Het diepe geloof in de nieuwe republiek Donetsk

Oost-Oekraïne

Ze zijn niet afhankelijk van Rusland, zeggen ze in Donetsk. En bij Oekraïne horen ze ook niet meer. „We streven naar een zelfstandige staat.”

Tekst

Een kogelvrij vest? Heb je niets aan, zegt de burgemeester van Donetsk, Igor Martynov. „Snipers schieten op je benen, of op je hoofd.”

Sluipschutters zijn niet eens de grootste zorg van deze gehavende wijk Koejbysjevski, op nog geen zevenhonderd meter van de frontlijn. De grootse zorg hier is de Oekraïense artillerie. Het flatgebouw aan het einde van de straat is 28 keer getroffen sinds het begin van de oorlog in 2014. Ivan Tokarjov (79) is een van de drie bewoners die zijn gebleven. Met een wat onvaste hand wijst hij omhoog, naar zwartgeblakerde ramen op de vierde verdieping. „Drie treffers, vlak na elkaar. Terwijl ik even verderop in de woonkamer zat.”

In theorie is er een wapenstilstand van kracht in het oosten van Oekraïne. In de praktijk wordt er dagelijks geschoten en vallen er elke dag doden en gewonden – militairen, maar ook burgers. Als burgemeester Martynov klaar is met het uitdelen van de noodhulp – zeep, wasmiddel, wc-papier – klinkt ineens mitrailleurvuur. „Horen jullie dat?”, zegt Martynov bijna opgetogen. „Er wordt gevochten!”

Op 12 februari van het vorige jaar tekenden Oekraïne en pro-Russische rebellen in Minsk een tweede pakket maatregelen dat een conflict moest beëindigen dat in de afgelopen twee jaar meer dan negenduizend levens heeft geëist. De strijdende partijen beloofden het vuren te staken en hun zware wapens terug te trekken. Oekraïne verplichtte zich tot verregaande autonomie voor de opstandige gebieden in de Donbas. In ruil daarvoor zouden Oekraïense veiligheidstroepen weer de controle krijgen over de grens met Rusland.

Anderhalf jaar later is bijna geen enkel punt van de Minsk-akkoorden uitgevoerd. Beide partijen schenden de wapenstilstand. Beide partijen gebruiken steeds vaker wapens die volgens ‘Minsk II’ helemaal niet aan het front mogen zijn. Het wetsvoorstel van president Petro Porosjenko voor meer autonomie voor de oostelijke regio’s strandde in de Rada, het Oekraïense parlement. En mannen „in militaire pakken”, zo melden de waarnemers van de OVSE, komen ondertussen ongehinderd de grens over.

De aanhoudende gevechten ondergraven de kans op verzoening tussen de regering in Kiev en haar landgenoten in het oosten. In Donetsk en het naburige Loegansk gelooft bijna niemand dat de opstandige gebieden ooit zullen terugkeren in een Oekraïens staatsverband. „Ik kan niet leven in een land dat mijn vrienden heeft vermoord”, zegt de twintigjarige studente Tatjana Gorbanova in Loegansk. „Laat één ding duidelijk zijn”, zegt de dertigjarige activiste Aljona Poetrja uit Donetsk: „de Oekraïense vlag zal hier nooit meer wapperen”.

Terwijl het vredesproces verzandt, zijn de separatisten bezig met staatsvorming. Na de Majdan-revolutie kwamen de regio’s Donetsk en Loegansk in opstand tegen de nieuwe regering in Kiev. Twee jaar later zijn er twee ministaatjes ontstaan. In Donetsk, de grootste stad in de regio, wappert overal de vlag van de ‘Volksrepubliek’: zwart-rood-blauw, met op de horizontale banen een dubbelkoppige Russische adelaar. Oekraïense naambordjes worden in hoog tempo vervangen door Russische.

Zowel de Volksrepubliek Donetsk als de Volksrepubliek Loegansk is inmiddels overgegaan op de Russische roebel. Op de Poesjkinboulevard in het centrum van Donetsk zitten de terrassen op vrijdagavond behoorlijk vol. Maar de pinautomaten werken niet, en het aanbod in de winkels houdt niet over. Om tien uur ’s avonds gaat de avondklok in en zijn de straten uitgestorven.

Gehoorapparaten

„Wat heeft u nodig! Ik vraag u wat u nodig heeft!”

De onverzorgde oudere man tegenover burgemeester Martynov houdt zijn rechterhand achter zijn oor. „Wat zegt u?”

Martynov kan zijn lachen niet meer inhouden. „Wat – u – no – dig – heeft!” Het gezicht van de man klaart op. „Mijn gehoor! Ik moet nieuwe gehoorapparaten!”

Het is een doordeweekse ochtend in het centrum van Donetsk, en de burmeester houdt spreekuur. Links en rechts van hem zitten de ambtenaren, om de problemen van de burgers meteen op te kunnen lossen. Het is een bijzondere vorm van direct bestuur voor een stad die volgens Martynov nog altijd negenhonderdduizend inwoners telt.

Igor Joerjevitsj Martynov (47) beschikt over kwaliteiten die een Russische politicus succesvol maken. Op straat is de gezette burgemeester een man van het volk: charismatisch, voor iedereen benaderbaar. In zijn ruime kantoor, waar het portret van de Russische president Poetin aan de muur hangt, zien we zijn andere kant: de calculerende strateeg, die weet hoe hij zijn concurrenten tegen elkaar moet uitspelen. „Hij bluft, godverdomme”, blaft hij in zijn mobiele telefoon. „Zachar zegt dat ook.” ‘Zachar’ is Aleksandr Zachartsjenko, het ‘hoofd’ van de Volksrepubliek Donetsk.

Martynov – toen nog raadslid, zakenman en directeur van het gemeentelijke attractiepark – stond vooraan op 6 april 2014, toen pro-Russische demonstranten het provinciehuis van de regio Donetsk bezetten. Om de menigte in de hand te houden, zegt hij zelf. Een stungranaat blies hem van de sokken, hij brak vier ribben. Dat nam niet weg dat hij een centrale rol speelde in het referendum van mei, waarin de bevolking van de oblast Donetsk koos voor afscheiding van Oekraïne. Op dat moment, zegt Martynov, had de regering in Kiev kunnen kiezen voor een vreedzame oplossing. Dat er toen al gewapende ‘groene mannetjes’ rondliepen in het provinciestadje Slavjansk doet hij af als bijzaak.

In de zomer van 2014 droomden Russische nationalisten nog van de bevrijding van heel ‘Novorossia’, de oude tsaristische naam voor het zuiden van Oekraïne. Maar de haveloze reservisten van het Oekraïense leger, geholpen door fanatieke vrijwilligers, bleken taaier dan verwacht. In augustus moest zelfs het Russische leger eraan te pas komen om een totale nederlaag van de rebellen te voorkomen – een feit dat in zowel Moskou als Donetsk nog steeds hardnekkig wordt ontkend.

Hoe ongeloofwaardig ook, burgemeester Martynov neemt nu nadrukkelijk afstand van de nationalisten uit Moskou die de leiding hadden in de eerste fase van de opstand. „Wij wisten ook niet wie dat waren”, zegt hij. De Russische rebellenleider Igor Strelkov noemt hij een ‘verrader’. „Hij heeft Slavjansk opgegeven.”

Na het ontslag van Strelkov en ‘premier’ Aleksandr Borodaj schoof Moskou een local naar voren: Aleksandr Zachartsjenko. Deze voormalige elektricien vormde de lokale vechtsportvereniging Oplot (Bolwerk) om tot een geduchte militie. En Zachartsjenko benoemde Martynov tot hoofd van de stedelijke administratie. De echte burgemeester van Donetsk zat toen al hoog en droog in Kiev.

Martynov maakt er geen geheim van dat de nieuwe volksrepubliek zwaar leunt op Moskou. „Zonder humanitaire hulp uit Rusland zouden we het niet redden.” Maar van directe financiële steun is geen sprake, zegt hij. De Russen in de ‘volksweer’ zijn ‘vrijwilligers’: „Als het Russische leger echt zou hebben ingegrepen, stonden we nu al in [de West-Oekraïense stad] Lviv.”

Als je aan Martynov vraagt of de Volksrepubliek Donetsk ooit zal terugkeren onder de vleugels van Kiev, krijg je een behoedzaam antwoord. Vanzelfsprekend is de burgemeester voor de akkoorden van Minsk. „Maar de uitvoering daarvan betekent dat Oekraïne een compleet andere staat zal worden.” Is daar kans op? „Ik denk het niet”, zegt Martynov.

Aan het einde van een lange werkdag draait de burgemeester van Donetsk er niet langer omheen. „We streven naar een eigen staat.”

Gekozen leiders

Bij een eigen staat horen democratisch verkozen leiders – of wat daarvoor doorgaat. In het najaar van 2014 werd Zachartsjenko gekozen tot leider van de volksrepubliek. Maar die stembusgang was volgens Oekraïne illegaal. Volgens de akkoorden van Minsk moeten er nieuwe verkiezingen komen onder auspiciën van de centrale regering in Kiev – met deelname van Oekraïense politieke partijen. Volgens de Oekraïense regering laat de veiligheidssituatie in de Donbas dergelijke verkiezingen niet toe. En de separatisten zijn niet van plan om Oekraïense partijen toe te laten. Op 4 juli kondigde Zachartsjenko aan dat de Volksrepubliek Donetsk zelf ‘primary’s’ zou organiseren, waarin de verschillende kandidaten voor het parlement zouden worden gekozen.

Dat klinkt Amerikaans. Maar de ‘volksvergadering’ in hotel Sjachtar Plaza, recht tegenover het imposante stadion, roept vooral herinneringen op aan de Sovjet-Unie. De dames op rij acht hebben bijvoorbeeld geen idee waarom ze hier zijn: „We zijn vanaf ons werk hiernaartoe gesleept.” Toch steken ze netjes hun hand op bij alle besluiten die aan de vergadering worden voorgelegd. In een hoog tempo worden de leden van het uitvoerend comité gekozen. Het aantal tegenstemmers is nul. Naar onthoudingen wordt niet gevraagd.

Na afloop van de volksvergadering staat de net gekozen Anna Bondarenko te glunderen. Ze is het hoofd van het bestuur van de ‘maatschappelijke beweging van de Volksrepubliek Donetsk’ voor de wijk Vorosjilovski, in het centrum van de stad. De beweging wordt geleid door Aleksandr Zachartsjenko, veel leden komen uit de Partij voor de Regio’s, van de afgezette Oekraïense president Viktor Janoekovitsj. De nieuwe zittende macht? Nee, zegt Bondarenko. „Een maatschappelijke beweging van het volk.” Ze geeft een verbluffend cijfer: van de 83.000 inwoners van het centrum zijn 7.000 burgers actief in de beweging.

Wie dat niet gelooft, moet eens komen kijken in Oktjabrski, een buurt dicht tegen het vliegveld, waar nog steeds wordt gevochten. De afgelopen nacht sloeg hier een antitankgranaat door de gevel van ziekenhuis nr. 27. Maar deze ochtend is commandant Maksim (zijn achternaam houdt hij geheim) evengoed komen aanzetten op zijn witte mountainbike met een oranje-zwart sint-jorislint aan het stuur, symbool van de Sovjet-overwinning op nazi-Duitsland.

Vandaag wordt de kinderspeelplaats in de straat opgeruimd. En inderdaad: één voor één komen de vrijwilligers aanzetten. Onder hen ook de 22-jarige Maria Ragel. Geboren in Donetsk, afgestudeerd in Rusland. Toen de oorlog begon, gaf ze haar goedbetaalde baan in Rusland op en keerde ze terug naar Donetsk. Nu doet ze ‘journalistieke projecten’ die zijn gericht op het verbeteren van de levensomstandigheden in getroffen wijken. Het verschil tussen journalistiek en activisme ontgaat haar. Soms droomt ze van een mooie positie bij een van de Russische nieuwszenders in Moskou. „Elke soldaat wil generaal worden, toch?”

De inwoners van de Donbas zijn opgevoed met de herinnering aan de heroïsche overwinning op nazi-Duitsland in de Grote Vaderlandse Oorlog (1941-1945). Maria Ragel en haar vrienden herhalen deze heldendaad, in een gevecht met de ‘fascisten’ in Kiev. De ontberingen van twee jaar oorlog hebben geleid tot verbondenheid. Soldaten bij wegversperringen spreken je aan met ‘jij’ en ‘broer’. En ook de westerse correspondent wordt meteen opgenomen in de Russische wereld van de Volksrepubliek Donetsk. „Pas goed op jezelf”, zegt de rebellencommandant in de wijk Vesjoloje, als in de verte de eerste mortieren worden afgeschoten. Zijn handdruk is stevig.

Niet erkend

De twee rebellenstaatjes van de Donbas worden niet erkend door de internationale gemeenschap. Daarmee dreigt voor de ‘volksrepublieken’ hetzelfde lot als voor Abchazië, Transnistrië en Zuid-Ossetië: geïsoleerde en verarmde rompstaatjes, door Moskou gebruikt om zijn buren te destabiliseren.

De inwoners van de Volksrepubliek zien dat anders. De dichtbevolkte Donbas, met zijn mijnbouw en zware industrie, was de economische motor van Oekraïne. „We hebben een enorm potentieel”, zegt de jonge activiste Maria Ragel in Oktjabrski. „We moeten het alleen ontwikkelen.” Aljona Poetrja steekt nog eens een sigaret op. „Weet je? Het wordt hier net zoals in Duitsland.”