je ooit een dikke olympisch kampioen gezien, vroeg hij. Ik ben nooit dik geweest, maar moest extra hardlopen om aan mijn bovenbenen te werken.” Bergen liet haar een foto zien van Jenny Thompson, een zwemster met een enórme biceps. „Zo moet jij ook worden”, zei hij.

Het was vaak eenzaam, in het verre Amerika. Eén keer heeft ze haar zus gebeld dat het niet langer ging. Die vloog over om haar een hart onder de riem te steken. „Dat gaf mij een boost. En ik putte hoop uit het feit dat ‘coach B’ in mij geloofde. I am going to make you a champion, beloofde hij. Bergen gaf haar een briefje met vier tijden die zij in Sydney zou gaan halen: voor de vijftig meter vrij, de honderd meter vrij, de honderd meter vlinderslag en de vier keer honderd meter vrije slag. Ze haalde ze allemaal.

Spreek je hem nog wel eens?

„We mailen af en toe. Hij loopt tegen de tachtig. Maar er gaat bijna geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk. Ik ben hem zó dankbaar. Zijn lessen, zijn mindset… het heeft me gevormd. Mensen dachten dat hij een vaderfiguur was, maar het was meer een kwestie van vertrouwen. Hij was hard met de juiste bedoelingen. Als ik belde dat ik wereldkampioen korte baan was geworden, antwoordde hij: ‘Short course. Gotta happen long course, baby.”

In Sydney beleefde je je grootste triomf. Kijk je de beelden nog wel eens terug?

„Heel af en toe, met mijn nichtje. Dan zit ik mezelf fanatiek aan te moedigen. Het is raar om de beelden terug te zien. Het was zo’n intense ervaring. De ontlading, de trainingsarbeid, de eenzaamheid… niet-sporters zullen dat niet begrijpen. Die denken: weer een medaille erbij.” Ze prikt een gamba aan haar vork. „Die honderd meter vlinderslag in Sydney had ik honderden keren gevisualiseerd. Na vijftig meter hoorde ik Bergen in mijn hoofd ‘step on it’ roepen. Dan moest ik keren en gas geven. Ik wist dat ik in de vorm van mijn leven was. Het moment dat ik aantikte en op het scorebord keek, begon ik te gillen van ongeloof. Ik keek naar de tribune en zag mijn moeder en zus zitten.” Haar stem trilt. „Ik was zó blij dat ze erbij waren. Mijn moeder heeft altijd gezegd: het maakt mij niet uit of je laatste wordt of eerste, ik houd toch van je. ”

Hardop lachen

Op 12 maart 2007 kondigde Inge aan dat ze een punt zette achter haar carrière. Ze voelde zich een oma in het zwemmen. „Ik zit aan mijn plafond en zie geen uitdaging meer”, zei ze tegen het ANP.

In de jaren daarna was ze motivational speaker voor bedrijven, gaf ze zwemclinics aan kinderen, werkte ze mee aan tv-programma’s als Dancing with the stars en Op zoek naar God en paste ze op de kinderen van haar zussen.

In 2013 keerde ze nog één keer terug, toen de zwembond vroeg of ze wilde meedoen aan de EK Masters. Zonder noemenswaardige training verscheen ze op het startblok. Ze won in een Europees mastersrecord. „Terug naar huis zat ik hardop te lachen.”

De Bruijn wint goud op de 50 meter vrij tijdens de Olympische Spelen van Athene in 2004:

Hoe weet je als topsporter dat het tijd is om te stoppen?

„Je voelt dat je niet beter kan. Dat het tijd wordt het stokje over te geven. Ik had gewonnen wat ik wilde winnen.”

Hoe voelde het om een vrij mens te zijn?

„Heerlijk. Ik kon eindelijk uit eten of naar een verjaardag. Ben op safari in Zuid-Afrika gegaan, iets dat ik al heel lang wilde. Maar het was ook gek, leven zonder strak regime. Sociaal was ik stil blijven staan. Ik bracht al mijn tijd in hotelkamers en zwembaden door. Van de buitenwereld had ik weinig mee gekregen. Eigenlijk schrok ik best van hoe mensen in elkaar steken. Het stond haaks op de saamhorigheid die ik als sporter bij de Olympische Spelen had gevoeld.”

Geef eens een voorbeeld.

„Mensen kunnen heel kil zijn. Kijk naar wat er in Nice is gebeurd. Ik ben verdrietig en boos over hoe het met de wereld gaat. Ik durf bijna geen krant meer open te slaan. Elke dag iets weerzinwekkends.”

Ben je veranderd sinds je topsporter af bent?

„Als topsporter moet je egocentrisch zijn. Alles moet wijken voor dat ene doel: gouden plakken halen. Ik heb nu meer oog voor anderen – dat hoor ik ook uit mijn omgeving. Ik leef meer met anderen mee.”

Achter onze rug maakt een man foto’s met zijn mobiel. De Bruijn kijkt verschrikt achterom. „Ik ben panisch voor foto’s”, zegt ze. „Als je een foto wil, dan vraag je dat. Dat stiekeme gedoe vind ik zó erg.”

Word je nog vaak op straat aangesproken?

„Op die enkele dronkaard na die zwembewegingen maakt, krijg ik hele leuke reacties. Mensen bedanken mij voor de mooie momenten. Er komen nog steeds kinderen aan mijn deur voor een handtekening. Bizar, toch?”

Heb je veel contact met de zwemmers die naar Rio gaan?

„Met Femke [Heemskerk] heb ik af en toe contact. Maar zo kort voor de Spelen moet je zwemmers niet storen. Die hebben verplichte interviews, dat kost energie. Hooguit stuur ik af en toe een sms’je.”

Ga je erheen om ze aan te moedigen?

Ze knikt. „En ik weet zeker dat het veel herinneringen naar boven zal brengen. De euforie, de spanning, die hoge lat… Er zal nooit meer iets komen waar ik zó gepassioneerd van raak.”